Mr. G. GROEN VAN PRINSTERER
MR. GROEN VAN PRINSTERER
4)
Onder de personen met wie Groen wel omging behoort ook Van der Palm, toen professor en academie-prediker te Leiden en als zoodanig om zijn buitengewone talenten als kanselredenaar in die dagen algemeen geroemd.
Johannes Henricus»van der Palm was 17 Juli 1763 te Rotterdam geboren, waar zijn vader onderwijzer was. Hij studeerde te Leiden en werd 28 Maart 1785, midden in den Patriottentijd, als predikant bevestigd te St. Maartensdijk. In 1787, ijverig patriot, vluchtte hij in allerijl bij de komst van de Pruisen en de tijdelijke overwinning der Prinsgezinden. Later, teruggekeerd, nam hij bij de komst der Franschen met enkele anderen de leiding der revolutionaire beweging op zich en werd in 1796 benoemd tot hoogleeraar te Leiden; in 1799 tot het agentschap van Nationale opvoeding (Minister van Onderwijs), in welke functie hij o.a. de schoolwet van 1806 voorbereidde. In 1806 verliet hij het politiek tooneel weer en keerde terug naar Leiden als hoogleeraar en academie-prediker, waar hij bleef tot zijn dood, 28 September 1840.
Dat Van der Palm in die dagen zoo grooten invloed oefende in 't algemeen en met name aan de Leidsche academie, is te verklaren uit zijn groote bekwaamheid, niet 't minst door zijn zeldzame gave van spreken, dat hem als kanselredenaar beroemd en bemind deed zijn in die dagen; daarbij had hij een gemakkelijken, vriendelijken en vertrouwelijken omgang met studenten.
Door persoonlijk verkeer als door het ooren en lezen van Van der Palm's preeken is de invloed van dezen theoloog-politicus niet gering geweest op Groen. Een jaar lang las Groen elken morgen een gedeelte van een preek van Van der Palm en in zijn dagboek teekent hij b.v. ten opzichte van Zondag 19 Mei 1822 aan, dat hij „een heerlijke preek" van Van der Palm gehoord heeft.
De preeken van Van der Palm zijn nu niets meer waard; niemand betaalt er meer dan een paar centen voor, omdat de inhoud meer deïstisch dan christelijk is en haar vage en weinig omlijnde vrijzinnige beginselen met een dusgenaamd christelijk tintje, alle waarde verloren hebben.
Een andere figuur is B i l d e r d ij k. In hetzelfde jaar 1817, toen Groen te Leiden als student werd ingeschreven, kwam mr. Willem Bilderdijk er zich vestigen als privaat-docent. Geboren te Amsterdam in 1756, in 1782 te Leiden gepromoveerd, had Bilderdijk zich eerst in Den Haag als advocaat gevestigd, werd in 1787 geroepen om den Hertog van Brunswijk tijdens diens inval in Holland te dienen met zijn voorlichting; weigerde in 1795 den patriotteneed af te leggen en dientengevolge werd hij genoodzaakt om binnen 24 uren Den Haag en binnen 5 dagen het land te verlaten; begaf zich eerst via Groningen en Hamburg naar Engeland en daarna naar Brunswijk, keerde in 1806 onder Koning Lodewijk Napoleon terug naar Leiden, in 1807 naar Den Haag, in 1809 naar Amsterdam en kwam eindelijk na al zijn omzwervingen in 1817 nogmaals te Leiden wonen om aldaar, gedurende een tiental jaren, door privaat colleges telkens aan een kleinen, doch meestal uitgelezen kring van jonge mannen, in lessen over verschillende onderwerpen, met name over onze Vaderlandsche Geschiedenis, de beginselen te onderwijzen, van wier belijdenis, tegenover ongeloof en revolutie, alleen heil voor land en volk te wachten was.
„T i e n j a r e n" uit onze landshistorie werden door prof. Fruin eenmaal gekozen tot onderwerp van een schoone en belangrijke studie; tien jaren (1817—1827) uit Bilderdijk's leven zouden het onderwerp kunnen vormen van een studie, om te doen zien hoe groot de invloed is geweest, dien Bilderdijk op de toekomstige richting en geest van het Nederlandsche volk heeft geoefend. Na die tien jaren was Bilderdijk's groote levenstaak volbracht; slechts nog 4 stille jaren mocht de groote dichter en geleerde in Haarlem doorbrengen, alwaar hij 18 December 1831 overleed.
Maar in die tien jaren heeft de geleerde grijsaard als een profeet zijn geest uitgestort over zijn jongeren; zijn ernstig gebed, zijn bezielende taal, zijn onwrikbare overtuiging hebben in een edele groep van jonge mannen de kiem gelegd die door Gods genade straks heerlijk mocht ontluiken in de voormannen en leiders van het Reveil.
Onder die groep van jongeren was ook Groen van Prinsterer.
Voor Groen is de ontmoeting met Merle d' A u b i g n é van zeer groot belang geweest.
