De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

4 minuten leestijd

Onbevredigend en teleurstellend.

Het antwoord, dat de regeering heeft gegeven op de opmerkingen, welke in de afdeelingen der Tweede Kamer over haar algemeen politiek beleid werden gemaakt, zal voor velen niet alleen onbevredigend, maar ook teleurstellend zijn.
Onbevredigend is de Memorie van Minister de Geer b.v. wat betreft zijn ontwijkend antwoord op die klacht uit het Voorloopig Verslag dat de saamhoorigheid tusschen de leden van het Kabinet te wenschen overlaat, wat een beletsel uitmaakt voor een krachtig gouvernement.
De regeering die deze geringe saamhoorgheid tusschen de Ministers ontkent, schijnt echter de bedoeling der klacht niet te begrijpen. Minister de Geer schrijft, dat ten slotte ieder Minister voor het beheer van zijn eigen Departement verantwoordelijk is. Zóó — vervolgt de Minister — was het vroeger en zóó is het nu. Dit laatste lijkt ons niet juist. De vraag b.v. of voor de benoeming tot burgemeester ook Sociaal Democraten moeten In aanmerking komen, zal wel nimmer door den Minister van Binnenlandsche Zaken alléén zijn beantwoord geworden.
En evenmin zal dit het geval zijn geweest bij het laten loopen van extra treinen op Zondag tegen verminderd tarief, een aangelegenheid, die het beleid van den Minister van Waterstaat betreft, maar waarbij zeker een vorig Kabinet wel een woordje zal hebben meegesproken, waardoor een krachtiger drang op de Spoorwegmaatschappijen kon worden uitgeoefend.
In het Kabinet de Geer handelt ieder ­ Minister naar eigen goeddunken. Vandaar de klacht over gebrek aan saamhoorigheid tusschen de Ministers, waardoor een krachtig gouvernement niet wordt verkregen.
Maar ook is het antwoord van de regeering teleurstellend;  zoo in hetgeen zij negeert, als in de weinig zakelijke behandeling van de vraagstukken, welke haar worden voorgelegd.
De opmerkingen over de vertooning van de Potemkin-fllm, de Zondagswetgeving, de lijkverbranding en dergelijke vraagstukken, gaat Minister de Geer stilzwijgend voorbij, terwijl wat gezegd wordt over het kwaad der dansgelegenheden, of over den bioscoop, of over den stemdwang, nauwelijks de aandacht der regeering bezighoudt.
Al deze dingen, die het geestelijk en zedelijk belang'van ons volk betreffen, schijnen voor het Kabinet niet die beteekenis te hebben, die ons christenvolk, en terecht, aan deze onderwerpen van politiek beleid hecht. 
Dat zulk optreden onbevredigend en teleurstellend is, zal geen nadere toelichting behoeven. De eerste Memorie van Antwoord van het huidige Kabinet op het algemeen politiek beleid, stemt dan ook niet hoopvol.

Geen kik gehoord.
De Haagsche predikant ds. Molenaar, die in de „'s-Gravenhaagsche Kerkbode" zijn artikelenreeks over den momnik Franciscus van Assissl voortzet, schrijft in zijn 8ste vervolgstuk, voorkomende in het nummer der Kerkbode van 6 November, over den stichter van de Franciscaner orde aan het adres van de anti-papisten:
Wie iets voor zijn medemenscben zal willen tot stand brengen, wie iets voor de zaak van Gods Koninkrijk zal willen doen, hij moge dan op het „Roomsche" in Franciscus schelden zooveel als hij wil, zal toch iets van die zelfopoffering en zelfverzaking in zijn leven moeten toonen, die deze Middeleeuwer in zoo groote mate heeft getoond te bezitten. Het is alsof ds. Molenaar zich hier per­ soonlijk richt, bijzonderiijk tot ds. Gravemeljer en ds. Lingbeek, om hun voor te houden, dat zij beter deden het beeld van den heiligen Franclscus voor oogen te houden, dan op zijn Roomsch-zijn af te geven. Dat wij het met de beschouwing van ds. Molenaar in zijn 'verheerlijking van Franciscus van Assissi absoluut niet eens zijn, zal niet nader behoeven te worden aangetoond, maar als van Antirevolutionaire zijde eens zulk een oordeel over den monnik gegeven werd, en daarbij die priester van Rome's Kerk den leiders van de Herv. (Ger.) Staatspartij zou zijn ten voorbeeld gesteld, wij zijn er zeker van, dat „Staat en Kerk" in zijn blad kolommen zou te kort komen om zulk optreden van die partij aan de kaak te stellen.
Maar nu het ds. Molenaar betreft, schijnt dit anders te zijn. Wij hebben althans nog geen kik, noch van ds. Gravemeijer, noch van ds. Lingbeek, over dit geschrijf in de „'s-Gravenhaagsche Kerkbode" gehoord. Zou de reden daarvan msschien hierln moeten gezocht worden, dat het ageeren tegen de stukken van den Haagschen predikant geen politiek fortuintje voor de partij oplevert?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 november 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 november 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's