STAAT EN MAATSCHAPPIJ
Tweeërlei kwaad.
Er kan niet dikmaals genoeg gewezen worden op het gevaar, dat ons volk bedreigt in het bezoeken van dansgelegenheid en bioscoop. Dit gevaar is te ernstiger, omdat van dit tweeërlei kwaad zoo'n ontzettende zuigkracht uitgaat op het jonge volk.
Op het platteland heeft men geen begrip van wat op dit punt in de groote steden en soms ook in kleine gemeenten omgaat. Dezer dagen lazen we in de couranten van een jongmensch, amper 18 jaar oud, die op een kantoor vijftien gulden per week verdient, daarvan aan zijne ouders niets afdraagt, maar een tientje van zijn weekgeld verdanst. En zoo'n geval staat niet op zichzelf. Want als van de bezoekers van de z.g.n. dancings een statistiek zou zijn te verkrijgen, dan zou het blijken, dat duizenden en nogmaals duizenden jonge mannen en jonge meisjes zich aan het danskwaad overgeven. De huidige dansweede tiert onder alle klassen van ons volk. Rijk en arm hebben elk hunne dansgelegenheden, welke avond aan avond of op meerdere avonden in de week worden bezocht teneinde aan de ijdele genotzucht voldoening te geven. Geestelijk én zedelijk gaat de jeugd, die aan dit kwaad deelneemt, ten gronde.
En zooals het met het dansen staat, zoo gaat het ook met de bioscoop.
Wij schreven reeds bij een vorige gelegenheid over de beruchte Potemkinfilm, die op het oogenblik in de bioscopen van verschillende gemeenten gedraaid wordt. Naar ooggetuigen mededeelen, is deze film van het begin tot het einde één propaganda voor en verheerlijking van het verzet tegen het wettig gezag; één idealiseering van dienstweigering en sabotage.
Het misleidende in deze film bovendien dat zij niet weergeeft wat in werkelijkheid plaats greep, maar een rolprent is die een tevoren in elkander gezet comediespel weergeeft. En zoo suggestief en opwindend werkt de vertooning, dat als filmdoek het publiek laat zien, hoever het wel met de muiterij en den opstand onder het scheepsvolk van de Potemkin, het oorlogsschip van tijdens het Russische Keizerrijk wel komen kan, een gejuich onder de bioscoopbezoekers opgaat, en luide bijval en betuigingen uit de zaal opklinken. Terecht heeft de militaire overheid in de gemeenten, waar onlangs de dienstplichtigen voor herhalingsoefeningen opkwamen en waarin de vertooning van de Potemkinfilm toegelaten was, aan het boofd der gemeente verzocht de film te verbieden. Het wekt ergernis, dat, terwijl in landen als Duitschland, Frankrijk en Engeland de onmenschelijke en mensch-onteerende Potemkin-film verboden is, deze in Nederland werd toegelaten en avond aan avond in het midden van overvolle zalen wordt vertoond.
Naar gemeld wondt, is een tweede film van dezelfde organisatie, ten dienste van de revolutionaire propaganda: ,,de boot des doods", alreede verschenen en bestaan er plannen ook deze film naar Nederland te doen komen. Dat bijzonder de jeugd gelegenheid krijgt om dergelijke schouwspelen bij te wone is meer dan ergerlijk en in-droevig. Het toont aan, hoever Overheid en volk reeds op het verkeerde pad zijn gekomen, en stelt de groote verantwoordelijkheid van beiden vast, ten opzichte van wat uit de tegenwoordige jeugd, waarvan het overgroote gedeelte geen andere begeerte heeft dan het genot van dans en bioscoop te smaken, voor de toekomst zal opgroeien. Voor ons christenvolk, dat het mag houden bij God en Zijn Woord, is 't wel een teken om zich te bekommeren over de zonde en de ongerechtigheid, die zich op zoo drieste wijze ook onder ons volk komen te openbaren.
Een netelige kwestie.
Het verdrag met België, dat door de Minister van Buitenlandsche Zaken wel geteekend, maar nog krachtens Artikel 5-- der grondwet door de Staten Generaal moet worden geratificeerd (goedgekeurd) zal, wanneer het einde dezer week in de Tweede Kamer in behandeling komt, blijken een heet hangijzer voor onze volksvertegenwoordiginig te zijn.
En dit behoeft ook niet te verwonderen
Eerstens, omdat de overeenkomst met België in politiek opzicht op verschillende punten ter zake van het Schelde-vraagstuk inbreuk maakt op de Souvereiniteitsrechten van Nederland en daarom als aangelegenheid van volkenrechtelijken aard ons land in groote moeilijkheden brengen kan. En tweedens, wijl het verdrag aan België in economischen zin de volle 100% der voordeelen geeft, terwijl Nederland met leege handen mag toezien, dat de welvaart van Antwerpen voor een niet gering gedeelte ten koste van den bloei van onze havensteden plaats heeft. Nu komt daarbij de groote moeilijkheid dat niemand kan voorzeggen, of zelfs voorzien, welke de gevolgen zullen zijn in het geval de Staten Generaal mocht besluiten om het Verdrag niet te ratificeeren. Voorzeker, het Belgisch tractaat is en blijft een netelige kwestie.
Kan dat zoo maar?
Hoe noodig het is om toe te zien, dat de jeugdbeweging in goede banen wordt geleid en zich niet aan excessen (buitensporigheden) te buiten gaat, blijkt uit hetgeen De N e d e r l a n d er mededeelt over de propaganda-avond van de Christelijk Historische jongeren te Haarlem, ter opening van het winterseizoen. Nadat de vergadering geopend was, sprak ds. Joh. Langman, lid van de Tweede Kamer, over het onderwerp: „Beginsel-politiek", welk bezielend woord met grote aandacht werd aangehoord en met een welverdiend applaus werd beloond. De samenkomst, opgeluisterd door voordrachten en een tooneelstuk, „Haar luitenant", dat door eenige leden der Jongerenvereeniging werd opgevoerd, viel mede zeer in den smaak. Geëindigd werd met het gemeenschappelijk zingen van Gezang 96. Uit dit programma van de propagandavergadering komt duidelijk naar voren hoe christelijke jongeren in hunne samenkomsten niet moeten optreden en daarin zal de Christelijk Historische Unie het volmaakt met ons eens zijn. Een slecht voorbeeld werkt aanstekelijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's