Jean Henri Merle d' Aubigné, afstammeling der Refuges, was te Geneve geboren, 1794, en werd om des geloofs wille vervolgd en als predikant afgezet, omdat in Geneve een andere geest heerschte dan waaruit hij leefde en sprak. Hij werd een van de vaders der Vrije Kerken en mocht verder leven als prediker, als professor aan de Theologische School en als geschiedschrijver der Reformatie.
In de jaren dat Merle d' Aubigné, zoon van het Reveil, in Brussel predikant was (1823—1830) kwamen Groen en zijn vrouw met hem in aanraking. Zij waren daar woonachtig toen en weldra was een onverbreekbare geestelijke band gelegd. Op 1 December 1828 schrijft Groen voor 't eerst over den predikant-hofprediker en getuigt van diens „gezonde leer" en van een „heerlijke preek".
Groot is de invloed van Merle d' Aubigné, eerst meer nog op Mevrouw Groen, daarna ook op Groen geweest; en de twee jaren 1829 en 1830 zijn voor Groen en voor Mevrouw beslissend geweest voor heel hun verder leven. Van harte sloten zij zich aan bij den kring van het Reveil. Door Merle d' Aubigné leerde Groen ook de Reformatie der 16de eeuw kennen en liefhebben; ook kwam Groen door hem in aanraking met de werken van den Engelschen anti-revolutionair Edmund Burke, wiens „Gedachten over de Revolutie in Frankrijk" Groen hebben geïnspireerd bij het schrijven van zijn boek: Ongeloof en Revolutie. In de Ned. Gedachten 1873, blz. 334, zegt Groen van Burke's geschriften: Te Brussel waren ze, dit laat zich begrijpen, niet in trek en zelfs niet licht uitvindbaar. Nog herinner ik mij de blijdschap, toen ik eindelijk de volledige uitgaaf, in acht deelen, ontdekt had. Die het meest ad rem waren, verslond ik, onverzadelijk om inhoud en vorm".
Onder de vrienden van Groen moet mr. Isaac Da Costa zeker niet het laatst genoemd worden. 14 Januari 1798 te Amsterdam uit Joodsche ouders geboren, werd hij in 1815 student in zijn geboortestad, doch kwam in 1817, hetzelfde jaar toen ook Bilderdijk zich aldaar vestigde, te Leiden, alwaar hij in 1818 (7 December) promoveerde in de rechten en in 1821 (21 Juni) in de letteren.
Onder invloed van den grooten dichter Bilderdijk, werden Da Costa ten slotte de oogen geopend voor den Messias, niet die nog komen moest, zooals zijn voorvaderlijke traditie het hem had geleerd, maar die gekomen is, Wien hij nu op elke bladzijde van Oud en Nieuw Testament ontmoette en Wien hij als zijn I m m a n u e l, zijn „God met ons" leerde aanbidden. Tegelijk met zijne vrouw werd Da Costa 18 Oct. 1822 te Leiden in de Pieterskerk door ds. Egeling gedoopt. Ofschoon er vooraf niets van was bekend gemaakt, was de schare der toehoorders toch merkwaardig.
Daar zaten in de ouderlingenbank Graaf Dirk van Hogendorp; daar zat, eenzaam, Bilderdijk; daar stond ook, vlak bij 't hek, aandachtig en diep geroerd de student Groen van Prinsterer, die nog den zelfden avond een uitvoerigen en aandoenlijken brief over de plechtigheid schreef aan zijn ouders.
De nadere kennismaking tusschen Groen en Da Costa dateert eerst van 17 November 1830, ten huize van Willem de Clercq. Sedert dien tijd behoorde Da Costa zoowel als De Clercq, tot de meest intieme vrienden van Groen.
Op verschillende punten, Kerk en Staat betreffende, was er verschil van meening tusschen Groen en Da Costa, maar „in persoonlijke verknochtheid waren en bleven wij broederlijk gezind", getuigt Groen bij de uitgave van Da Costa's brieven. En Da Costa schreef: „Gode zij lof dat, bij al dat uiteenloopen van richtingen en nuances, de bodem onzer ziel niet geschokt kan worden en de wederzijdsche belangstelling, liefde en hoogachting, niet verzwakken. Eer het tegendeel, wanneer wij elkander zoo in den veelzijdigen strijd zien".
Van Willem de Clercq weten we, dat de betrekking tusschen hem en Groen en Mevrouw Groen „een groote vreugd" voor hem was. „Ik kan" — zoo schrijft hij in zijn bekend Dagboek — „zoo geheel naar mijn hart spreken en mij uitstorten zonder vrees van misverstaan te worden". Groen noemt hem: „lieve vriend en broeder".
Da Costa en Groen weenden saam toen Willem de Clercq 4 Februari 1844 zoo plotseling door den dood uit hun midden was weggenomen. Hij was een man wiens Wandel in den hemel was en op aarde een leesbare brief van Christus, een getrouwe getuige van zijn Heiland mocht zijn.
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's