FINANCIËN
Postrekening 35683.
Als men zoo het dagelijksche leven nagaat, dan gelijkt de eene dag veel op den ander. De dag van heden verschilt niet vaak veel met dien van gisteren. Het zou eentonig zijn, als in dien oogenschijnlijk dagelijkschen sleur niet voorkwamen tal van kleine gebeurtenissen, die op zich zelf misschien niet veel beteekenen, maar die toch met elkander de eentonigheid tusschen den morgen en den avond breken en levendigheid brengen in onze aardsche loopbaan. Al naar onzen verschillenden aanleg heeft de eene mensch meer behoefte aan afwisseling dan de ander. Onrustige naturen wachten niet af wat het leven hun voor afwisseling brengt, dat duurt hun te lang, daarom maken ze de afwisseling zelf. Dat zijn menschen, die het zichzelf en anderen dikwijls zeer moeilijk maken. Van stabiliteit is in hun doen geen sprake. Vandaag denken ze zus en morgen weer zoo. Als ge meent dat ge ze hebt, dan zijt ge ze zoo weer kwijt. Benijdenswaardig is zoo'n natuur vanzelf niet, want met iemand, op wien men niet rekenen kan, begint men ook niet zoo spoedig iets, zoodat men ziet dat zoo iemand dan door den een, dan door den ander wordt losgelaten en weldra geheel alleen komt te staan. Nu, dan hindert hij ook niemand en kan zich wenden en keeren en bewegen al, naardat het hem in den zin komt. Niemand heeft er dan last van.
Zoo zijn er in het leven tal van verrassingen. Aangename en niet aangename. In den regel voeren de laatste den boventoon. Ook de Schrift spreekt zoo, die daar zegt: „Elke dag heeft genoeg aan zijns zelfs kwaad".
Als Penningmeester van den Gereform. Bond heb ik ook mijn aangename en nietaangename verrassingen. Als iemand bedankt als lid omdat er een Bondsdominee is die fietst en zelfs contributie betaalt aan den A.N.W.B., omdat hij zich verplicht gevoelt voor het onderhoud van fietspaden, wegwijzers, waarschuwingsborden, ook iets te moeten betalen, dewijl hij daar gebruik van maakt; als een ander, omdat een Bondsdominee zooiets doet daarom bedankt als lid, dan is dat zeer onaangenaam. Als men dan weer den volgenden dag een briefkaart ontvangt uit Rotterdam van iemand, die zich opgeeft als lid en abonné van de Waarheidsvriend, omdat hij geheel en al instemt met het doel en den arbeid van den Gereform. Bond, dan maakt die weer goed wat de vorige bedierf.
Als de maand November, wat de opbrengst voor de fondsen betreft, belangrijk lager was dan het vorige jaar, dan is dat geen aangename verrassing; maar als mijn vriend Dirk nog op een drafje komt aanloopen en mij honderd gulden in de hand stopt, in de hoop, dat hij niet te laat is gekomen en ik nog wel zoo goed zal willen zijn om ze aan te nemen, dan is dat weer een verrassing, die wij onder de rubriek „aangename" mogen plaatsen.
Gelukkig, als penningmeester heb ik geen behoefte de afwisseling zelf te maken. Ik ga elken Dinsdag voor mijn lessenaar zitten, leg een stuk papier voor mij neer, trek het Bondslaadje open dat zich aan mijn rechterhand bevindt, en dan komen de verrassingen. Aangename en niet-aangename. Een van de eerste soort ligt als de laatst aangekomene bovenop. Die is uit
P u t t en. Ik ben daar dikwijls voorbij gespoord, maar er nooit uitgestapt. 't Moet er mooi zijn. Men heeft mij aangeraden om er eens een weekje door te brengen; 's zomers moet het er heerlijk zijn in de natuur. Het is best mogelijk, dat het er eens van komt. Maar nu is 't winter en gaan we niet naar Putten om van de natuur te genieten. Neen, nu komt Putten naar mij en zendt mij een groote, aangename verrassing, als een bewijs dat men aldaar de Gereformeerde Waarheid liefheeft en het ten zeerste waardeert dat men die elken Zondag en bij elke gelegenheid van den kansel mag hooren. Dat dit voorrecht tot dankbaarheid stemt en men dit niet alleen uitspreekt met woorden, maar ook met daden toont. Hoort wat ds. J. van Amstel mij schrijft:
Geachte Penningmeester,
Het doet mij een groot genoegen dat ik tegelijk met deze u per giro mag toezenden de collecte voor de beide fondsen, gehouden op 9 December j.l., bij een spreekbeurt waarin voor onze gemeente optrad ds. B. Batelaan van Utrecht. Dat het woord van den spreker, die met stille aandacht door een talrijk opgekomen schare werd beluisterd, zeer veel er toe bijgedragen heeft dat de collecte zoozeer onze verwachting overtrof, staat ongetwijfeld vast. Dit gesproken woord heeft het doel van onzen Gereform. Bond goed weergegeven. Wij verheugen ons er in, dat de belangstelling voor dit werk in onze gemeente groeit. Dit mocht zeer zeker ook wel blijken uit de gift van ƒ 60.—, die in de collecte gevonden werd en de verschillende van ƒ 10.—, Met al de andere, groote en kleine gaven samen, plus ƒ 5.— voor de Bondskas, kan ik u een bedrag overmaken van
Honderd zeventig gld. 70 ct.
