De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

Kerstfeest

10 minuten leestijd

..... tot de stad Davids, die Bethlehem genaamd wordt. Lucas 2 vers 4.

..... tot de stad Davids, die Bethlehem genaamd wordt. (Lucas 2: 4)
Wij moeten naar Bethlehem vandaag, omdat het Kerstfeest is, het herinneringsfeest van Christus' geboorte.
Bethlehem! Wie kent dat stedeke in Juda niet? 
Dat is dat oude stadje waar zooveel bekende personen geboren |: Joab, Abisaï, Asahel — en niet te vergeten: David. Vooral de laatste is tot roem van het stadje. Bethlehem heet dan ook „stad Davids".
Maar er is méér!  Als een gouden krans met hemelschen glans hangt daar boven dat stadje de Godsspraak: hier zal geboren worden de Zaligmaker, welke is Christus de Heere.
Hier valt het knooppunt van al die wondere profetieën.
Want immers Micha, alles saamvattend en alles besluitend, had gezegd: „Gij Bethlehem Efratha, zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda, uit u zal Mij voortkomen, die een Heerscher zal zijn in Israël, Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid". Middelpunt van verlangen in het midden van Israels natie!
Bethlehem — broodhuis. Hier zal het Brood des levens nederdalen als wonder-Manna uit den hemel.
Bethlehem — Koningsstad. Hier zal geboren worden de Koning der eeuwen, wiens heerschappij de eeuwigheid verduren zal.
Bethlehem — hier zal de verwachting der volkeren worden voldaan; en ze zullen komen van de einden der aarde om Hem te aanbidden, die hier geboren wordt, zijnde Immanuël, God met ons.
Middelpunt van Gods Raad. Hier hebben de gedachten Gods zich saamgetrokken van ouds, om Israël te verlossen, om Sion heil te bereiden.
Bethlehem — hier schouwt de hemel naar de aarde en hier zal de aarde den hemel ontmoeten.
Bethlehem — stad van het wereldwonder; stad der zaligheid; stad des vredes! Maar wat valt het tegen als de volheid des tijds daar is.
Wie denkt dan aan Bethlehem? Wie komt er dan in beweglng? Wie raakt in vervoering? Wie zijn er die wachten, om te ontvangen? Wie ontvangen er met gejuich? Wie worden er begenadigd met vrede? O wat valt het tegen!
Eeuwen en eeuwen is de HEERE er mee bezig geweest en heeft er telkens, van doen spreken. Een net van profetieën ligt er in Israels historie en het komt al dichter bij Davids stad, bij Davids huis, bij de maagd, die Davids nazate is. Door Daniels profetieën was de tijd der vervulling nader aangewezen nog. Jesaja had het gezegd. Micha had het bevestigd. Maar als God er voortdurend aan denkt en komt met Zijn vervulling, heerlijk vol van liefde en genade en trouw — dan is er niemand die naar Bethlehem gereisd is, om te ontvangen; niemand die er heen getogen is, om te begroeten het heil Gods, om te verwelkomen Sions Koning.
O, als God toch eens deed zooals de menschen doen, — wat zou alles verbroken liggen, om te zijn één groote teleurstelling. Dan lag de aarde daar in vloek en jammer verzonken, zonder dat de Verlosser kwam. Dan was het donker, zonder dat de Zonne des heils opging. Vergeten heilsbeloften lagen er dan over­al .......... onvervuld.
Maar, de HEERE is geen mensch, die liegt of ontrouw is. De HEERE, die het beloofd heeft, is getrouw. Die het óók doet! En zóó komt het, dat al wachten de menschen in Bethlehem niet, de Heere toch komt; hierin Zijn Naam verheerlijkend als God der trouwe, Die het niet doet om des menschen wil, maar Die het doet om Zijns Zelfs wil!
Daarom moeten we dan ook vandaag naar Bethlehem, niet om te zien wat de menschen daar, in Davids stad, in de Koningsstad, doen; maar om te aanschouwen wat God doet. God, Die daar Zijn eigen, Zijn eenigen Zoon geeft, Sion tot zaligheid en eeuwige verlossing, waarvan de roem Zijns Naams zal worden verbreid tot in eeuwigheid.
Wat de m e n s c h e n doen te Bethlehem?
