De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

INGEZONDEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

INGEZONDEN

4 minuten leestijd

VERKIEZINGSLIED.

Komt, broeders, saam gestreden
Voor Christus, Zijne Kerk;
Laat ons met vaste schreden
Vooruitgaan in dat werk.
Dat Zijn Woord zij het wapen
In 't heetste van den strijd,
De vijand zal niet slapen,
Maar loert te allen tijd.

Laat ons verdeeldheid weren
En onderlingen strijd;
't Gaat om de zaak des Heeren,
Toont, broeders, wie gij zijt.
Geen strijd in eigen krachten
Mag immer zijn ons doel;
Laat ons van Hem verwachten
Zijn steun in 't strijdgewoel.

Als wij maar altijd vragen
Een zegen op ons werk.
Dan kunnen we veilig wagen
Den strijd voor God en Kerk.
De wereld mag dan woeden
En vallen op ons aan.
Hij zal Zijn Kerk behoeden
En nimmer doen vergaan.

N.N.

EPE, 15 November 1926.

WelEerw. Heer, Andermaal kom ik tot U met het beleefd verzoek of U bijgaand stukje in de Waarheidsvriend van deze week zoudt willen opnemen. Waar het schrijven van ds. Timmer van verleden week geheel den indruk maakt als zou ik leugens verteld hebben, voel ik mij gedrongen daartegen op te komen, aangezien alles geheel naar waarheid was. Over verdere bijzonderheden hoop ik ook met ds. Timmer nog te correspondeeren, doch deze korte verdediging zag ik gaarne nog opgenomen om mij te rechtvaardigen voor de lezers van de Waarheidsvriend.
Hopend dat U aan mijn verzoek zult voldoen en U daarvoor bij voorbaat beleefd dankende, verblijf ik met beleefde groeten Uw dw. dnr.,

J. C. DE JEU.

Nog eens weer over Epe.
Verschillende redenen dringen mij er toe andermaal een stukje te schrijven en dit naar de Redactie van de Waarheidsvriend te zenden met beleefd verzoek tot opname, naar aafileiding van het ingezonden stuk van ds. Timmer van de vorige week. Allereerst moet ik beginnen te vertellen, dat het de bedoeling van mijn vorig schrijven gansch niet was „de gebreken van mijn leeraars aan de kaak te stellen". De éénige bedoeling was alle predikanten uit deze Classis te bereiken en waar mijn werkzaamheden niet toe lieten allen persoonlijk te schrijven, wilde ik op deze manier allen gelijk bereiken.
Ten tweede wordt mijn schrijven beleedigend genoemd, doch ik kan mij niet indenken iemand beleedigd te hebben.
Ten derde wordt eenige malen gezegd, dat ik de waarheid niet vertel, waar ik echter tegen op moet komen, als zijnde mijn schrijven geheel naar waarheid. Als bezijden de waarheid wordt aangeduid dat alle predikanten zich bereid verklaarden in de Evangelisatie te Epe te spreken, doch  i n di e n  dit bezijden de waarheid is, ben ik daarover verkeerd ingelicht. Enkele dagen toch na de Classisvergadering was een der predikanten ten mijnent (evenals vorige maal, vermijd ik ook nu liever namen te schrijven) die vertelde, dat alle predikanten zich bereid verklaarden mee te werken, uitgezonderd één, die „'s avonds niet wilde optreden in een gebouw, waar 's morgens een Remonstrantsche leer gebracht was". Wanneer dit dus bezijden de waarheid is, ligt dit niet aan mij, te meer, waar ik, tusschen twee haakjes, daarover schrijvende er bij voegde: „naar mij ter oore kwam".
Dan wordt gezegd: Daarom heb ik beloofd over een half jaar en niet over een jaar, zooals U schrijft, D.V. in de Evangelisatie een beurt te vervullen. Echter luidde dit schrijven (onder meer): „Voorjaar 1927 hoop ik een datum vast te stellen, wanneer ik in een van de zomermaanden hoop te komen". Dit schrijven dateerde begin October, restten dus nog drie maanden van het oude jaar; van Januari tot Juni is zes maanden, dus tezamen 9. Dan pas volgen de zomermaanden Juli, Augustus en September, en daarin zou een beurt vervuld kunnen worden; dus in de 10e, 11e of 12e maand, wat volgens mijn bescheiden meening een jaar is
Over de Tentzending kan ik niet schrijven, aangezien dit geheel buiten het geval is en ik daarvan niets weet.
Waar het schrijven van ds. Timmer geheel den indruk maakt als zou ik een geheel verkeerde voorstelling gegeven hebben, voelde ik ----- ----- ----- ----- ds. Timmer te correspondeeren, hopende dat 't Evangelisatiewerk in Epe spoedig, zoo mogelijk nog dezen winter, voortgang mag hebben.
Daartoe blijft ook tot alle hulp of inlichtingen ten allen tijd gaarne bereid.
Uw aller dw. dnr.,
J. C. DE JEU.
Epe (Geld.), Haverkamp.
(De discussie over deze zaak is hiermee gesloten).
Redactie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 november 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

INGEZONDEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 november 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's