De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

7 minuten leestijd

Uit de N. Rott. Courant nemen we onderstaand stuk over:

Kerstvergadering der S.D.A.P.
Den eersten Kerstdag heeft de Federatie Amsterdam van de Sociaal Democratische Arbeibeiderspartij haar Kerst-vergadering gehouden, waarin de politieke leider der partij, het Tweede Kamerlid de heer ir. J. W. Albarda, het woord voerde. De groote zaal van het Concertgebouw was geheel bezet. Het Hollandsche a Capella-koor, dat zijn medewerking verleende, opende de bijeenkomst met het zingen van Veni Creator Spiritus.
De heer Albarda begon zijn rede met te zeggen, dat het thans ten einde spoedende jaar niet rijk is geweest aan groote en belangrijke politieke gebeurtenissen. Het politieke leven is min of meer op het doode punt gekomen. Er heerscht algemeen een zekere matheid en bewegingloosheid. Wij bevinden ons tusschen twee tijdperken; de rust, die thans heerscht, geeft gelegenheid tot voorbereiding voor het nieuwe tijdperk. Toch zijn er wel enkele feiten en gebeurtenissen in het bijna afgeloopen jaar, die tot een toeschouwing aanleiding geven.
In de eerste plaats de kabinetscrisis, die op 11 November 1925 uitgebroken, voortduurde tot 11 Maart 1926. Dergelijke regeeringsmoeilijkheden vindt men niet alleen in ons land. Al sinds geruimen tijd treden kabinetscrisissen in verschillende landen op. Het moet dus wel een algemeene oorzaak hebben, dat stabiele regeeringen niet goed meer mogelijk zijn. Die algemeene oorzaak is — meent spreker — te vinden in de veranderingen, die in de laatste tientallen jaren zijn ingetreden in de machts verhoudingen; veranderingen, die een gevolg zijn van de groeiende politieke macht der arbeidersklasse. Op het oogenblik is daardoor de toestand deze geworden, dat in geen enkel land in Noord-en West-Europa, een burgerlijke regeering zich staande kan houden, zonder den steun der arbeidersvertegenwoordiging. Daartegenover staat het feit, dat de arbeidersklasse in de verschillende landen nog niet sterk genoeg is om zelfstandig regeeringsverantwoordelijkheid te aanvaarden.
Het is duidelijk, aldus spreker verder, dat wij ons in een overgangstoestand bevinden, maar het is evenzeer duidelijk, dat de tijd al nader komt dat de arbeidersklasse ook in den Staat over de meerderheid zal gaan beschikken en dan bij machte zal zijn zelfstandig door 't vormen van een arbeidersregeering het bewind te voeren.
In deze periode van aftakellng van de burgerlijke politieke partijen deelt, zoo ging de heer Albarda voort, in ons land het liberalisme in dat verval in sterke mate. Van het vroegere „sociale besef" en van de „verteedering des harten" is bij de tegenwoordige liberalen geen spoor meer te onderkennen. Inplaats daarvan kan men thans spreken van de verharding des gemoeds, want het is nu ook bij de liberalen slechts reactie en arbeidersvijandelijkheid, wat er leeft. Het doel van deze politiek is om aantrekkingskracht uit te oefenen op alle conservatieve en fascistische elementen in de bourgeoisie. Met Simon Maas c.s. wedijvert thans het liberalisme om in het gevlij te komen bij al wat arbeidersvijandelijk is.
Is er in deze tijden voor een liberale regeering mogelijkheid? Geen sprake van. En evenmin bestaat thans nog de mogelijkheid van regeeren door een rechtsche coalitie.
Over het heengaan van Colijn is, zoo zeide hij verder, niet al te veel geween geweest. In een Fransch tijdschrift werd van den heer Colijn gezegd, dat hij een Staatsman is van den eersten rang. Ware het niet, dat wij te veel solidariteitsgevoel hebben met de arbeiders in andere landen, wij zouden er toe komen te zeggen: wij zijn bereid u dezen grooten Staatsman te schenken.
De regeering-De Geer steunt niet op een parlementaire meerderheid. Als zoodanig is deze regeering een gevaar te achten voor het staatkundig stelsel en voor de democratie. Immers, tusschen deze regeering en een meerderheid in het Parlement bestaat geen verband. De regeering kan als gevolg daarvan vrijwel doen en laten wat zij wenscht, zonder dat het parlement in staat is, haar tot een andere gedragslijn te dwingen. Reeds driemaal heeft het padement zich door middel van moties uitgesproken voor een bepaald beleid inzake de te voeren politiek van herstel. Het betrof de financiëele, de economische-en de onderwijs-politiek. De regeering heeft de drie moties naast zich neergelegd en ging haar eigen weg; iets, wat zich alleen een extraparlementair kabinet kan veroorloven. Ziet hier de gevaarlijke toestand, die er toe leiden kan dat het parlement, dat allengs is geworden het centrum van de macht des volks, aan invloed achteruitgaat, waardoor ook het volk zelf aan invloed verliest.
