Ik Dacht
Ik dacht, dat het een najaarsblad.
Een geel geworden blad was;
Maar 'k zag dat het een vlinderke.
Een vlinder op mijn pad was.
Ik dacht: er dreigt een zware storm,
Die heel veel zorg zal geven;
Maar 'k zag hoe straks integendeel
De schepping ging herleven.
Ik dacht, dat alles tegen liep,
'k Was moedeloos, verlegen;
Maar zie, het bleek de rechte weg,
't Was juist een weg van zegen.
'k Dacht in 't verschiet een leeuw te zien.
Die nijdig naar mij blikte,
Maar nader komend bleek 't een boom.
Welks schaduw mij verkwikte.
Ik dacht, ik dacht maar wat ik denk,
Is stellig niet onfeilbaar.
Laat ik maar voortgaan aan Gods hand,
Zijn wijsheid is onpeilbaar!
Laat ik maar voortgaan naar Zijn wil
En letten op Zijn wenken.
Wat eerst een onheil scheen,
kan dan Mij blijken heil te schenken.
Timotheüs 1925. E. v. O.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 december 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 december 1926
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's