GEESTELIJKE OPBOUW
De organisatie der Kerk van goddelijken oorsprong.
(Slot).
Langen tijd schijnen er wandelende leeraars te zijn geweest (de Didache en Eusebius maken daar melding van), maar we lezen in de Schriften van het N.T. de wording van een andere toestand, nl. dat het --- in het plaatselijk ambt gevoegd wordt, zoodat de leeraars met de herders, presbyters, episcopen of voorgangers saam--- . Leer en opzicht worden aan elkaar verbonden. Ef. 4 : 11. Zoo moet er ook bij de gemeente komen verzorging van de herders en leeraars. Gal. 6: 6: "En die onderwezen wordt in het woord, deele mede van alle goederen dengenen, die hem onderwijst. 1 Cor. 9: 11— Rom. 15 : 27. Hierin ----- a f w ij k i n g van Jezus' stelregel. -----. Want de Heiland spreekt tot ----- bij een bizondere zending. Het ..... buitengewone dan nog. Jezus is ..... . Maar Paulus ziet op de toekomst van de Kerk in haar organisatie van plaats tot plaats. Hij weet, dat de buitengewone omstandigheden moeten plaats maken voor een geordend kerkelijk leven. Daarom geen tentenmakers die tegelijk dominé zijn, maar herders en leeraars aan Christus' Kerk gegeven, om haar in een welgeordenden weg te dienen, om dan ook door haar verzorgd te worden•
Dat dit een ongeestelijke afwijking zou zijn in dat dit de deur zou open gezet hebben voor de hiërarchische denkbeelden van het Jodendom, is dan ook een aantijging die dwaas is. Paulus is hier een voortbouwer aan het kruis des Heeren, opdat er in de toekomst een welgeordend leven zich zou openbaren.
De leeraars hebben tot taak, wat in beginsel ligt opgesloten in Matth. 13:52: En Hij zeide tot hen: Daarom, een iegelijk Schriftgeleerde, in het Koninkrijk der hemelen onderwezen, is gelijk aan een heer des huizes, die uit zijn schat nieuwe en oude dingen voortbrengt." (Matth. 23 : 34 ; 1 Cor. ---). Dat is dan natuurlijk geen vrijbrief voor allerei geestelijke waaghalzerij. Want het Woord is de bron en regel. Het Woord moet gepredikt worden en de H. Geest heeft ervoor gezorgd dat "de leer der apostelen" ons is gegeven en bewaard (Hand. 2: 42). Zoo wordt het leeraarsambt het rustige ambt van bestudeering van Gods Woord en het door den H. Geest uitstallenvan de schatten van Gods Woord. Vandaar dat zich een zekere wijze van voorbereiding en opleiding in de Kerk des Heeren zich baan gebroken heeft, omdat de Kerk verstaan heeft, dat de lijn door Christus en Paulus aangegeven, gaande van het buitengewone tot het gewone, in deze richting beweegt en moet worden doorgetrokken. En zoo komt het dat wanneer de Kerk wèl ----- is, zij haar volle aandacht aan de ----- in den Dienst des Woords zal -----.
Naast de herders en leeraars komen dan de ouderlingen. Toezicht, leiding moet er zijn overal. In zooverre is het dan ook heel natuurlijk, dat er in de Kerk opzieners zijn; die als oudsten of ouderlingen worden getypeerd. Zoo krijgen we altijd in de gemeente opzieners ; welk woord altijd in het meervoud staat, nooit in het enkelvoud. En het college van presbyters of opzieners wordt dan in de Schrift het p r e s b y t e r i u m genoemd. 1 Tim. 4: 14.
De roeping ligt bij de gemeente. Want eenerzijds is het opzienersambt een goddelijke instelling, die Christus door Zijn Apostelen heeft doorgevoerd in alle gemeenten; anderzijds wordt het ambt op natuurlijke wijze geboren. Zoo worden ze eerst door of onder leiding van de Apostelen gekozen, en zoo komt de gemeente zelve ook in deze uit. Dat schommelt wat heen en weer, omdat de buitengewone omstandigheden ook hier gaan plaats maken voor den gewonen gang van zaken. 1 Cor. 16 : 15 ; Hand. 14 ; 23, enz. De hiërarchie, die in de Roomsche Kerk is binnengeslopen, moet hier onder ons worden geweerd, 't Is niet dat het eene ambt het andere ambt oplegt, 't Is de gemeente, die, onder leiding van het ambt, van Christus een roeping heeft en ook de gave ontving, om tot het ambt te verkiezen. (Hand. I: 15 enz. ; Hand. 13: 1 ; Hand. 14: 23 ; 1 Tim. 4: 14 enz.). Wat de apostolische missionairen op apostolisch bevel doen geeft hierbij niet het eindpunt, wel de richting aan, waarbij voortgang in Schriftuurlijken zin bij de gemeente geboden is.
We gaan eindigen.
