UIT DE PERS
In De Bazuin lazen we in de rubriek O u d e r s e n K i n d e r e n het volgend artikel van den heer Meima, directeur der Kweekschool met den Bijbel te Groningen.
„Het ambt der ouders".
Dat klinkt zoo heen wel wat ouderwets wanneer we spreken van het „ambt" der ouders. Dat klinkt velen in onzen tijd wat al te plechtig. Die hebben een wat luchtiger opvatting het werk, dat ouders aan kinderen verrichten. Natuurlijk, je verzorgt ze, maar overigens Iaat je ze naast je opgroeien en daarmee uit. Wat verander je nu veel aan zulke kinderen? Die doen op den duur toch, wat ze willen. Neen, en daarbij kun je niet van een ambt spreken.
Toch hebben onze vaderen het wel aangedurfd, de ouderlijke plichten een „ambt" te noemen. Die voelden, dat, wanneer God aan menschen kinderen toevertrouwde, deze ouders een gewichtige taak, een ernstige roeping hebben te vervullen. Op de Synode van Dordrecht 1618-1619 hebben ze dan ook uitvoerig gehandeld over „het ambt der ouders". Daartoe behoort volgens hen:
1. In huis de kinderen en ook het gehele huisgezin ernstig te onderwijzen in de beginselen der Christelijke Religie en dat wel voor ieders begrip.
2. Alle huisgenooten te gewennen aan het doen der gebeden.
3. De kinderen en verdere huisgenooten mee te nemen naar de prediking des Woords.
4. Thuis met hen te spreken over de gehoorde predikatiën, vooral wat betreft de catechetische.
5. Voorlezen uit den Bijbel of een der huisgenooten doen voorlezen.
6. Enkele merkwaardige teksten uit Bijbel van buiten laten leeren.
7. Zulke teksten, voor zoover mogelijk de kinderen verklaren, om ze aldus voor te bereiden voor het onderwijs in school en catechisatie.
8. Zorgen, dat de kinderen zoo getrouw mogelijk gebruik maken van de lessen in school en catechisatie.
We zijn het er hartelijk over eens, dat deze dingen ook in onze dagen nog wel eenige aandacht verdienen. Zouden we wel beantwoorden aan het hooge ideaal, ons hier voorgehouden! We verbeelden ons wel eens, dat we zomaar verder zijn, dan die oude Dordtsche vaders, maar ik wil ieder Christelijk huisvader uitnodigen, zijn gezinsleven eens te leggen naast deze schets. Neem eens punt 1.
Ik denk daarbij aan „het doen of het helpen onderwijzen" van het Doopsformulier. Hoeveel ouders gaan zelf onderwijzen? Niet weinigen laten het geheel aan den onderwijzer en den predikant over, tot schade van henzelf en niet zelden van de kinderen. De kinderen geven toch een prachtigen prikkel om ook in deze bij te blijven, 't Is niet zoo kwaad, dat wij ons vragenboekje nog eens weer door gaan. Menigeen sluit het, wanneer hij zijn „belijdenis" achter de rug heeft en laat het voorts gesloten. Toe, laat hij het met zijn kinderen nog eens openen.
Met het tweede punt staat het in vele gezinnen beter. Het huiselijk gebed is in eere, misschien nog wel teveel als "stil gebed", maar men zou toch niet graag het gebed verzuimen. Wel kunnen we er meer op letten, of het eigen gebedsleven van onze kinderen zich ook ontwikkelt. Of ze ook behoefte krijgen aan een eigen gebed en niet langer met een formuliergebed tevreden zijn.
Overal gaan de kinderen mee naar de kerk. Het zitten van gezin bij gezin komt gelukkig meer in eere. Hier en daar is nog een vergeten hoek of een galerij, waar de kinderen bij elkaar blijven en daar niet zelden groote ontstichting voorzaken. Laat men toch het Dordtsche voorschrift een beetje letterlijk opvatten. De huisgenooten nemen de kinderen mee en houden ze bij zich. Misschien kan dan ook het vierde punt beter tot zijn recht komen, dat er thuis eens over de preek gepraat wordt met de kinderen. Daar heeft nu niet elk zoo den slag van, maar als men het weet te doen in aansluiting aan de geschiedenis, die in huis en school gelezen en verteld wordt, dan kan het koffieuurtje na de kerkgang vruchtbaar worden. Is het niet merkwaardig, dat met name de preek over den Catechismus genoemd wordt. Wij zouden zoo zeggen, die komt voor huiselijke bespreking het minst in aanmerking. Onze vaderen dachten daar anders over. Die waakten zeer nauwlettend, dat naast d ekennis van het Woord toch ook de belijdenis in eere bleef. Ik geloof, dat de geschiedenis van Gods Kerk bewijst, dat ze goed gezien hebben. Ook de andere punten wil ik in de aandacht in mijn lezers aanbevelen. Wanneer wij er naar handelen, worden we bewaard voor de foute levenspractijk, dat wij de onderwijzing onzer kinderen, ook in wat de hoogste levenswaarden zijn, geheel overlaten aan Kerk en School.
Bij punt 8 wil ik nog even den vinger leggen. Trouvv naar de school, ja, daar zorgt de Leerplichtwet voor en trouwens, de ouders begrijpen maar al te goed, dat gebrekkig schoolonderwijs kinderen in 't leven leelijk achteruitzet. Maar de catechisatie. Daar kunnen ze gemakkelijk eens van thuis blijven. Menig predikant heeft daarover meermalen reeds met reden geklaagd. Voor allerlei onderwijs, voor velerlei vergadering is tijd, maar de catechisatie komt in de verdrukking. Dat is in menig gezin een reusachtige fout, die zich op den duur moet wreken. De geestelijke dingen laten zich niet ongestraft naar den achtergrond dringen. In dit opzicht geloof ik het ook een fout van menigen kerkeraad, dat men de catechisaties maar een deel van het jaar laat houden, soms maar een klein deel van het jaar. Spreekt daar niet vaak in een te veel toe geven aan de materiëele belangen? Huis en Kerk mogen hierover wel eens handelen met elkaar. De catechisatietijd is op menige plaats te kort, om voldoende vrucht af te werpen.
Ook nog in een ander opzicht komt het ambt der ouders tot uiting bij de catechisatie. Ze moeten niet alleen zorgen dat de kinderen en de huisgenooten in het algemeen trouw gaan, maar ze moeten ook toezien en meewerken, dat er profijt van wordt getrokken. Wat is het alleen al een goed ding, dat de vragen thuis eerst eens worden overhoord door vader of moeder! Dat geeft al een heelen steun aan den dominee, die misschien geen tijd heeft, om allen te overhooren. Ik kan dit ook aanraden voor wat de kinderen op school moeten leeren. Laten ze thuis hun tekst, hun psalm, hun gezang maar eerst eens opzeggen. Dat brengt de ouders beter dan door rapporten op de hoogte met den ijver, de bekwaamheden, de vorderingen van hun kinderen. Op die manier nemen we ook waar »het ambt der ouders«, ons van 's Heeren wege toevertrouwd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 november 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 november 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's