Adventslied.
Adventslied.
o Gij, die zijt mijn diepst verlangen.
Genees mij van verlangenspijn!
Mijn hart, bereid om U t' ontvangen,
Weet, dat Uw komst zal vrede zijn
Gij, Gij alleen kunt mij verblijden,
Uw Licht verdrijv' mijn duisternis!
Laat, Heer, mij dan niet langer lijden
De pijnen van dit bang gemis!
Wil toch dit arme hart U kiezen
Ter schaamle krib, o Godlijk Kind!
'k Wil om U alles wel verliezen.
Als Gij daar plaats ter woning vindt!
Dat zou een zoete stilling geven
Van mijnen ziele bitt're pijn!
O Heiland, om in mij te leven,
Wil ook in mij geboren zijn!
Stil dan welhaast dat sterk verlangen.
Waardoor G' U plaats reeds hebt bereid!
Vol deemoed zal ik U ontvangen.
Uw komst zal wezen zaligheid!
O Gij, die zijt mijn diepst verlangen,
'k Wacht al mijn heil alleen van U;
Mijn hart, bereid om U t' ontvangen.
Ligt voor U open; o, kom nu!
Ik zal, o Heer, met ziel en zinnen
Uw zaal'gen dienst zijn toegewijd,
En 't leven nieuw met U beginnen.
Als Gij in mij geboren zijt!
Kerstboek 1925 A. WAPENAAR
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's