Er is veel menschen-beweeg. Alles is in, rep en roer. Maar  n i e t  om den Koning van Sion is die drukte. Het is, omdat Keizer Augustus een gebod heeft uitgevaardigd, waardoor Israël nog weer eens aan de dienstbaarheid werd herinnerd, om zich te laten inschrijven in des Keizers registers en zoo tot nieuwe dienstbaarheid te worden opgeteekend
Niemand denkt aan den Koning, Die daar taat te komen in 's Heeren Naam. Ieder zorgt voor zich zelf. Ieder zoekt wat hem 't beste lijkt. En de een verdringt den ander om gemakkelijker plaats te verkrijgen voor zich zelf. Zóó zelfs, dat er straks geen plaats is voor een man en een vrouw, die, laat in den tijd, van verre komen en moe van de reis binnen stappen, om vruchteloos een plekje te zoeken om het vermoeide lichaam ter ruste te kunnen neervlijen.
Wat is de wereld toch wonderlijk druk èn wonderlijk wreed!
Als men maar een huis heeft, eten en drinken, om te kunnen staan en gaan — wat bekommert de een zich dan om den ander? Geenszins! Ieder zorgt in de wereld voor zich zelf — en of een ander geen plaats vindt, wat raakt dat óns?
Toonbeeld van Kaïnitische gedachten is de wereld! En zijn we niet van één geslacht; zijn we niet uit éénen bloede  zijn we niet elkanders leden? Mogen we dan los van elkaar leven? Mogen we dan maar voor ons zelf zorgen, zonder meer? Mogen we dan maar jagen en jachten voor huis en haard, voor brood en spelen, voor geld en goed, om intusschen ons van onzen naaste niets aan te trekken?
Vloek van het christendom ook — dat we los van elkaar, los naast elkaar, los tegenover elkaar leven; terwijl niemand denkt aan den Koning van Sion Die komt, Die gekomen is en Die komen zal!
Is er rouw over deze zonde op dit Kerstfeest?
Rumoer en beweging genoeg. Maar geen saam zich verdringen om den Koning te ontmoeten. Geen leven bij heilsverwachting, om saam alles in te ruimen voor Hem, Die aller liefde en aller hulde waard is!
Maar dan komt God toch. Hij komt in trouwe aan Zijn Woord. Hij komt om Zijn volk zaligheid te bereiden. Hij komt, ook als niemand Hem verwacht.
Hij komt dan, als — O n t f e r me r!
In dien man en in die vrouw, die laat nog door Bethlehems poort binnenkomen en dan, vermoeid van de reis, geen plaats vinden, nergens in de huizen en nergens in de herberg, — in die twee menschen, Jozef en Maria, komt God Zelf naderbij, zondaren tot zaligheid. Zij zijn het voorwerp van Zijn profetische zorgen en genadevolle ontferming. En in hen zal Hij Zijn beloften, aan de vaderen van ouds gedaan, vervullen voor alle geslachten, mitsgaders voor hunne kinderen.
Zóó machtig is Hij in dat alles en zoo groot zijn Zijne wonderen, dat Keizer Augustus Hem in deze dient als een knecht. Want die had het bevel van de opschrijving in registers gegeven, opdat daardoor de gezegende Maagd, nazate uit Davids huis, naar Bethlehem zou gaan, om daar openlijk als Davids nakomelinge te worden erkend en dan de moeder te worden van het Kind, dat Gods Zoon genaamd wordt, dragende de verhevene namen Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst. Zoo zal de wereld toch ontvangen wat God aan de wereld beloofd heeft, toen en nu en in de toekomst.
Al doet de wereld nóg zoo druk, al is de wereld nóg zoo egoïstisch, al zijn de menschen nóg zoo hard en dwaas en slecht, de Heere zal haar toch geven, wat Hij naar Zijn eeuwigen vrederaad aan de wereld heeft toegedacht. En als er geen plaats is voor den Vredevorst, dan zal Hij Zich Zelf een plaats veroveren, klein en eenvoudig, maar heerlijk toch; en Hij zal als de Koning der eeuwen Zijn heerschappij zien uitgebreid tot aan de einden der aarde; waarbij de wereld zich te laat zal beklagen, dat zij Hem niet heeft gezocht en gevonden. Die de Vredevorst is, de Zaligmaker en Middelaar van een arm zondaarsvolk.
Treurig — geen plaats voor Sions Koning, Die toch beloofd is van ouds.
Dwaze wereld — zult ge zóó blijven voortgaan?
