FINANCIËN.
Postrekening 35683.
Nu zal ik u vertellen, wie er de vorige week mijn kamer kwam binnen stappen op het oogenblik, dat ik juist klaar was met mijn „Financiën". Dat was de heer Abbringh.
Wel, wel, daar hebben we onzen aalmoezenier. Ik ben blij u te zien, ben net klaar met mijn wekelijksch rapport. Wacht, laat ik er tot slot even bij zetten dat u zoo juist op het tooneel verschijnt.
En hoe gaat het met u?
Best. Ik kom u de rest van de ontvangsten brengen van de rondreis van deze vacantie. Want Maandag beginnen de lessen. Zie eens, ik heb hier nog vijfhonderd gulden voor u.
Geweldig! Man, dat valt op 'n gloeiende plaat, want mijn kas is tot op den bodem toe leeg en ik heb nog zooveel uit te geven dat ik gisteren naar Maassluis heb geschreven of de Uitgever niet al vast wat vooruit kon sturen van de ontvangen abonnementsgelden van de Waarheidsvriend. Dat leen ik dan maar voor 'n poosje bij onzen „vriend". Later krijgt hij het natuurlijk alles weer eerlijk terug. Dat is mij nog nooit overkomen. Maar de uitgaven voor het Studiefonds zijn ditmaal zoó groot als nimmer te voren, dat vijfhonderd gulden mij weer een heel eind op streek brengen. En waar hebt u die nu ontvangen?
Dat zal ik u zeggen. Uit Utrecht ƒ194.— Waddingsveen 210.-— Moercapelle 40.— Schoonhoven 56.— Tezamen precies ƒ500.—
Prachtig. En uit Schoonhoven ontving ik nog een collecte van honderd gulden van een spreekbeurt. Zoo iets hebben wij in Schoonhoven nog niet beleefd. Ook uit Utrecht had ik dit niet verwacht. De groote steden zijn meest klein in hun bijdragen voor onze fondsen. Maar weer niet klein in hun begeeren om als ze kans zien de beste onzer predikanten voor zich op te eischen. Want als wij nu nagaan wat u op kleine plaatsen als Moercapelle en Waddingsveen hebt gecollecteerd, dan is het, hoe dankbaar ik er ook voor ben, voor het centrum van de gereformeerde actie, toch te weinig.
Maar laten wij niet denken of spreken over hetgeen wij niet hebben ontvangen, want daar doen wij niets mee en kan ik geen mensch mee betalen, maar laten wij ons liever verheugen over hetgeen wij wel hebben ontvangen en daar doen wij veel mede.
Dat ben ik volkomen met u eens, penningmeester, en als ik naga wat ik al zoo op mijn reizen heb ondervonden en gehoord, dan kunnen wij den Heere toch niet genoeg danken voor de behoefte die er overal gevoeld wordt voor de prediking van de Gereformeerde Waarheid en ik mag dan ook constateeren dat waar of wij kwamen en bij wien dan ook, er met blijdschap werd gegeven. Niet, zooals dit vaak gebeurt; zoo half gedwongen, omdat men 't niet dorst te laten. O neen, men gaf mij graag voor het doel waarvoor ik kwam. En met welk een liefde en zorg heeft men ons gelogeerd en rondgeleid en adressen gegeven. Als wij niet overal zulk een medewerking hadden ondervonden van ons gereformeerde volkje, wij zouden het zoover niet gebracht hebben. Eigenaardig, dat velen van 't onderscheid tusschen den Gereformeerden Bond tot verbreiding en verdediging van de Waarheid in de Hervormde Kerk èn den Gereformeerden Zendingsbond niets begrijpen of gevoelen. Men beschouwt het alles als één en hetzelfde. En wat het Leerstoelfonds is, dat snappen er ook velen niet.
Zoo kwam ik bij een oude juffrouw, wie ik het doel van mijn komst verklaarde.
O ja, zei ze, het Studiefonds dat begrijp ik nu wel, dat is om Gereformeerde dominees in de Hervormde Kerk te brengen, die de oude Gereformeerde Waarheid preeken. Nu, die mogen er nog wel wat bij komen, die zijn er nooit te veel. Maar het : ..... hoe noem je het ook weer, dat andere ?
Het Leerstoelfonds, zei ik.
O zoo, ja, ja, het leerstoelfonds. O zoo, dat is dan om den dominees allemaal een „nije leeren stoel te geven". Nou, dat is wel goed, die komt ze wel toe, daar wil ik ook wel wat aan geven.
Ik vind deze manier van mijn vacantie door te brengen heel aardig. Men doet heel wat menschenkennis op.
Nu dat geloof ik wel. Ik vind ze ook heel aardig, want ik heb hier het lijstje van wat door u beiden reeds is verzameld, en nu zie ik, als ik het bij elkander tel, dan komt u juist aan de
f 2200.00
jongen, jongen! dat is de moeite waard. Het vorig jaar bedroeg het ƒ1100.00. Dus dat is precies het dubbele. Ik behoef u niet te zeggen, hoe dankbaar ik daarvoor ben. De Heere vergelde het u en ook allen die hieraan hebben bijgedragen. En lezers, vindt u het ook niet schitterend? Nu zijn er nog tal van plaatsen die onze vrienden nog niet hebben bezocht en die ongetwijfeld reikhalzend naar hun komst uitzien. Wij hopen dat onze vrienden bij leven en welzijn het volgend jaar den draad weer zullen opnemen en de reis vervolgen. Dan komen er dus weer anderen aan de beurt.
