SCHRIFTVERKLARING
81) 1 Timotheüs 6: 11
Maar gij, o mensch Gods, vlied deze dingen; en jaag naar gerechtigheid, godzaligheid, geloof, liefde, lijdzaamheid, zachtmoedigheid. (1 Timoth. 6 vers 11)
81
Maar gij, o mensch Gods, vlied deze dingen; en jaag naar gerechtigheid, godzaligheid, geloof, liefde, lijdzaamheid, zachtmoedigheid. (1 Timoth. 6 vers 11)
Mensch Gods. De apostel heeft de geldgierigheid in een licht geplaatst, waarin zij meestal niet wordt gezien. Er wordt vaak, ook in het midden der gemeente, vergoeilijkend over gesproken. Maar de apostel zegt dat zij de kiem van alle kwaad, van alle ellende, in zich bevat en dat zij dit niet minder is dan andere zoden welke grooter schijnen. Het is dus geen wonder dat de apostel zijn geestelijken zoon vermaant deze dingen te ontvlieden. Met "deze dingen" is dus niet bedoeld alles wat wij vanaf vers 3 in ons hoofdstuk lezen. Er zijn wel verklaarders die het aldus voorstellen. Maar wat daar staat is al te ver verwijderd. 't Gaat hier niet over de geldgierigheid en alle booze begeerten die zich daarmede paren. Natuunlijk kon ook Timotheüs in den strik vallen. Het voorbeeld van de kleinzielige wetpredikers, die zich goed lieten betalen, kon verleidelijk werken. Wij behoeven uit deze vermaning nog wel niet af te leiden dat Timotheüs in zijn hart reeds ruimte gegeven had aan de geldglerigheid, maar de apostel weet dat elk hart er voor open staat, ook van hen, die zich over den Heere Jezus Christus verheugden als over hun eenigen Zaligmaker.
Daarom spreekt de apostel van zijn voorrecht en van zijn roeping, van de genade hem bewezen en van den strijd dien bij daarom te strijden had. De uitdrukking „mensch Gods" doet wat vreemd aan, omdat wij haar nergens in de Heilige Schrift ontmoeten, dan alleen nog in den tweeden brief aan Timotheüs. Hier wordt Timotheüs er mede aangesproken. Zij klinkt als aanspraak niet erg broederlijk, vriendelijk. Als de apostel elders schrijft van „mijn oprechten zoon in bet geloof", dan doet ons zulk een aanspraak heel wat warmer aan. Het gaat hier echter niet slechts om een aanspraak. Daarvoor is hier geen bepaalde oorzaak. Maar op een onnoembaar grooten zegen wilde de apostel wijzen, op een rijkdom der genade, die het deel van Timotheüs was en die alle menschelijke waardeering verre overtrof. Timotheüs was een mensch Gods. Hij sprak hem maar met dezen titel aan, opdat de aangesprokene dit zich goed bewust zou zijn. Nu wil dit niet zeggen dat Timotbeüs hierin een plaats inneemt hooger dan de andere christenen, alsof deze benaming gelijk zou staan met die van „man Gods" in het Oude Testamemt. Mozes als de profeet en leider van het volk, ook David als de profeet en koning, zij werden „man Gods" genoemd, omdat zij een hoogere plaats innamen onder de gunst Gods. Zóó moeten wij de benaming „mensch Gods" niet opvatten. Ieder kind des Heeren mag zoo genoemd worden. Door de genade van den Heere Jezus Christus is hij in zeer bijzonderen zin het eigendom van God geworden. Alle menschen zijn het eigendom van God, van den Schepper aller dingen, maar de natuurlijke mensch is dit niet vrijiwillig, met lust en liefde. Hij keert zich van zijn Schepper af en geeft zich zelf aan zonde- en werelddienst. Door de zegenrijke werking van het Evangelie wordt hij echter uit den dood overgezet in het leven, uit de duisternis in het licht, uit het eigendom der wereld in het eigendom Gods. Zoo wordt bij door wedergeboorte en bekeering een mensch Gods.
Dat groote voorrecht moest Timotheüs 't allermeest bezig houden, en niet alleen hem, maar allen die de genade van den Heere Jezus Christus kennen en liefhebben. Een mensch van God mag geen mensch van het geld zijn. Een vrijgekochte des Heeren mag geen slaaf van het goud worden. Daarom schrijft de apostel: mensch Gods, vlied deze dingen.
Een mensch Gods moet naar iets anders jagen. Laat de menschen dezer wereld jagen naar goud en goed, de menschen Gods hebben een hoogeren levensdrang. Het is alsof de apostel de tegenstelling vasthoudt en doorvoert. Een gierigaard wil altijd nog méér hebben. Met een vollen buidel jaagt hij naar een tweeden. Een kind des Heeren heeft een schat van genade. Hij zitte hierbij echter niet stil. Hij jage naar méér. Jaag na gerechtigheid, godzaligheid, geloof, liefde, lijdzaamheid, zachtmoedigheid. Toon hierin God toe te behooren, opdat de idealen van een echt menschelijk, echt Gode gewijd leven u steeds voor oogen staan.
Zes deugden, die 't leven van een mensch Gods sieren, worden hier genoemd. Zij behooren twee aan twee bij elkander. In de eerste plaats: gerechtigheid en godzaligheid. De gerechtigheid waarvan in Mattheüs 5 vers 20 gesproken wordt, die overvloediger is dan die der schriftgeleerden en der farizeën. Een gerechtigheid dus voor God en de menschen. Streef er naar als een mensch Gods, zoo bedoelt Paulus, om als een eerlijke man voor God en voor de menschen te leven. Die gerechtigheid ga gepaard met godzaligheid, d. w. z. met de vreeze des Heeren. Een eerlijkheid, een rechtvaardige wandel, gedragen en gesteund door een innerlijk leven met God. In de tweede plaats: geloof en liefde. Geloof dat zich aan God alleen vasthoudt en zich niet schaamt voor de menschen, en liefde, waardoor dit geloof tot dienst der menseben werkzaam is. Ten slotte: lijdzaamheid en zachtmoedigheid, d.w.z. geduld, waardoor men het lijden gewillig draagt, zonder verbittering. De apostel zegt niet dat deze deugden des Geestes zoo maar voor het grijpen liggen. Neen, daarvoor is een zware zielearbeid noodig! Het moet een jagen zijn, met inspanning van alle krachten. Van een mensch Gods wordt niet anders verwacht. Ook hier maakt de apostel er geen wensch van. Zijn woord luidt als een bevel. Zóó moet het zijn. De gierigheid is een wortel van alle kwaad, maar het geloof draagt in zioh de kiem van alle goed. Daarom is dit de roeping van den geloovige: zich in alles een „mensch Gods" te toonen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's