INGEZONDEN.
VELP, October 1926.
Mijnheer de Redacteur,
Het komt mij voor, dat de toestanden in de Gemeenten waar niet voldaan is aan den aanslag van den Raad van Beheer, allesbehalve rooskleurig zijn; en gewoonlijk gaat het zoo, dat de buurman er om lacht. Toch is er een lichtpuntje en wel dat bij ervaring blijkt, dat met den Raad van Beheer te praten valt en 't soms op een accoordje kan worden geworpen. Mij werd verteld, dat de gemeente H. dat ook gedaan heeft gekregen. Persoonlijk voel ik veel bezwaren tegen kerkelijke belastingen, dat het zeer goed kan gebeuren, dart we er een communistischen dominee mee steunen. Hier betalen de dominees van hun tractement, wat anders de Gemeente zou moeten doen. Nu was er bij mij geen bezwaar om mijn aanslag te voldoen, daar dit nu alleen ten goede komt voor onze predikanten. Ik wil hiermee zeggen, dat er in deze te schipperen valt. Toch wordt de toestand er geen haar beter door. Den dwang voeren ze door, desnoods per deurwaarder. Zoo worden nu voor de zooveelste maal de menschen, dien 't zeer moeilijk valt de Kerk den rug toe te keeren, genoodzaakt om bij anderen onder dak te komen en krijgt men een versnippering waar 't eind van weg is. De Synode schijnt daarvoor blind te zijn en ziet niet, dat het goede deel gaat loopen en dat het heft in handen komt van het liberalisime. Welnu, als het moet, dan maar weer gaan prediken van de boerenwagens, liever, dan zoo geknecht te worden. Ik denk dat het hij velen de gemoedsbezwaren zijn, vooral daar het zuivere Woord verkondigd wordt en daarom zou ik aan de vacante gemeenten den raad willen geven: ziet het ook op een acooordje te gooien.
Dankend voor het plaatsje, mij afgestaan.
Uw dw., G. SCHRIJVERS.
Onderschrift van den Hoofdredacteur.
We hebben een viertal „ingezonden" ontvangen naar aanleiding van ons artikel „Vacante Gemeenten". Verleden week namen we er één op, nu weer één; zoo krijgt ieder z'n beurt. Het stukje van den heer Schrijvers komt ons zeggen, dat er wel een accoordje te treffen is met den Raad van Beheer en raadt dat ook aan de vacante gemeenten aan.
Zeker zijn er verschillende wegen in deze. Zoo lazen we deze week van de (moderne) gemeente Broek in Waterland (N.-H.), dat de kerkvoogden niet willen betalen. Het bedrag is beschikbaar, als de Raad van Beheer hieromtrent een wettige vordering kan doen en, zeggen ze: „een instelling met een rechtsgrond moet hiertoe in staat zijn". Maar nu is door enkelen uit de gemeente aan den Raad van Beheer 't bedrag voldaan. De kerkvoogden zijn de betalers niet en toch is nu de zaak in orde. Zoo zijn er meer wegen in deze te bewandelen. En dat men den besten weg uitzoekt, vinden wij natuurlijk prachtig. Maar een oplossing geeft het tenslotte niet. Ook komt men er niet, door één maal den aanslag te voldoen, om te kunnen beroepen, terwijl men dan van plan is verder niet te betalen. Men moet eerlijk blijven; maar dan kan men natuurlijk overigens den besten weg uitkiezen. Onze bedoeling is meer, dat men, nu het Reglement er eenmaal is, de bepalingen opvolgt en niet de gemeente er aan waagt en tegelijk andere gemeenten groote schade berokkent. In onze Hervormde Kerk moeten we ons zoolang mogelijk en zooveel mogelijk aan de reglementen houden; dat belooft ieder predikant en dat verzekert ieder ouderling en diaken; dat aanvaardt ieder die notabel en kerkvoogd wordt; en we moeten niet dubbeltongig of dubbelhartig zijn in deze. We mogen 't ook niet tot een anarchistische beweging maken. Hebben we juridische, kerkrechtelijke of geestelijke bezwaren, welnu, laten we er mee voor den dag komen; protest en proces staan óók open; maar overigens moeten we niet, waar de Kerk het reglement heeft aangenomen, gaan probeeren of we met ons hoofd niet door een muur kunnen loopen. Zulke liefhebberijen loopen gewoonlijk niet goed voor dengene, die 't probeert, af.
