De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SCHRIFTVERKLARING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SCHRIFTVERKLARING

5 minuten leestijd

79 Doch de godzaligheid is een groot gewin met vergenoeging. Want wij hebben niets in de wereld gebracht, het is openbaar, dat wij ook niet kunnen iets daaruit dragen; Maar als wij voedsel en deksel hebben, wij zullen daarmede vergenoegd zijn. 1 Timoth. 6 vers 6 tot 8.

1 Timotheüs.
De godzaligheid is een groot gewin. In Efeze waren blijkbaar menschen, die zich als leeraars opwierpen en die zich daarvoor goed lieten betalen. Zij maakten van hun vroomheid een goede zaak.
Nu, zoo zegt de apostel, de vroomheid is inderdaad een goede zaak, indien zij echt is, d.w.z. met tevredenheid gepaard gaat. Het woord „goede zaak" of „gewin" wordt dus hier in eene geheel andere beteekenis gebruikt. De vroomheid is een bron van geestelijk gewin, zooals er in Spreuken 15 vers 16 staat: Beter is weinig met de vreeze des Heeren, dan een groote schat, en onrust daarbij. De genade des Heeren is zulk een heerlijk goed, zoodat zij een ieder die zich daarin verheugen mag, waarlijk rijk maakt. Dit is blijkbaar de bedoeling van den apostel. Nu staan de woorden „met vergenoeging" er wel wat vreemd bij. De godzaligheid is uit haar aard gepaard gaande met tevredenheid. Waar godzaligheid is, is ook vergenoeging, heilige zelfgenoegzaamheid. En toch is het te begrijpen dat de apostel de woorden als een voorwaarde er bij voegt. De kleinzielige wetpredikers deden zich immers wel als godzaligen voor, maar de ware tevredenheid misten zij, getuige hun gelddorst. Daarom voegt de apostel het noodzakelijke kenmerk er aan toe, n.l. de vergenoeging, alsof hij zeggen wil: het staat niet goed met uw vroomheid als deze er niet is.
Dezelfde gedachte van het verband tusschen vroomheid en rijkdom houdt de apostel nu nog wat vast. Hoe heel gewoon schrijft hij, hoe echt menschelijk, hoe eenvoudig! Precies zooals wij een brief schrijven en er hierbij een gedachte in ons opkomt, die weer tot allerlei wenken aanleiding geeft, zonder dat wij van te voren een schema van onzen brief vast stelden. De van God ingegeven Heilige Schrift komt op echt menschelijke wijze tot ons, zoodat de Heilige Geest ook de persoonlijke eigenschappen van den schrijver gebruikt heeft, ook de eigenschap van eenvoudigheid.
Van de bestrijding der dwaalleeraars komt de apostel in eens tot die der geldgierigheid. Het moet ons slechts te doen zijn om goed dóór de wereld te komen. Méér hebben wij niet noodig dan voedsel en deksel. Een huis om in te wonen staat er niet bij. Misschien was dit voor een Oosterling geen eerste levensbehoefte. In onze streken en bij ons klimaat kan een stevig dak boven ons hoofd niet gemist, jeugdige kampeerders mogen het een poosje met een dunne tent uithouden, ras keeren zij weer terug, ook voor hun veilige huisvesting, naar de haardsteden hunner ouders. Huisvesting mogen wij er dus wel bij rekenen als er van deksel sprake is. Maar meer heeft een mensch toch eigenlijk niet noodig. Voeding, kleeding en een woning! 'k Geloof dat het menschdom zich vooral in onzen tijd vele behoeften heeft geschapen voor zijn gemak en weelderig levensbestaan, die men zeer goed zou kunnen missen, terwijl daardoor een ander veel verlichting in zijn groote ellende kon verkrijgen. Het voorbeeld van Franciscus van Assissi heeft aan ons, Protestanten, ook wel iets te zeggen. De Roomsche Kerk heeft den 3den October den sterfdag van dezen heiligen Franciscus van vóór zeven eeuwen herdacht. De nederigste dienaar van God en der menschen! Zóó noemde Franciscus zich in diepen ootmoed. Als de rijke jongeling heeft hij het bevel van Christus gehoord en ook opgevolgd: verkoop wat gij hebt en geef het den armen en kom herwaarts en volg Mij. Aan de volslagen armoede heeft hij zich gewijd. Den bedelstaf neemt hij op om aalmoezen te vragen en dat wat hij niet noodig had aan de armen te geven. Hij vergaderde om zich heen een schare broeders. Werken moesten zij voor hun brood. Verdienden zij met werken te weinig, dan moesten zij bedelen; verdienden zij te veel, dan moesten zij dit den armen geven. Aan de armoede moesten zij zich wijden. „Het geld is het sacrament van den booze" zei Franciscus.... Dit voorbeeld dat deze heilige van Assissi aan zijn medechristenen gaf, heeft ons veel te zeggen, maar 'k geloof niet dat het ons tot navolging wordt aangewezen. Wat voor den rijken jongehng goed was, heeft de Heere niet aan allen opgelegd. Wat er staat van de eerste christengemeente: „zij verkochten hunne goederen en have, en verdeelden ze aan allen, naardat elk van noode had", was blijkbaar niet algemeen het geval. Franciscus offerde veel op, zeker. Maar hij had geen huisgezin. Ook zij niet, die zich om hem schaarden. Juist het huisgezin en de zorgen daarvoor verbieden het zoeken van de armoede. Zeker, ook onder de vrouwen vond Franciscus navolging. Een vrouw uit een adellijk geslacht, Clara, deed precies als hij en vormde de orde der Clarissen. Ook in die orde was de volslagen armoede het levensideaal. Maar hoe goed zij het ook bedoelden, zij zetten zich daardoor buiten het leven waarin de Heere hen plaatste. Die rijk willen worden vallen in den strik. Maar zij die aldus arm willen worden, zijn ook den strik niet ontloopen. Ons huwelijksformulier zegt zoo schoon dat wij ons huisgezin met God en met eere zullen onderhouden en bovendien iets hebben om aan den nooddruftige mede te deelen. Wij mogen het er dus niet op aan laten komen dat anderen ons zullen bedeelen. Het is nog geen begeerte „om rijk te worden" als wij ook willen zorgen voor den ouden dag. Maar werp het voorbeeld van Franciscus nu niet geheel weg! Een ieder zie voor zichzelf toe. Voedsel, deksel en huisvesting is genoeg. De godzaligheid gaat met vergenoeging saam. De genade des Heeren is de grootste winst en de blijvende schat, dien wij eens zullen meedragen. Al het andere blijft hier.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 oktober 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

SCHRIFTVERKLARING

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 oktober 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's