STAAT EN MAATSCHAPPIJ
Geen versplintering van kracht
In een van de laatste nummers van ons blad hebben wij met veel klem en grooten aandrang een beroep gedaan op de leidende personen in de Staatkundig Gereformeerde partij, om hunne medewerking te verleenen, opdat de weg worde gebaand om, zoo ineensmelting van die groep met de Antirevolutionaire Partij voorshands nog niet mogelijk is, althans de samenwerking tusschen die beide organisaties te bevorderen.
Wij deden dit nadat wij hadden laten uitkomen de verwantschap tusschen de twee politieke groepen, hun eenheid in de beginselen en gewezen hadden op den nood der tijden, welke versplintering van kracht niet meer gedoogt.
Dat de Antirevolutionaire Partij in goede verstandhouding met de Staatkundig Gereformeerden wil leven, heeft nog niet lang geleden de heer Colijn, de oud-Minister van Financiën, in een te Leeuwarden gehouden redevoering onomwonden uitgesproken. Het is echter tot op dit oogenblik nog niet gebleken, hoe de Staatkundig Gereformeerden terzake van zulk een nauwere aaneensluiting gestemd zijn en hoe zij over een toenadering der beide partijen denken. Wil men den hier aangewezen weg op, dan zal een eerste vereischte zijn dat men elkander beter leert begrijpen en waardeeren.
En daaraan mankeert nog wel iets.
Zoo zou het geheel verkeerd zijn, als de Antirevolutionairen b. v. den Staatkundig Gereformeerden het verwijt deden hooren, dat waar dezen nu langen tijd, vijf jaar, in de Tweede Kamer zitting hebben, van hun optreden daar nog geen enkel succes viel te boeken. Dit zou verkeerd, maar ook ongepast en hoogst onbillijk zijn. Een enkel man of sedert een jaar een paar afgevaardigden, zijn niet in staat tegen den stroom op te roeien.
Maar ook omgekeerd zou het geen pas geven, wanneer de Staatkundig Gereformeerden een zelfde verwijt aan het adres richtten van de Antirevolutionaire Partij, ook al neemt deze reeds gedurende een groot aantal jaren met een veel sterker groep aan de parlementaire werkzaamheden deel.
Het moge waar zijn, dat een groep van 13 of 15 leden in de Tweede Kamer een vrij sterke positie inneemt maar stelt men he aantal tegenover de 85 of 87 andere leden, dan is zulk een groep ook eigenlijk nog niet meer dan een handvol. De Staatkundig Gereformeerden met hun 2 afgevaardigden en de Antirevolutionaire Partij met haar 13 man kunnen, zoo geen aansluiting met andere partijen gezocht wordt niet anders doen dan het vaandel der beginselen ontplooien.
Zeker, God de Heere is machtig om aan een klein hoopsken van mannen, die in waarheid belijden dat hunne kracht in zwakheid wordt volbracht de overwinning te schenken en de historie is daar, om dit met voorbeelden te staven —maar dit mag ons niet bij de pakken doen neerzitten.
Wij hebben naar Gods ordinantiën te leven en Zijne inzettingen te bewaren.
Doch als wij dan belijden: „de gemeenschap der heiligen" en het zoo dikmaals in het psalmvers uitspreken : „Ai, ziet hoe goed, hoe lieflijk is 't dat zonen, van hetzelfde huis, als broeders, samen wonen", dan is het geen beleving, maar slechts een klank, wanneer al degenen, die op het staatkundig erf in oprechtheid voor de eere Gods willen opkomen en zich voor Zijne absolute souvereiniteit willen buigen, verre van elkander blijven staan en de eenheid dier belijders niet willen. Daarom moet bij elke gelegenheid, welke zich voordoet, op aaneensluiting worden aangedrongen.
Een ontwerp Vloekverbod.
Met veel instemming hebben wij uit de bladen vernomen, dat de A.R. Staten-fractie in Overijssel het initiatief genomen heeft om met de andere rechtsche fracties een ontwerp-vloekverbod in de wintervergadering van de Provinciale Staten in die provincie behandeld te krijgen. Het ontwerp, dat ingediend zal worden luidt:
De Staten der Provincie Overijssel besluiten vast te stellen de navolgende verordening tegen het misbruiken van de Naam Gods:
Art. 1. Aan allen, die, hetzij in vaste hetzij in tijdelijken dienst der provincie werkzaam zijn, of wel voor de provincie arbeid verrichten, is het verboden de Naam Gods op eenigerlei wijze te onteeren of te misbruiken.
Art 2. Het is aan ieder verboden, om tijdens het verblijf in een openbaar gebouw der provincie den Naam Gods te onteeren of te misbruiken. In de openbare provincie-gebouwen zal van deze verbodsbepaling een duidelijk zichtbare aanwijzing geschieden.
Art. 3. Aan alle in artikel 1 bedoelde personen, die in provincialen dienst zijn, zal een exemplaar dezer verordening worden uitgereikt. Het bericht van ontvangst daarvan zal aan Gedeputeerde Staten worden overgelegd.
Art. 4. Den chefs der verschillende diensten wordt uitdrukkelijk opgedragen met den meesten ernst te bevorderen, dat deze verordening worde nageleefd".
Het ambtsgebed.
Door dezelfde Staten-fractie is ook bij de andere rechtsche groepen van de Provinciale Staten een voorstel ingediend om het ambtsgebed in de vergaderingen der Staten in te voeren. Wanneer er nu maar eenstemmigheid is bij de verschillende politieke organisaties ter rechterzijde, wat wij van harte hopen, zal de provincie Overijssel binnenkort twee belangrijke besluiten nemen, die wij toejuichen en er toe zullen kunnen leiden dat ook in andere provincies het goede voorbeeld wordt gevolgd. In onzen tijd, waarin ongeloof en revolutie steeds driester het hoofd opsteken, hooren de beginselen met kracht te worden bepleit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 december 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 december 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's