(Zegge ƒ 170.70).
Ruste er verder 's Heeren zegen op. Hartelijke groete. Uw dw.,
Ds. J. VAN AMSTEL.
Wij danken de gemeente Putten zeer voor deze groote bijdrage. Moge de Heere de gemeente zegenen.
A l p h e n a.d. R ij n ƒ 24.26, zijnde de opbrengst van de gehouden collecte bij een spreekbeurt door dr. J. Severijn van Dordrecht, met het onderwerp: „Een Banier der volken".
G o u d r i a a n, door ds. A. Luteijn ƒ 3.— van N.N., opgezameld aan stuivers en halve stuivers.
Z e g v e l d, van C. Bardelmeijer ƒ 3.23 als opbrengst van busje no. 20 van de maand December.
H o o g e v e e n, door K. Brunsting 31.60. Dit is de collecte voor het Studiefonds, gehouden op onze openbare vergadering van de afdeeling in het gebouw „Irene", waar als spreker voor ons optrad de WelEerw. heer ds. W. L. Mulder van Voorthuizen.
B e n s c h o p, door ds. N. C. Bakker ƒ 30.75 voor Leerstoel-en Studiefonds als opbrengst van de collecte bij den Dankstond.
L o p i k. Lopik ! Dat is, geloof ik, een nieuwe op onze lijst. Ik kan mij het tenminste niet herinneren. Hartelijk welkom! ƒ 30.— aan collecte, voor de fondsen gehouden bij het optreden van ds. D. Plantinga van Linschoten in de Ned. Hervormde Kerk op Woensdag 15 December 1926. Namens den kerkeraad toegezonden door den heer A. Vink, diaken.
G o u d e r a k, toegezonden door den hr. P. Kok, koster der Ned. Herv. Kerk, ƒ 3.10 namens den kerkeraad, zijnde een gedeelte van de catechisatiebus, voor het Studiefonds.
Z e i s t, door ds. R. Bartlema „voor eenige weken werd mij door een gemeentelid ƒ 1.— en verleden week ƒ 12.50 gegeven voor 't Studiefonds. Tezamen alzoo ƒ 13.50"
Wij sluiten onze ontvangsten heden met een bedrag van
f 310.09.
Waarvoor hartelijk dank. Moge de Heere er Zijnen zegen over gebieden.
Het verblijdt mij de eerste twee weken van onzen nieuwen jaargang te kunnen beginnen met 28 nieuwe abonné's. Er zullen er, naar wij vertrouwen, nog wel meer volgen, want ieder Gereformeerd Hervormd mensch behoort onze Waarheidsvriend te lezen. ,,Wij zouden hem niet gaarne missen". Dat zegt een ieder, die het blad een tijdje achter elkaar gelezen heeft. De nieuwe abonné's kwamen uit: Arnhem 1. Blokzijl 2. Delft 1. Gorinchem 1. Hattem 5. Nijkerk 2. Putten 1. Rockanje 1. Rotterdam 2. Rijssen 1. Schoten 1. Souburg 1. Sliedrecht 1. Utrecht 2. Veenendaal 1. Wapenveld 2. Waddingsveen 1. Weesperkarspel 1. Zeist 1. Totaal 28 stuks. Met hartelijken dank.
De Penningmeester,
J. C. FLIEHE.
Arnhem, Parkstraat 6.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's