Natuurlijk kunnen er dingen zijn, waarvan we tenslotte moeten zeggen: men moet Gode meer gehoorzaam zijn dan den menschen. Maar dat geldt op het terrein van de regeling der tractementen, emeritaatspensioenen, verzorging van weduwen en weezen, niet. Dat moet niet willekeurig gebeuren, niet met een hap en een brok; daar moet orde en regel zijn en in het betalen van de tienden ligt een wegwijzer voor onze kerkelijke belasting, vrijwillig, maar vast en niet willekeurig of —• heelemaal niets.
Natuurlijk zitten we in onze Hervormde Kerk met de richtingskwestie én wij hadden ook voor een lief ding gewild, dat deze weg niet noodig was geweest, maar nu het reglement er is en geld voor alle gemeenten, moderne zoowel als gereformeerde, samemvloeit om de predikanten te verzorgen, moet men den beginselstrijd niet extra op het terrein van de boterham overbrengen. Het is er dan ook dikwijls maar een negatieve strijd door — niet te betalen; dikwijls een strijd om stoffelijk goed en financiëele z.g.n. rechten, meer dan om geestelijke dingen. Het is de stok, waarmee God ons slaat, omdat we te lui en te traag en te egoïstisch en te weinig offervaardig zijn geweest! We hebben huisgezinnen honger laten lijden; we hebben weduwen en weezen onverzorgd gelaten in armoe en ellende .
Als er dus sprake komt van „weer buiten de kerk op een boerenwagen het evangelie te moeten verkondigen", dan zal het om andere oorzaken moeten zijn, dan om de dubbeltjes. Bovendien moeten wie ons niet gaan wijismaken, dat de toestand van heden ook maar iets gelijkt op de tijden van de hagepreeken, van de vervolging, van galg en brandstapel, 't Lijkt nergens naar! Ook weet men zich tegenwoordig veel makkelijker te behelpen in allerlei lokaal of vergarderplaats; en eigen gemaakte dominé's komen dan graag om te preeken en te collecteeren. Men heeft maar één 'brief te schrijven en er komen er twee tegelijk!
Laten daarom onze gereformeerde gemeenten en zij die er over gesteld zijn toch 't zwaarste laten wegen wat in deze niet zwaarste is en laat men de gemeente er niet aan wagen en niet de deur open zetten voor allerlei geestelijke kwakzalverij, waardoor onherstelbaar verlies wordt aangebracht. Woekerplanten groeien zoo makkelijk en zoo welig. Laat men oppassen! En laat men vooral ook andere gemeenten niet in gevaar brengen. Daarover ging het in ons artikel voornamelijk!
M. VAN GRIEKEN.
Niet alleen beloven, maar ook doen!
Een woord, bestemd voor de predikanten van de classis waartoe ook Epe behoort. Epe, het den laatsten tijd meer en meer bekend wordende Epe, dat elken zomer meer pensiongasten trekt, die komen om de wonderschoone omgeving te bezien, om te genieten van schilderachtige bosch-en heigezichten, om de heerlijke frissche dennenlucht in te ademen. Epe, het den laatsten tijd zich meer en meer uitbreidende Epe, dat van een onbeduidend dorp een bekende pensionplaats is geworden. Epe, bekend als een der mooiste streken van de Veluwe.
Epe, dat echter helaas ook bekend is om het modernisme dat daar de overhand heeft. Daar in dat mooie Epe staat een kerk, een van onz e Herv. kerken, waar men met verwondering rond ziet bij het binnentreden, om de pracht van het gebouw. Wanneer men daar echter binnentreedt bij een godsdienstoefening, hoort men, dat de prediker bij het spreken van votum en zegen vergeet dan Naam te noemen van Christus Jezus den Borg en Middelaar, terwijl in de preek de Naam Jezus slechts wordt genoemd als van een mensch ons tot voorbeeld geleefd hebbende.
Epe, ach het is wel mooi wat de natuur betreft, ja dan zelfs wondermooi, maar op het punt van godsdienst is 't daar zoo treurig, zoo diep treurig gesteld. Zoo treurig, dat de enkelen, die nog beegeren te kunnen opgaan naar 's Heeren Huis, om daar de zuivere leer te hooren, daarnaar vergeefs zoeken. Is het dan te verwonderen, dat er enkelen zijn, die met Elia uitroepen: „Ik ben maar alleen overgebleven!"?
Epe, het schilderachtige Epe geheel en al modern, wat echter niet onbekend is, want wijd en zijd weet men, dat Epe daar als een eenling ligt op de Veluwe. Een eenling, wijl het de enige moderne plaats uit de geheele classis is.