Dwaas geslacht — ook al zijt ge bij de Schriften groot geworden, zult ge zóó verblind voorthollen in den weg des doods en des verderfs, al uw geld uitwegend voor 't geen niet verzadigen kan?
In het broodhuis — om van honger te sterven. 
In de lichtstad — om in het duister el­ lendig om te komen. Is het niet vreeselijk, als God al Zijn beloften vervult, dat ge er niets van bemerkt en dat ge er niets van ontvangt tot verza­diging en vreugd? Toch is Christus geboren. Toch is Hij gekomen. Toch is voor Hem plaats gemaakt. God gaat met Zijn werk door. Al Zijn Woord wordt vervuld. En ja — er komen dan ook zoekers. Er komen er dan om Hem te vinden. God doet dat door Zijn Geest. Hij zendt Zelf die Hem aanbidden. Er zijn er dan die juichen en jubelen vol vreugd, zeggende: wij hebben ge­vonden den Messias! Ja, er komen er tot Zijn licht! Ook zingen ze, ook juichen ze: gezegend is Hij, Die daar komt in 's Heeren Naam. Die verlaten alles — om Hem te mogen ontmoeten. Die verkoopen alles — om Hem te mo­gen bezitten. Die hebben gevonden den parel van groote waarde.
En zóó gaat Kerstfeest van jaar tot jaar voort en verder, van volk tot volk en van land tot land, om aan Christus toe te voegen Zijne erve. Want in Hem bezoekt de Heere Zijn volk en brengt de Zijnen nader tot kennis der zaligheid, ingaande door de poorte der gerechtigheid, om God te ontmoeten. Dat heeft de Heere beloofd van ouds en dat zal Hij óók doen. Ook al verwacht de wereld Hem niet. Ook al wil de wereld Hem niet ontvangen, noch Hem een plaats ruimen. De Heere heeft het beloofd en Bethlehem is ons ten bewijs, dat de Heere getrouw is en alles doet om Zijns Zelfs wil. En wat heeft de Heere beloofd? is het niet, dat Sions Koning vele onderdanen zal bezitten van het begin tot het einde? Zal Zijn heerschappij de eeuwen niet verduren en Zijn Koninkrijk komen van de zee aan de zee en van de een rivier tot aan de einden der aarde?
Wil Hij in Christus Zich niet een groot volk vergaderen, talrijker dan het zand, dat zich bevindt aan den oever der zee en menigvuldiger dan de sterren, die lichten aan 's hemels trans?
En dat volk door alle tijden heen zal Hij één hart geven en in éénerlei weg doen wandelen, om Hem te vreezen al de dagen, hun ten goede. En dat heil heeft Hij hun beloofd, mitsgaders hunnen kinderen na hen. (Jer. 32 vers 38, 39). Het zal den Heere te gering zijn om weinigen te vergaderen. Hij zal ze saambrengen van alle vleesch en van alle natie. Ja, zij zullen Hem tot een volk zijn en Hij zal hun tot een God en Vader zijn!
In de vervulling van Bethlehem ligt de profetie voor de toekomst, die een eeuwige toekomst zal zijn.  En zoo zal de groote, drukke wereld ten slotte arm en ellendig, naakt en verkommerd, ellendig omkomen daar ze vertrouwd heeft op zich zelf. In het verstooten van den Zaligmaker ligt haar oordeel en toekomst, vol verderf.
En een iegelijk, die Hem leert zoeken en vinden, die zal een welgevallen trekken bij den Heere en het eeuwige leven ontvangen om niet. Kennen wij Bethlehem, omdat we Chris­tus hebben leeren kennen? In Christus is Bethlehem ons dan ten broodhuis; vol genadebrood, ten leven. In Christus is Bethlehem ons dan de Koningsstad en in Christus zijn we dan Koningskinderen; kinderen Gods en erf­genamen des eeuwigen levens.
Bethlehem — wonder van den hemel! Bethlehem — stad der zaligheid!
Bethlehem — waar al Gods kinderen biddend stamelen: Abba, lieve Vader!
Bethlehem — waar Christus, de Heere, geboren is; en allen, die in Hem gelooven, mogen zich Gods eigendom weten, gekocht door Zijn bloed. Vreest niet. — Groote blijdschap! Ja, groote blijdschap, voor een arm zondaarsvolk. Eeuwige blijdschap, in Christus! Zalig het volk, dat het geklank kent!
M.V.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1926

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's