De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

6 minuten leestijd

De Christianiseering van de Openbare School.
Bij het Onderwijs-debat, dat de vorige maand bij het scheiden der markt in de Tweede Kamer gehouden werd, is een tipje van den sluier opgelicht, die nog steeds het geheimzinnig probleem van de Christianiseering van de Openbare School verborgen houdt. Of de zaak door dit debat een stapje nader tot hare oplossing kwam, meenen wij te mogen betwijfelen. Echter, iedere poging welke men onderneemt om ten deze verhelderend werkzaam te zijn, zal ongetwijfeld veler aandacht en belangstelling hebben.
Zooals bekend is, staat de H(ervormd) G(ereformeerde) S(taatspartij) op onderwijsgebied het beginsel voor van de Christianiseering van de Openbare School. Zij doet dit op grond van wat zij meent dat artikel 36 van de Gereformeerde Geloofsbelijdenis leert. Het Kamerlid ds. Lingbeek maakte zich nu bij het hierboven genoemd Onderwijsdebat tot tolk van de voorstanders van deze school-politiek. Het moet belangrijk zijn geweest, om den voorman van de H.G.S. daarover te hooren oreeren. Blijkens de H a n d e l i n ge n  van de Tweede Kamer zeide ds. Lingbeek:
De Openbare School is er nog; bijna de helft van de kinderen van ons volk, en dus het grootste deel van de Protestantsche kinderen, gaat nog op school, en voor de geestelijke belangen van die kinderen wensch ik, dat de Regeering zal toonen hart te hebben. Daartoe wensch ik herstel van het Protestantsch-christelijk karakter der Openbare School,  a l t h a n s  i n  d e  P r o t e s t a n t s c h e  s t r e k e n.
Het lijkt ons van genoegzaam gewicht, bij de laatste woorden van deze aanhaling uit ds. Lingbeek's rede, en die wij expresselijk lieten spatiëeren, even stil te staan.
Naar de meening van dezen afgevaardigde, die in zijn program schrijft: „dat de Bijbel op de Openbare. School geen verboden boek mag zijn", moet dus onderscheid gemaakt worden tusschen de Openbare School in Protestantsche streken en die in Roomsche gewesten. Hoe zich zulk een gevoelen intusschen laat verstaan met den inhoud van artikel 36 der Geloofsbelijdenis, is ons niet duidelijk. Immers onze Vaderen hebben juist dit artikel, zooals de H. G. Staatspartij het steeds doet uitkomen, gesteld met het oog op de taak, welke de Overheid had te vervullen jegens de Roomsche Kerk. Daarom mag ds. Lingbeek op grond van eigen inzicht er niet toe medewerken, om het Protestantsch-christelijk karakter der Openbare School in de Roomsche streken prijs te geven. Dat hij dit inderdaad wél doet, blijkt ook nog uit hetgeen hij verder in de Kamer zeide: „dat het groote Roomsche deel der bevolking niet mag worden voorbijgezien".
En hiermede is dus een der fundamenten ondergraven, waarop het gebouw der Christianiseering van de Openbare School rust. De Christianiseering van de Openbare School mogelijk in Protestantsche, maar niet in Roomsch Katholieke streken.
Doch dat in het op godsdienstig gebied gemengd karakter onzer bevolking niet het eenige bezwaar ligt tegen doorvoering van de Christianiseering van de Openb. School, betoogt ds. Lingbeek nader, als hij zegt: Een ander bezwaar is: de verscheidenheid van godsdienstige richting onder de Protestanten zelf. Dit bezwaar wordt echter niet van overwegende beteekenis geacht, want, zoo luidt het verder; Op school is eenvoudig christelijk onderwijs in Bijbelschen geest noodig, en dat is daar ook ruim. voldoende.