Niet onbekend is, dat Epe modern is, wat bleek op de laatste classisvargadering (waar de moderne Eper dominé nooit is) waar gesproken werd over het moderne Epe, terwijl de uitslag was der bespreking (naar mij ter oore kwam) dat alle aanwezige predikanten 't er over eens waren, dat in Epe wat gedaan moest worden, om te trachten daar voet te krijgen en de zuivere leer te brengen. — Welk een blijdschap was het voor de enkelen, die gaarne Zondags de zuivere leer beluisteren, doch dan genoodzaakt zijn naar een der omliggende plaatsen te gaan (of thuis te blijven vooral nu die winter komt met zijn slechte wegen) te hooren dat de predikanten der classis gingen samenwerken. „Nu zullen we dezen winter nog in Epe kunnen kerken", werd vreugdevol reeds gezegd, maar... helaas de winter is reeds dicht nabij en het schijnt, dat wel wordt beloofd, maar niet gedaan!
Wat toch is het geval? Op de classisvergadening werd een der predikanten opgedragen aan het Bestuur der Evangelisatie te Epe (uitgaande van den Bond van Evangelisatie en dus geheel Ethisch) te vragen of de predikanten der classis om beurt daar mochten optreden. Het gevolg van een en ander is geweest dat het Bestuur der Evangelisatie den predikant, die de opwerper van alles was, verzocht een beurt in de evangelisatie te vervullen. Als antwoord van dien predlikant kwam echter bericht, dat hij niet kon komen voor volgend jaar zomer! Mag in deze dan niet gezegd worden: „Wel beloven, maar niet doen"? — Op den Zendingsmiddag in het nabij gelegen Vaassen, zeide genoemde predikant tot schrijver dezes: „Ik zal en moet in Epe preeken; al is het in een kroeg, dat scheelt mij niet, maar ik kom er! Nu hem echter de gelegenheid wordt geboden, stelt hij ongeveer een jaar uit, wat gelijk staat met een weigering.
Is dat niet in-droevig?
Meermalen werd bij het Bestuur der Evangelisatie er op aangedrongen predikanten te laten optreden, met de opmerking, dat alle predikanten uit de omgeving gaarne wilden komen. Doch nu, nu er een gevraagd wordt, krijgt men zulk een antwoord, waardoor het overwegend Ethisch gedeelte geheel recht van spreken heeft met te zeggen: Zie je nu wel, dat jullie domiiné's niet willen komen!
Maar wat nu eigenlijk het doel van dit schrijven is? Het doel is, den predikanten, die op de laatste classis vergadering waren te herinneren aan hun belofte en te vragen: ach beloof het alleen, maar doe het ook. Gij hebt besproken om Epe te helpen, te trachten daar het Evangelie te brengen, maar laat het daar niet bij, doch doe het ook. Er zijn er nog enkelen in het moderne Epe, die naar uw komst uitzien, die verlangen het zuivere Woord in Epe te hooren. Laat dan niet roepen zonder te hooren, beloof dan niet zonder te doen, maar zet voort wat begonnen is!
En wat er gedaan moet worden? Zouden die predikanten, die willen medewerken om in Epe het zuivere Woord te brengen even aan mij bericht wilen zenden en zoo noodig op een nader vast te stellen tijd en plaats samen willen komen om te bespreken wat gedaan moet worden? Maar wilt gij dan bedenken, dat niet alleen beloofd, maar ook gedaan moet worden? Uw Zender heeft u geroepen en uitgezonden tot de grootsche en heerlijke taak het Evangelie uit te dragen aan een zondig volk; bedenk dan dat in het moderne Epe er zijn die roepen: Kom over en help ons!
Weet gij wel, dat er geschreven staat: De leeraars nu zullen blinken als de glans des uitspansels en die vele rechtvaardigen als de sterren altoos en eeuwiglijk! Ook in het moderne Epe zijn er wellicht nog, die toegebracht moeten worden, voor wie Gods woord het middel zal zijn, dat zij den weg des verderfs verlaten en het pad des levens betreden. Ach, laat dan niet vergeefs vragen, niet vruchteloos roepen; beloof niet zonder te doen; maar beloof en doe het, opdat het nog wezen mocht, dat in de prachtige kerk van het thans nog moderne Epe, eens een predikant op den kansel staat, die den menschen predikt die zuivere leer, die hun spreekt van arme zondaren en een rijken Christus.
Gaarne tot alle mogelijke inlichtingen bereid,
zijnde Uw aller d.w. dn.
J. C. DE JEU.
Epe (Geld.), Haverkamp.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 oktober 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 oktober 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's