Aan de hand van het boek van Prof. Dr. P. A. E. Sillevis Smitt: „De Organisatie van de Christelijke Kerk in den Apostolischen tijd" Rotterdam 1910, hebben we deze 13 artikelen over de Organisatie en de ambten geschreven. Wie er dus meer van weten wil leze dat boek en zal zakelijk daar hetzelfde vinden, hoewel veel uitgebreider en gedocumenteerd, als wij hebben meegedeeld.
Wij hebben deze artikelen gegeven, omdat we in het midden van onze ontredderde kerkelijke toestanden noodig hebben tot de H. Schrift terug te keeren. Waarbij we telkens zullen opmerken, dat de H. Schrift ons niet als een kerkelijk wetboek is gegeven, maar dat zij wel de hoofdbeginselen en de ontwikkeling daarvan aangeeft.
En dan moet de Kerk, onder de leiding des H. Geestes, dat verwerken.
Wat zijn dan de hoofdbeginselen?
Dat de presbyteriale vorm van Kerkregeering degene is, die, naar den wil van Christus, in het Woord ligt uitgedrukt en in Zijn Kerk moet worden gerealiseerd. Maar daarbij mogen wij niet vast den vorm in alles vaststellen om dan met onze beschouwing tot de H. Schrift te gaan en dan er voor te zorgen, dat de H. Schrift vooral precies zoo spreekt, als wij in elkaar hebben gezet.
Dat kunnen we natuurlijk betrekkelijk makkelijk doen door hier en daar een tekst te grijpen en aan te halen.
Maar dat is geen geoorloofd Schriftgebruik, waarbij toch immers altijd Schrift met Schrift moet worden vergeleken; opdat ook de voortgaande lijnen in de historie worden gezien en geacht. Dan zal bewaard en geëerd worden wat in den loop der tijden in machtigen strijd is verkregen.
Er is een heilig conservatisme, als het gesteund wordt door het Woord, dat voor ons bekleed is met goddelijk gezag en dus door ons aanvaard wordt als Gods Woord; waarbij de ontwikkeling in de historie zooveel goeds bracht, dat bewaard moet worden; maar waarbij ook zooveel afwijkingen en dwalingen kwamen, die getoetst aan de beginselen van Gods Woord moeten worden uitgezuiverd.
Hoofdbeginsel is dus: dat de Kerk niet vrij is met de ambten te doen wat zij wil. De Kerk is hier gebonden aan Gods Woord, aan Gods wil, aan de instelling van Christus, aan 't geen de Apostelen leerden.
Maar daarbij geeft het N. T. ons nog geen kerkelijk wetboek, waar alles in is beschreven en alles is uitgewerkt tot in de fijnste bizonderheden. Onderscheid moet gemaakt, tusschen de beginselen en hetgeen uit de beginselen wordt afgeleid. Maar wat in den rechten, Schriftuurlijken weg, uit de beginselen wordt afgeleid is even waar als het beginsel zelf.
Dat is de groote moeilijkheid. Maar tegelijk de eenige weg. Waarbij Gods Woord gezag heeft en houdt en uit de H. Schrift oude en nieuwe schatten moeten worden voortgebracht. De ambten zijn niet in strijd met het wezen van Christus' Kerk. Integendeel, ze zijn door Hem ingesteld. Een rechtsorde is niet in strijd met het wezen van Christus' Kerk. Integendeel, ze is van Christus gewild.
De organisatie der Kerk is niet een uitvinding van menschen, maar is van den Vader der lichten, van Wien ook deze goede gave voar Zijn Gemeente afdaalt. Immers het instituut der Kerk met ambten, dienst des Woords, dienst der Sacramenten, dienst der gebeden, opzicht en tucht, is door God Zelf gewild en geformeerd en voor de Kerk als instituut is een V o r m, is rechtsorde, is een organisatie onmisbaar. Zij kan niet zonder haar bestaan.
In de Kerk zelve zit die organisatie ingeschapen. Met de Kerk is haar ontwikkeling. En voor de duurzame organisatie liggen al de elementen in de H. Schrift, die in voort gaande lijn ons de dingen laat zien en ons den weg aangeeft. Niet zonder organisatie daarvan. Niet in den Roomschen weg.
Maar in den Gereformeerden weg, waarbij Gereformeerd is: Gods Woord als bron en regel en maatstaf te erkennen; Gods openbaring in de geschiedenis niet te verachten, maar ijverig te betrachten; behoudend te zijn in het goede, tegelijk tot nieuwe dingen zich begevend, waar de H. Schrift en de geschiedenis den weg wijst.
Van het buitengewone ging het tot het gewone. Het gewone heeft zich te handhaven en te ontwikkelen in den Schriftuurlijken weg; opdat Christus' Kerk staan mag als een pilaar en vastigheid der waarheid en als een getrouwe getuige van Jezus Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 november 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 november 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's