FINANCIËN.
Postrekening 35683.
Een ieder die eenig begrip heeft van boekhouden, zal zeker wel verstaan dat het zeer moeilijk is om een maand vóór dat het boekjaar ten einde loopt, uit de gegevens op te maken of het eindcijfer dalend of rijzend zal zijn. Vroeger, bij het begin, kon dat wel, maar thans, nu de boekhouding een zoo geduchte uitbreiding heeft gekregen, moet men met zooveel factoren rekening houden, dat het bijna onmogelijk is dit zelfs bij benadering te bepalen.
Toch zou het mij spijten als ik met een dalend cijfer zou moeten komen, want dit zou dan de eerste maal zijn, zonder u daar voor gewaarschuwd te hebben.
Ik wil geen alarmklok doen luiden als 't niet noodig is. Ik geloof — maar het is altijd min of meer er met een slag naar slaan — dat het best mogelijk is dat wat de ontvangsten betreft, met een even gunstig cijfer als vorig jaar zouden kunnen eindigen en niet met een dalend cijfer voor de ontvangsten. Evenwel is èèn ding beslist noodzakelijk en dat is, dat de maand November 1926 niet minder opbrengt dan de maand November 1925.
En daar ben ik nu juist bevreesd voor, want de maand November 1925 was, evenals in 1924, zeer gunstig door de collecten bij vele spreekbeurten en de inkomsten van vele groote en kleine gaven. Het is nu 9 November terwijl ik dit schrijf en de vorige week en deze week staan verre beneden die van het vorig jaar. Ook zie ik in de maand November 1925 nog een paar groote giften, waar dikke letters voor noodig waren en nog verscheidene collecten bij spreekbeurten. Allen werkten mede om de laatste maand van ons boekjaar — want het eindigt 30 November — nog zoo goed mogelijk te maken.
Wilt u daaraan medehelpen? Ontvangen uit
F e ij e n o o r d van br. Jb. Bot, penningmeester der afdeeling. Onze vriend was ditmaal laat. Dit kwam door ongesteldheid, want anders is hij altijd veel vroeger met zijn afrekening. (Er zijn nog meer penningmeesters van afdelingen, die mij hun afrekening nog niet zonden; ik hoop niet, dat dit door ongesteldheid veroorzaakt wordt). Dit is zoo tusschen twee haakjes.
Wij gaan verder met onze rekening Feijenoord en vinden aan contributie opbrengst ƒ 73.75, af 25%, blijft ƒ55.30; collecte voor het Studiefonds bij een spreekbeurt, op 14 Oct. ƒ 32.—; voor de Bondskas als aandeel in het honorarium van den spreker ƒ 5.— ; van een openbare ledenvergadering aan collecte ƒ 6.54; collecte twee ledenvergaderingen ƒ3.—. Totaal ƒ 101.84.
Hopende, dat de Heere ook hierin Zijn zegen mag geven en aan het eind zal blijken dat uw inkomsten niet verminderd zijn, schrijft onze vriend Bot. Wij danken de afdeeling voor het gezondene en den accuraten penningmeester voor zijn afrekening en herziene ledenlijst. Moge ook deze laatste wensch vervuld worden.
's-G r a v e n m o e r, ƒ 1.— - door ds. F Anker. „Een dankpffertje", gevonden in de collecte.
G e n e ni u i d e n, ƒ 2.50 bij den heer Brouwer aan huis bezorgd op 2 November j.l., met bestemming voor de fondsen.
H a r d e r w Ij k, door F. van Dam, penningmeester der afdeeling, de contributie van 1926 na aftrek der 25% ƒ45.75.
Wij zullen het er thans bij laten en hopen dat allen die daartoe in staat zijn, zullen medewerken om het jaar weder met een gunstig cijfer te kunnen eindigen.
De Penningmeester, J.C. FLIEHE.
Arnhem, Parkstraat 6.
Postz., capsules en zilverpapier
Deze week werd ik niet weinig verrast door een bijzondere gift uit Vlissingen, waardoor we een eind in de goede richting gegaan zijn. Ik ontving vandaar van N. N. drie briefjes van ƒ 10.—. Hartelijk dank voor deze milde bijdrage.
Die is echter niet de eenlge geweest, die mij met een gave verrast hebben, al waren het dan niet zulke groote bedragen, maar die mij daarom niet minder welkom waren, want vele kleintjes maken toch tezamen één groote.
Er werd verder nog door mij ontvangen van:
2e. Annie van Antwerpen Edr. en Annie van Antwerpen Wdr. Monster, ƒ 4.— ; benevens postzegels, capsules en zilverpap.;
3e. den heer A. Brussaard, Oud-Beijerland, postzegels, capsules, zilverpapier en 125 halve centen, verzameld door de kinderen der 4de klasse Keucheniusschool, aldaar;
4e. Ds. J. Enkelaar, Rijssen, postz.;
5e. Rieka Labrie, Vianen, 525 h. centen ;
6e. R. W. Utrecht, postzegels, theelood, zilverpapier en koper;
7e. Pietje Mijnlief, Pernis, zilverpapier, postzegels efl 80 halve centen;
8e. A. Borst, Hattem, zllverpapier en ƒ 1--;
9e. Mej. N.A.J. Rijsdijk, onderwijzeres te Papendrecht, zllverpapier, postzegels, theelood en ƒ 2.—, verzameld door de kinderen uit haar klas. Hiermede ben ik weer aan het eind van mijn ontvangsten.
Mijn hartelijken dank aan allen, die mij deze week zoo ruimschoots hun gaven deden toekomen.
Met vriendelijke groete.
Mejuffr. J. DEN - HARTOG.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 november 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 november 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's