Hierdoor ontstaat het gevaar, dat groote deelen van het volk hun vertrouwen in de parlementaire democratie verliezen en hun toevlucht gaan nemen tot andere strijdmiddelen. Wij — aldus spreker — zweren niet bij parlementaire actie alleen, overtuigd als wij zijn, dat ook buiten-parlementaire middelen noodig zijn. Maar wij blijven ons er steeds van doordringen, dat de buiten-parlementaire actie niet heel veel tot stand kan brengen, want het doel, dat er mee wordt beoogd, moet ten slotte worden neergelegd in wetten en besluiten van het pariement.
Reeds een paar maal heeft zich in de Tweede Kamer een democratische meerderheid getoond. Wat is het beletsel, dat die meerderheid zich formeert tot een parlementair kabinet? Het is de onwil van de katholieke partij, die met de arbeiderspartij niet durft mee te gaan. De invloed van de katholieke arbeiders is wel groot genoeg om te verhinderen dat de r.k. partij zou helpen aan het opnieuw vormen van een coalitie-regeering, maar die invloed is nog niet groot genoeg om haar te dwingen mede te werken aan de vorming van een democratisch kabinet met de arbeiderspartij.
Toch zal de politieke malaise slechts overwonnen kunnen worden door concentratie van de macht der arbeidersklasse.
De heer Albarda kwam vervolgens ook te spreken over de ontwapenings-agitatie van de S.D.A.P. Als uitingen en daden, die — zoo zeide hij — in wezen gericht zijn tegen de ontwapeningsactie der S.D.A.P., noem ik de discussie, gevoerd in de Tweede Kamer bij het relletjes; debat, de kleingeestige en misselijke campagne tegen burgemeester Van der Sluis, en nu pas de meer dan schandelijke vonnissen, die de Krijgsraad heeft uitgesproken tegen de militairen uit Ede en Assen. En ten slotte de jongste redevoering van minister Lambooy bij de behandeling van de oorlogs-begrooting. Alle moeite, die deze bewindsman heeft besteed om het Nederlandsche volk gerust te stellen op het punt van de aanwezige wapen-en munitie-voorraden, acht spreker verspild. Want miniem en bespottelijk klein blijft alles, vergeleken bij de ontzaglijke voorraden, waarover men in het buitenland beschikt. Wat men ook zal willen doen om het Nederlandsche militairisme doeltreffender te maken, voor een groot deel van het Nederlandsche volk staat 't thans onwrikbaar vast, dat slechts door ontwapening de vrede gewaarborgd wordt.
Internationale ontwapening — aldus spreker verder — is het meest begeerlijke, waarnaar gestreefd moet worden, maar de nationale ontwapening is een der doelmatigste schreden op den weg om tot de internationale ontwapening te komen.
Wat het ontwapeningsvoorstel van de soc. dem. Kamerfractie betreft, de behandeling daarvan zal, zooals de Kamer-voorzitter heeft meegedeeld, half Februari beginnen. Wij weten zeer wel — aldus de heer Albarda — dat het voorstel zal worden verworpen, maar toch achten wij de behandeling er van van zeer groote beteekenis voor de versterking van de ontwapenings-gedachte. Het gerucht gaat, dat men voornemens zou zijn van burgerlijken kant, aan een groot debat over het ontwapeningsvoorstel niet deel te nemen. Men zou willen herhalen, wat in Maart 1926 is geschied, toen het voorstel tot Kamerontbinding zonder discussie door de Kamermeerderheid werd verworpen. Indien men inderdaad voornemens mocht zijn, ook dit voorstel aldus te verwerpen — la mort sans frase! — dan voorspel ik, dat van dien dag af de ontwapeningsgedachle den nieuwen aanhang zal krijgen van tienduizenden verontwaardigden.
Nadat spreker vervolgens nog had gewezen op het z.i. dreigende oorlogsgevaar door de houding van Italië, op de ontzaggelijke werkloosheid — in September-October j.l. waren er in 26 landen 4.600, 000 werkloozen — besloot hij zijn rede met een peroratie, waarin hij zijn gehoor opwekte in naam van den werkelijken vrede onder de menschheid te ijveren voor de verbreiding zoowel van de ontwapenings- als van de socialistische gedachte.
Het a Capella Koor zong hierna nog „Vrede" van Adama van Scheltema.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 januari 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 januari 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's