INGEZONDEN
Geachte Redactie. In het nummer van 22 October komt een ingezonden stuk voor van den heer J. C. de Jeu te Epe. Mag ik hem hierop van antwoord dienen.
Aan den heer de Jeu te Epe.
Mijnheer de Jeu! Ik heb mij grootelijks verwonderd over uw schrijven in de Waarheidsvriend. Ik had niet gedacht, dat u de gebreken van uwe leeraars zoo aan de kaak zoudt stellen, gelijk door u geschied is. Waarom hebt u niet eens eerst aan mij geschreven. Het is toch zeker naar den Woorde Gods om eerst te spreken met hen die misdaan hebben, alvorens ge hen in de courant aan de kaak gaat stellen. Indien u in de toekomst weer iets tegen mij mocht hebben, kom dan s.v.p. eerst bij mij. Ik beloof u, dat ge geopende deuren zult vinden. Ik zie mij nu genoodzaakt om de predikanten van de classis Harderwijk tegen uw beleedigend schrijven te rechtvaardigen. Wat u schrijft, dat er op de classicale vergadering over Epe gesproken is, is waar. Ondergeteekende was het zelf, die het voorstel deed om te Epe te gaan Evangeliseeren. Op de vergadering zijn de moeilijkheden besproken, die daaraan verbonden waren. Ds. Bruijn van Oene kon daar van mee spreken. Hij had toch al menige beurt in Epe vervuld. Men had daar uit welwillendheid het gebouw van de Christelijk Geref. Kerk voor beschikbaar gesteld. Helaas! is gebleken dat men de menschen uit Epe niet in dat gebouw kan krijgen. Die daar naar toe gaat, wordt in Epe voor Christelijk Geref. gehouden. Er kwamen dan ook maar enkele tientallen hervormden onder dat gehoor. Andere predikanten meenden, dat men zich dan maar in verbinding moest stellen met het bestuur van de ethische Evangelisatie te Epe. Volgens uw verklaring en ook van anderen is dit bestuur evenwel de gereformeerde prediking vijandig. Ik heb toch voorgesteld om met dat bestuur contact te zoeken; een confessioneel predikant, u bekend, heeft op zich genomen om met zachtheid dit bestuur voor de plannen te winnen. Het bleek evenwel, dat vele predikanten geen lust hadden om onder het ethisch bestuur te komen prediken. Wel in een eigen gerbouw maar in geen geval in de ethische evangelisatie.
Het is dan ook een leugen, als u schrijft dat alle predikanten uit de omgeving gaarne wilden komen. Er hebben er zich ten slotte maar enkelen opgegeven, waaronder ook ondergeteekende, voor wie het geen bezwaar was om in die ethische evangelisatie op te treden. Men wilde eerst het resultaat afwachten van het onderhoud met het bestuur.
In de maand Augustus kreeg ik van u een schrijven inhoudende een mededeeling van het onderhoud van den predikant en het bestuur. U schrijft daarin, dat u den indruk hebt gekregen, dat bedoelde predikant zelf maar weinig voor de plannen voelde. De predikanten hebben ook nooit meer iets officieels gehoord over dat resultaat.
Daar komt opeens in de maand September een schrijven van de Tentzending om op te treden in Epe, op Woensdagavond. Ik had dit beloofd op de Clasisicale vergadering, zoo luidde het in het schrijven, hetwelk des Maandagsavonds om acht uur in mijn bezit kwam. Ik heb een gemeente van drie á vier duizend zielen, een reusachtig arbeidsveld. Kan men nu niet begrijpen, dat het voor mij ondoenlijk is om des Maandagsavonds te acht uur een besluit te nemen om een vergadering in eigen gemeente in den steek te laten om binnen 2x vier en twintig uren in Epe te zijn. Eerlijk gezegd wilde men mij ook in die Tentzending niet, gelijk ik later te weten kwam. Ik was op de reservelijst gezet. En nu was er juist iemand verhinderd en dan moet ds. Timmer alles in eigen gemeente maar verzaken en onmiddellijk naar Epe gaan.
Gaarne had ik in Juni, Juli, Augustus of September een beurt vervuld. Ik zou dit gratis doen en mijn eigen reiskosten dragen. Er is evenwel geen aanvrage gekomen vóór October. Toen schreef een bestuurslid van de Ethische evangelisatie mij het volgende:
Weleerw. heer,
Ons is ter oore gekomen, dat ge zoo graag eens gratis (sic) in onze evangelisatie een of twee beurten zoudt willen vervullen.
Op welken Zondag mogen we u verwachten?
Een week te voren vernam ik van u, dat er maar twee zouden worden gevraagd, ds. Klomp van Oldebroek en mijn persoon.
De wijze waarop ik door die ethische broeders ben uitgenoodigd, was mij alles behalve aangenaam. Ik ben gelukkig niet haatdragend en heb er mij onmiddellijk overheen gezet. Nu is het evenwel winter geworden. De vacaturebeurten zijn juist voor drie maanden geregeld. Het is moeielijk om de beurten in eigen gemeente te voorzien. Mijn kerkeraad wil mij gaarne een morgen afstaan aan Epe, maar enkele weken geleden zijn de avondbeurten weer veranderd in wintermiddagbeurten. Ik kan nu onmogelijk tusschen beide beurten in van de Oost naar de Westveluwe. Dit kan in den zomer wel als het weer avonddienst is. Daarom heb ik hun schriftelijk beloofd om over een half jaar, zoo de Heere wil en wij leven, en dus niet over een jaar zooals u schrijft, gratis in de evangelisatie een beurt te vervullen. Als men er mij tenminste nog hebben wil, wat ik blijf hopen.
