De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN.

8 minuten leestijd

Postrekening 35683.

30 November is het voor mij Oudejaar. Dat is een maand te vroeg. Dat is zoo, maar dan loopt mijn boekjaar ten einde. Al wat er nog tot dien datum binnen komt, behoort tot het oude. Dan wordt er een schrap gezet en gaan wij eens na of we vooruit of achteruit geboerd zijn. Voor we zoover zijn, moet er nog veel gebeuren.
1. Moeten de afdeelingsbesturen zorgen dat vóór 15 November alle contributies geind zijn en het bedrag aan mij is overgemaakt. Daar mankeeren er nog genoeg aan, die aan hun verplichting niet voldaan hebben; alzoo heb ik nog heel wat te wachten uit dien hoek.
2. Hebben wij te zorgen dat wij op voet van vriendschap blijven met de Dordtsche koopvrouw; die heeft thans in kas ƒ 80.00 en er moet vóór 1 Dec. ƒ 150.00 zijn. Dus daar mankeert nog ƒ70.00 aan. Er is alzoo werk aan den winkel voor onze verzamelaars. Ook helpt het veel als ge soms een pakje hebt dat wat klein is, als ge er een zilverbon of iets van directe waarde bij stopt. Ze is lang niet ongevoelig voor dergelijke verrassingen en het helpt goed om aan de ƒ70.00 te komen.
3. Eindigt met 30 November de 17de jaargang van de Waarheidsvriend en hopen dan weer met frisschen moed aan den 18den te beginnen. Om frisch en met moed onzen arbeid voor te zetten, is het noodig dat wij ook zien dat die arbeid gewaardeerd wordt. Wij vragen daarover geen enkele loftuiting. Het is ons ruimschoots voldoende als niemand bij het einde van den 17den jaargang bedankt als abonné en bijzonder opgewekt zullen wij ons gevoelen, als bij het aantal abonné's van den 17den jaargang zich nog eenige honderden aanmelden voor den 18den.
4. Hebben wij groote zorg hoe de verhouding van het eindcijfer van het afgeloopen jaar zal zijn tegenover dat van het vorig jaar. Een groote oorzaak, om met frisschen moed voort te gaan is zeker wel, dat nu 17 jaar lang dat eindcijfer is gestegen. Het is nog niet voorgekomen dat wij moesten constateeren: wij hebben zeker nu het toppunt bereikt, want we zijn dit jaar niet kunnen komen aan het cijfer van het vorig jaar. Dat is gelukkig nu 17 maal niet gebeurd. Een groote vraag: Hoe zal het nu zijn? Als ge mij vraagt wat ik er van denk, dan durf ik daar geen antwoord op te geven. Ik ben ook eigenlijk wel een weinig huiverig om de zaak te onderzoeken. Toch zal ik trachten na te gaan of er reden is voor ongerustheid of niet. Ik veronderstel, dat velen die met ons medeleven er op re­ kenen door mij gewaarschuwd te zullen worden vóór 1 Dec, want dat ook zij niet zulen willen dat wij ditmaal voor het eerst met een achteruitgaand cijfer voor den dag zouden moeten komen. Dit weet ik wel zeker, — ook zonder het te hebben nagegaan — dat de uitgaven voor het Studiefonds veel hooger zijn dan 't jaar te voren. Dat zou dus met een achteruitgaand cijfer in de ontvangsten al héél slecht kloppen.
5. Hoe zal het gaan met de collecten bij de spreekbeurten? Ik ben gewend, dat in de maand November nog tal van spreekbeurten worden gehouden, waarbij de collecten vaak groote bedragen in mijn kas deden vloeien. Zoo is de maand November een belangrijke maand voor mij, welke de beslissing kan geven óf dat ik even over het cijfer kom van het vorig jaar, óf — wat niet te hopen is — er onder blijf.
Waarde lezers en Bondsleden, ik heb u nu alvast voor vandaag 5 punten opgenoemd, die mij zorgen baren. Ik zal het er nu maar bij laten en voor een anderen keer ook wat bewaren. Ik hoop echter, dat u door dit vijftal er genoeg van doordrongen zijt dat ondergeteekende ook zorgen heeft, waaronder hij wel eens moet zuchten.
Wonderlijk! Ik sta er van verstomd! Onder den indruk van den schralen oogst van deze week, geraakte ik geheel in den pessimistischen toon, en ziet, nauwelijks heb ik 't terneer geschreven, of daar brengt de post mij een aantal berichten, uit Genemuiden, Rotterdam, Goudriaan, Gorinchem, die mij beschaamd doen zijn. Onwillekeurig kwam in mij 't woord: Ziet nu, „Eer zij roepen, zal Ik antwoorden". Het is zoo. Ik had nog niet eens geroepen, en het antwoord is er al. De lof en de eere zij den Heere; de beschaming voor mij.
Ik zal maar met de laatste beginnen.
Rotterdam, Geachte heer Fliehe te Arnhem, „De vette letters" voor Rotterdam! Hierbij zend ik u een bedrag van
honderd vijf en dertig gulden
collecte bij een spreekbeurt door ds. S. van Dorp van Den Haag, voor de afdeeling Rotterdam-—.Delfshaven in de Chr. Geref. Kerk op Donderdag 21 October j.l. De kerk was stampvol. Het was een heerlijke avond voor onze afdeeling, met een flinke collecte, want er is ook nog ƒ 65.00 gecollecteerd voor de onkosten, zoodat er totaal ƒ200.00 is bijeengebracht!