ƒ2200.00. Dat is nogal zoo iets. De penningmeester heeft zeker nu geen gebrek en heeft thans wel genoeg in de eerste maanden om rond te komen?
Ik kan begrijpen, dat u zoo denkt, want het is een som die genoemd mag worden en waar men heel wat mee doen kan. Daarom, ja, ik durf het haast niet te zeggen, ik ben er eigenlijk een beetje verlegen mee. Maar wat helpt het nu of ik het verzwijg, daar ben ik niet mee geholpen. Ik zal het daarom maar eerlijk bekennen: op het oogenblik, terwijl ik dit schrijf, is het allemaal al weer weg. 't Is versmolten als sneeuw voor de zon. 't Is op. Heelemaal op! Ik heb er niets meer van. Onbegrijpelijk voor u, niet waar? Maar als u nu eens bij mij komt, en ziet waar het heen gegaan is, dan wordt u alles duidelijk en dan zegt ge met mij: wat een wonder van den Heere, dat u in staat gesteld wordt zulke bedragen uit te kunnen geven. Dat is Zijn werk. Er ligt wel een bijzondere zegen in. Ja, dat is zoo. Dat doet ons ook met moed en vertrouwen op Hem voortgaan, die ons nog nimmer heeft beschaamd.
Onverzwakt zal daarom de commissie voor het Studiefonds voortgaan, om allen die tot ons komen om steun niet weg te zenden, omdat wij toch al zooveel per jaar uitkeeren. Neen, dat zullen wij niet doen. Daar voor is de nood der gemeenten die roepen om een Gereformeerd Hervormd predikant te groot. Geleerd door enkele teleurstellingen, die helaas niet zijn uitgebleven, zullen wij de onderzoekingen van aanvragers nog nauwkeuriger trachten te doen, biddende dat de Heere ons daarbij Zijn hulp en bijstand niet onthoude, en ons de gaven zal doen toevloeien voor de groote uitgaven die wij te doen hebben, opdat de verkondiging van Christus en Zijn verzoenend lijden en sterven steeds meer in al zijn rijkdom aan arme en in zich zelf verlorene zondaren op de kansels van onze Ned. Herv. Kerk gehoord worde.
Wij gaan thans zien wat de post ons heeft gebracht en dan hebben wij in de eerste plaats een goed bericht uit:
V o o r t h u i z e n. Aldaar heeft Ds. W. L. Mulder, van Enter overgekomen, zijn intreerede gehouden, en gelijk te verwachten was, is daarbij een collecte gehouden voor het Studiefonds, welke de som van ƒ42.50 heeft opgebracht. Wij danken de gemeente van Voorthuizen en hopen dat de nieuwe leeraar in haar midden met rijken zegen zal mogen arbeiden.
Waddingsveen, door Ds. H. A. de Geus, 2 nagekomen giften, bedoeld voor de collecte door onzen student Abbringh, welke daardoor tot ƒ212.00 is gestegen.
S u a w o u d e, ƒ 1.50 door Ds. G. Lans, als gevonden in de collecte op l.l. Zondag 19 Sept., met bestemming voor den Geref. Bond. „Wie weet welk een groot offer dit kleine bedrag is" schrijft Ds. L. Moge de Heere het maar zegenen.
Zegveld, van C. Bardelmeijer uit busje No. 20 ƒ4.18 van de maand September.
Amersfoort, ƒ 32.75 door den heer J. Spelt, van contributies, geind van de onlangs toegetreden nieuwe leden van den Geref. Bond.
Utrecht, door den heer J. Weener, penningmeester van de afdeeling ƒ 71.25 van de contributie der leden na aftrek van de 25%.
Wij zijn hiermede aan het eind van onze mededeelingen. Hartelijk dank voor de gezonden gaven. welke te zamen een bedrag uitmaken, zonder de contributies, van
f 550.00
Moge de Heere er Zijnen zegen over gebieden.
De Penningmeester,
J. C. FLIEHE.
Arnhem, Parkstraat 6.
Postz., capsules en zilverpapier
Ontvangen van:
1. den heer W. Weener, Zuilen, capsules, zilverpapier, 1 kwartje, 5 centen en 138 halve centen.
2°. de Zondagsschoolkinderen te Bleskensgraaf een groote partij zilverpapier, benevens eenig theelood en koper.
3°. de kinderen van de klasse van mej. Beekenkamp te Veenendaal een groot pak met zilverpapier.
Deze kinderen hebben weer flink hun best gedaan, want het is nog niet zoo heel lang geleden dat ik vandaar een dergelijk pak ontving. Hartelijk dank dan ook hiervoor, alsook voor de beide andere zendingen. Ik hoop spoedig meer dergelijke partijen te ontvangen. Het begint de laatste weken wel eenigszins te druppen in vergelijking met de laatste maanden. Mogelijk is dit de aankondiging van een overvloedigen regen. Nu, dit mag ik wel eens hebben, want het gaat al naar het einde, en mijn kas is nog bedenkelijk leeg. Ik mag zeker op aller medewerking rekenen.
Met hartelijke groeten en aanbeveling,
Mej. J. DEN HARTOG.
Dordrecht, Krommedijk 60.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's