Mis, zei ds. Kersten, die na ds. Lingbeek in de Kamer het woord voerde. Ik vrees, zoo liet de leider der Staatkundig Gereformeerden zich hooren, dat ds. Lingbeek te zeer het oude Gereformeerde standpunt prijs geeft. Waarop ds. Kersten dan dit in één adem laat volgen, wat wij van harte onderschrijven: Ds. Lingbeek heeft zich verklaard als Gereformeerd predikant. Welnu, naar eigen belijdenis heb ik dan ook van ds. Lingbeek iets anders te eischen dan hij heden liet hooren. Ik betuig mijn spijt er over, dat ik in dezen het met ds. Lingbeek niets eens kan zijn, omdat de geachte afgevaardigde in zijn gehouden rede, met te begeeren een volksschool met den Bijbel geen uitspraak geeft voor het Gereformeerde beginsel.
Wat dan? Wil ik niet den Bijbel op school? De vraag stellen is haar beantwoorden. Maar ik moet meer eischen dan dit. Ds. Lingbeek weet zeer goed dat met het beweren, dat men zich op den Bijbel grondt, men zoekt alle anti-Gereformeerde afdwalingen te dekken. Tot op den huldigen dag verbergen Arianen, Pelagianen, Remonstranten en wie weet wat al, hun gevoelens onder een beroep op den Bijbel. Men versta mij wel. Ik heb tegen een beroep op Bijbel geen bezwaar; zoomin als tegen een school met den Bijbel. Maar mijn bezwaar gaat hierover, dat de Bijbel zeer misbruikt wordt, en onze vaderen hebben de Gereformeerde leer dan ook bepaald door de Gereformeerde Belijdenisgeschriften, die in alles op Gods Woord gegrond zijn. Bovendien, met een school, waar onderwijs gegeven wordt in allerlei nuttige vakken voor het maatschappelijk leven, plus een uur of meer Bijbelles, mogen wij ons niet tevreden stellen. Wij moeten onderwijs hebben, dat geheel gegrond is op de Gereformeerde belijdenis. Wat denkt ds. Lingbeek van den Catechismus op school? Het vraagboek is opgesteld om in de kerken en scholen onderwezen te worden.
Ds. Lingbeek verzwakt zijn strijd, als hij zich tevreden stellen gaat met een Christelijke volksschool met den Bijbel. Hoe kan ds. Lingbeek als Gereformeerd man zoo spreken? Hij weet toch, dat de Kerk, die hij zelf dient, zulk een zwaren strijd te kampen heeft tegen hen, die wèl den Bijbel nog willen, maar niet de aloude Gereformeerde belijdenis. Hoe kan ds. Lingbeek het nationalisme stellen boven het Gereformeerd karakter van het onderwijs? Waar moet dat heen? Naar een Christendom boven geloofsverdeeldheid? Dat is het holle christendom, zonder Christus. Neen, Mijnheer de Voorzitter, dat kan ds. Lingbeek niet bedoelen. Maar dan is zijn rede van hedenmiddag niet doordacht.
Dat op het terrein van de School de beide politieke leiders — van de H.G.Statspartij en der Staatkundig Gereformeerden — uiteengaan, blijkt overduidelijk. En ook treedt helder naar voren, dat het gevaar van de doorvoering van de Christianiseering van de Openbare School als gevolg van „de verscheidenheid van godsdienstige richting onder de Protestanten", nog niet zoo gering is. Tevens komt met dit bezwaar de inhoud van artikel 36 van de Gereformeerde Geloofsbelijdenis niet gering in het gedrang.

Hunkerend.
Nog altoos hunkeren de Sociaal Democraten naar de meerderheid. Zoo zeggen ze 't wel dadelijk niet, maar het zit er toch achter. In het verslag van de z.g.n. Kerstrede van den heer Ir. Albarda lezen we:
Met stemverheffing riep de heer Albarda uit dat de katholieken aansprakelijk geacht moeten worden voor de verzwakking van de volksinvloed. Spreker kan niet inzien, waarom de katholieken er tegen zijn om met de S.D.A.P. een democratische meerderheid te vormen. Is dat niet fraai gezegd? Eerst een beschuldiging, gelijk de jaloersche minnaar, en dan een aanhaling. Waarom moeten de Roomschen met de Rooden een meerderheid vormen?  Om de Roode wenschen en begeerten vervuld te krijgen; om de meerderheid, de machtswellust, die dezen bekruipt en hunkeren doet om steun in te roepen en dan - als de Rooden de meerderheid hebben - wat dan?
(Arnhemsche Post).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 januari 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 januari 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's