Met vriendelijke groete,
J. D. Verschoor,
Penningm. der Afdeeling.
Dat is iets ongewoons voor Rotterdam. Een verblijdend begin en een moedgevend teeken. Zouden de groote steden dezen winter nu eens wat meer naar voren komen? Wij zijn door hen nog heelemaal niet verwend. Wij hopen, dat Rottendam aanstekelijk zal werken. Ook
G o r i n c h e m , een zooveel kleinere plaats, kwam flink voor den dag met een collecte van ƒ 60.00, gehouden bij een spreekbeurt door ds. W. J. van Lokhorst van Delfshaven; en uit
G o u d r i a a, n ontving ik bericht van ds. A. Luteijn dat daar op Zondag 24 Oct. een bijzondere gift is gecollecteerd van ƒ 40.00 voor verschullende doeleinden, waar onder ook ƒ 5.00 voor het Leerstoe1fonds en ƒ5.00 voor het Studiefonds.
G e n e m u i d e n. Deze gemeente telt tegenwoordig ook mee. Het bezoek van onzen student Abbringh ligt nog versch in ons geheugen, en nu schrijft de heer J. S. Brouwer mij: „Het verheugt ons u weder iets te kunnen zenden. Wij collecteerden j. 1. Zondag onder de bediening van den Wel-Ew. heer ds. J. E. Klomp, van Oldebroek, een bankbiljet van ƒ25.00, te verdeelen als volgt: ƒ 15.00 voor het Studiefonds van den Geref. Bond en ƒ 10.00 voor onze Hervormde Kerk, met bijschrift: „Een dankoffer van twee echtparen die 12,5 jaar door het huwelijk verbonden zijn".
Hartelijk dank. Wij wenschen hun beiden er voorloopig nog I2,5 jaar bij onder de gezegendste omstandigheden.
Uit .......... Ja, ik weet het niet. Ik heb zitten turen op het postmerk, maar 't was gevlakt en kon het niet lezen. Evenwel het bijgevoegde briefje wel. Het luidde:
Geachte heer Penningmeester,
Hierbij ontvangt u ƒ 5.00 van een lezeres van de Waarheidsvriend, voor het Leerstoelfonds, omdat ik zoo van harte instem met het heerlijke doel dat de fondsen beoogen. Ik hoop dan ook van harte, dat vele, vele groote en kleine giften mogen volgen. Groete,
N.N.
Nog weer een kleinere plaats dan Gorcum gaf een teeken van leven, n.1.
N e d e r-L a n g b r o e k, vanwaar ik ontving van ds. W. Zijlstra het bedrag der collecte, zijnde ƒ 20.11, gehouden bij een spreekbeurt van ds. R. Bartlema van Zeist.
Z e i s t, door ds. B. N. B. Bouthoorn ƒ 1.25, zijnde de helft van een gift van ƒ 2.50 van mej. v. S. en bestemd voor het Studiefonds.
's-G r a v e n m o er, door ds. F. Anker ƒ1, gevonden in de kerkcollecte voor het Studiefonds.
S l i k k e r v e e r, van P. van Beek ƒ 10.40 uit busje no. 206 voor het Studiefonds. Dit is van 7 personen waar wij wekelijks aan huis iets ontvangen. Dat de Heere er Zijn zegen over gebiede, schrijft onze vriend er bij.
Nu, dat was een treurig begin met mijn schrijverij, maar ik kan met een blij en dank baar hart eindigen. Wie had dat gedacht! Het totale bedrag voor deze week is
f 268.65.
Dank aan Hem die ons zoo ruimschoots zegende. Moge de gave ook aan het doel beantwoorden tot prijs van den grooten Naam onzes Heeren.
De Penningmeester,
J. C. FLIEHE.
Arnhem, Parkstraat 6.
Mededeeling. Uit Rotterdam ontving ik nog de namen van 3 nieuwe leden. Uit Zaandam opgaven voor proefnummers. Evenzoo uit Noordeloos. Hartelijk dank hiervoor. Mag ik daarbij nog even opmerken dat de kans om abohné's te winnen 10 X wordt verhoogd als men eens even gaat praten en vragen of ge ze als abohné moogt noteeren, nadat ze een paar keeren een proefnummer hebben ontvangen. 't Is maar een wenk. Laat het echter daarom niet om adressen op te geven als u daarvoor de gelegenheid ontbreekt.

Postz., capsules en zilverpapier
Ontvangen van:

1e. J. Nieuwenhuizen, Monster, postzegels, capsules, ziiverpapier en ƒ1.
2e. Krijntje, Hendr. en Jan v. d. Doel, Sommelsdijk, 200 halve centen, 20 halve stuivers, postzegels en zilverpapier.
3e. N. N., Ooltgensplaat, zooals gewoonlijk wederom ƒ 10, benevens postzegels, zilverpapier en capsules.
Hartelijk dank hiervoor en ik breng hierbij tevens den wensch over van dezen trouwen milden gever, dat er spoedig navolgers mogen komen. Ik behoef er zeker niet bij te voegen, dat ik het hier heel erg mee eens ben.
Ook ontving ik nog een pakje zonder naam of adres, ik vermoed uit Roosendaal, inhoudende postzegels, capsules, zilverpapier en 94 halve Stuivers. De vorige week ontving ik een dergelijk pakje, blijkbaar uit Rotterdam, inhoudende postzegels, capsules, zilverpapier, 45 halve centen en 20 stuivers, afgezonden door mej. van Dijk.
Met hartelijke groeten en voortdurende aanbeveling,
Mej. J. DEN HARTOG.
Dordrecht, Krommedijk 60.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's