De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

INGEZONDEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

INGEZONDEN

5 minuten leestijd

Zeer gewaardeerde Redactie,
Met veel instemming lazen wij in het nummer van 8 October vam „de Waarheidsvriend" het schrijven over de Vacante Gemeenten. Ook wij in onzen Ring ondervinden, mede door twee ziektegevallen, hetzelfde. Alle Zondagen éénmaal Bediening des Woords door den Pastor Loci en eenmaal preeklezen.
Hieruit vloeit voort drieërlei schade:
1. Allereerst mag wel genoemd worden de geestelijke schade.
2. Vervolgens niet minder de financiëele schade.
3. Het vermoeiende voor een predikant, vooral in het gure jaargetijde, om alle Zondagen met een rijtuig of auto op reis te gaan. Veel toelichting is hier niet noodig voor hen, die iets ondervonden hebben van de zware taak, om in onze Ned. Hervormde Kerk het kerkelijk leven behoorlijk op peil te krijgen of te houden.
Het past ons niet, hierop breeder in te gaan, maar zouden van U gaarne vernemen wdke wegen moeten worden bewandeld om tot betere toestanden te geraken; b.v. ook in het hulp verleenen onderling door de verschillende Ringen; ook voorts nog in verband met het Reglement op de kas voor de Predikantstractementen ten opzichte van de weigerachtige gemeenten.
Zoudt U ons in Uw blad daaromtrent niet wat breeder kunnen inlichten?
Met vriendelijken dank voor de plaatsing.
Uw dW.,
J. BROUWER Tzn., Kerkvoogd.
Linschoten, 11 October 1926.

Onderschrift van den Hoofdlredacteur:

Er is tegenwoordig een eenzijdig spreken over de plaatselijke gemeente. Wij hebben nu sinds 20 jaar, reeds in het Geref. Weekblad, vóór dat „De Waarheidsvriend"" er was, als onze meening verkondigd, naar luid van de Schrift en overeenkomstig het Gereformeerd Kerkrecht, dat de plaatselijke, de locale Kerk, te beschouwen is als een ecclesia completa; als een Kerk die zelfstandig is, in de plaats der woning, die God voor ieder bescheiden heeft. De Kerk van Linschoten, de Kerk van Woerden, de Kerk van Rotterdam, de Kerk van Utrecht — al die plaatselijke Kerken zijn „ecclesia completa", zijn een zelfstandige Kerk en de Ieiders van zulk een locale Kerk vormen weer een éénheid als bestuur, een Raad der Kerk, gelijk in 1 Tim. 4 vers 14 gesproken wordt van „het ouderlingschap" als presbyterion, als raad van opzieners; Kerkeraad kunnen we zeggen. Maar hoewel we in de Heilige Schrift geen compleet stelsel van Kerkrecht vinden — wat geen gereformeerde ook zal beweren — en hoewel in dan apostolischen tijd geen gansch ontwikkeld Kerkverband moet worden gezocht; — zoo weten; wie toch, dat, hoezeer de plaatselijke Kerk in zichzelve „ecclesiia completa" was, de Kerken toch met elkander in verband stonden. Ook hier biedt de Schrift beginselen, waaruit het geregeld Kerk verband moet afgeleid. Geestelijk en financieel stonden de Kerken met elkander in verband; ze hingen niet als droog zand aan elkaar; 't was niet: „ben ik mijns broeders hoeder"; 't was: wij zijn elkanders leden.
Zoo zouden wij ook willen, dat er geestelijk en financieel nu ook, waar noodig en mogelijk is, verband bestaat tusschen de gemeenten onderling, in één Ring, in één Classis, in één Provinciaal ressort en ook landelijk. De Heere heeft ons hierin in Nederland een eigen geschiedenis gegeven en daar zullen we acht op moeten slaan, en die zullen we steeds voor oogen moeten houden.
Daarom moeten er financiëele verbintenissen zijn in dezen tegenwoordigen tijd tusschen de gemeenten onderling, in onderling overleg, op een grondslag die billijk is en die is, om elkander te helpen; vooral ook om de dienaren des Woords en hunne gezinnen te helpen; vooral ook de emeriti, die arme stumperds, die zoolang honger geleden hebben; vooral ook de weduwen en de weezen, die zoolang tranenbrood hebben gegeten, omdat de Kerk eenvoudig niet naar hen omzag; de Kerk dacht zelfs niet aan hen; als het gratie-jaar om was, dan was het: ga heen en wordt warm.
Ook moet er geestelijk contact zijn tusschen de plaatselijke gemeenten, om elkander te helpen en bij te staan waar het noodig is; ook in de predikbeurten, de z.g.n. ringbeurten.
Wij zijn er in principe dus niet voor om gemeenten in den Ring te isoleeren, af te zonderen en uit te sluiten van hulpbetoon in predikdienst, catechiseeren, gemeentearbeid, enz., enz. De dominees hebben er dan ook nooit aan gedacht; al moesten ze soms arbeid verrichten ongeveer voor niets. Men werd soms niet eens gehaald door de vacante gemeente, ook niet voor catechisatie, noch voor vergaderingen. „De dominee kreeg er z'n geld voor"; daarmee uit! Maar de dominees hebben 't gedaan; ze gingen door de week, ze gingen 's Zondags heen en weer. Voor de vacante gemeenten niet zelden om er financiëel weer wat „boven op" te komen. Maar het gebeurde en het zou nog gebeuren, als alles niet veranderd was, overal en voor allen, ook gelukkig een weinig voor de dominees, die óók menschen zijn, die óók vrouw en kinderen hebben, die ook graag fatsoenlijk door de wereld willen met een behoorlijk geregeld en met een vast tractement.
Doch nu doet zich een gansch andere zaak voor. Nu zijn er gemeenten, die niet beroepen kunnen, omdat ze niet willen meedoen naar de voorschriften van het Reglement op de Predikantstractementen; die dus vacant zijn en vacant blijven; die er eigen gemeente aan wagen — en die dan bovendien nog beslag leggen op de predikanten van naburige gemeenten.
Dat vinden we onrechtvaardig.
Men laat dominees uit naburige gemeenten op Zondag heen en weer rijden, men ontneemt dominees aan eigen gemeente, men verhindert het werk in andere gemeenten, men berokkent daar geestelijke en financiëele schade en dat achten we niet billijk en niet recht; integendeel! Zulke vacante gemeenten moeten geheel voor zichzelf zorgen, zelf voorzien in de prediking, in den catechisatie-arbeid, in het gemeentewerk enz. enz. Naburige gemeenten met eigen predikant hebben niets met zulke gemetenten te maken. En wil men in die vacante gemeenten afzonderlijk gaan staan, dan moet men ook de consequenties daarvan durven dragen en andere gemeenten ongemoeid laten.
M. VAN GRIEKEN.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 oktober 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

INGEZONDEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 oktober 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's