Voorts hoop ik ook, dat u het billijken zult als andere predikanten wel bezwaeen hebben om onder de gegevene omstandigheden te preeken in die evangelisatie. Het spijt mij, dat u zoo schrijft, want hiermee hebt u de zaak van Gods Koninkrijk niet gediend maar vertroebeld.
Ondanks uw wantrouwen in mij blijft de evangelisatiearbeid te Epe mijn belangstelling dragen en hoop ik nieuwe pogingen aan te wenden. Met twee dingen zal dan moeten worden gerekend: 1e Wij laten ons door de evangelisatie niet met twee beurten in het riet sturen en 2e we moeten middelen trachten te vinden om tegemoet te komen aan de bezwaren van die predikanten die niet onder de huidige omstandigheden kunnen of willen optreden. Indien u mede wilt trachten om hiertoe te komen, zult u het verder brengen dan met uw vorig geschrijf.
Bij voorbaat deel ik u mede, dat ik over deze zaak geen verdere debatten houden zal. Indien u aan de waarheid van mijn schrijven mocht twijfelen kan ik zulks met de gegevens en met de notulen bewijzen. Kom gerust.
Met heilbede,
J.J. TIMMER,
Ermelo. v. d. m.
Geachte Redactie! Hartelijk dank voor de plaatsruimte.
Onderschrift van den Hoofdredacteur:
Gaarne geven we een plaatsje aan dit zakelijk schrijven van Ds. Timmer en wij hopen van harte, dat het „afschuwelijk misverstand", dat er blijkbaar hier tusschen vriend de Jeu van Epe, — die, uit Rotterdam gekomen, zoo gaarne de Geref. Waarheid in Epe zou zien gebracht— en ds. Timmer ligt, ten spoedigste mag zijn opgelost. En dan weer eendrachtig in de kracht des Heeren voorwaarts!
M. VAN GRIEKEN.
Candidaten voor de Provinciale Staten.
De Provinciale Statenverkiezing van 1927 is in aantocht. Allerwegen maakt men zich in de politieke kringen op om de noodige voorbereidende maatregelen te nemen, teneinde den uitslag van de verkiezingen van het volgende jaar voor zich zoo gunstig mogelijk te doen zijn. Ook in onze Anti Revolutionaire kringen heeft men zich opgemaakt om welbeslagen ten ijs te komen. Vergaderingen worden belegd en besprekingen gehouden. Op de Centrale Kiesvereenigingen vernemen wij, A. R. Hervormden, aangename opmerkingen. Vooral dit jaar wordt er veelal sterk op aangedrongen om op de candidatenlijsten aan Hervormde candidaten een flinke plaats in te ruimen. Men wil de candidatenlijsten meer in overeenstemming brengen met de verschillende kerkelijke groepen in de partij. Jammer, dat dit zoolang achterwege gebleven is. Men had er vroeger aan moeten beginnen. Er is nu heel wat in te halen. Doch de schuld ligt ook voor een belangrijk deel bij onze Hervormde menschen. Ze waren te laks om naar de kiesvereenigingen te gaan, ze leefden slechts van verre met de politieke vraagstukken mede. Ze lieten anderen het werk doen en niet zelden nog betalen ook. Men spanden zich niet in om mee te leven. Gedurende enkele jaren is dit anders geworden. Vele ongeschoolde kiezers en vele malcontenten zijn begonnen om zich met de staatkundige aangelegenheden te bemoeien. Er kwam een opwaken, een meeleven met de politieke actie. Men begrijpt, dat zij nu ook op de candidatenlijsten een bescheiden plaats wilden hebben. Doch tot dusverre was dit plaatsje bij de A.R. lijsten heel klein. Uit ontevredenheid gingen nu velen op de Kerstentlijsten stemmen. Er had een omschuiving van stemmen plaats. Om erger te voorkomen, wordt nu aangeraden om de Hervormden nu sterk ter wille te zijn. 't Is een gunstig teeken; jammer, dat het wat laat komt. Doch laten nu alle Hervormden tonen, dat zij dit waardeeren. Zoodoende kan de afbrokkeling der partij nog tegengegaan worden. Gaat nu allen naar de kiesvereeniging — en zoo ge nog geen lid daarvan zijt, wordt het dan spoedig — en stelt u candidaten van Hervormden huize, onvervalscht van beginsel. De gelegenheid is er nu. Over enkele maanden komt ge te laat. Nu worden de namen van candidaten verzameld, waaruit binnenkort een groslijst samengesteld zal worden. Hervormde mannen van naam zijn er licht in uw omgeving te vinden. Door trouw op post te zijn kunt ge grooten invloed op de samenstelling der lijsten uitoefenen. Zoodoende kunnen klachten van miskenning achterwege blijven.
Gouderak. M. NOTEBOOM.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 november 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 november 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's