De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FEUILLETON

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FEUILLETON

DE SMID VAN GRIJSDORP

5 minuten leestijd

DE SMID VAN GRIJSDORP
door JEKA
8)

't Was in den avond van een der volgende dagen. Van Leeuwen was reeds weer, geheel van den schrik bekomen, in den tuin aan 't werk geweest, toen ds. Stevens hem kwam bezoeken. Deze was op reis geweest en had, thuis gekomen, gehoord wat er geschied was, waarom hij naar van Leeuwen ging ook om zijne belangstelling te toonen.
Gezellig waren zij bijeen geweest; de predikant was met hen verblijd nu alles zoo goed was afgeloopen en dankte toen hij heen zou gaan, ook den Heere voor Zijne goedertierenheid, dat Hij den vader des Huizes had gespaard en niet weggenomen door den dood. Hoe had Hij daardoor deze kinderen en „oude moeder" verblijd! Ook dankte hij dat de ouders, die verre waren, hun eenigen zoon niet onverwachts hadden moeten missen, maar hun kind gered was. „Dat zij ook Uwe hand, o Heere! er in zien mogen en U er voor danken".
Dit laatste gedeelte van het gebed werd ook gehoord door de heeren Schippers en van Hoeven, die, toen ds. Stevens bad, het tuinmanshuis in kwamen om van Leeuwen te bedanken voor hetgeen hij gedaan had tot redding van Karel.
Toen van Hoeven hoorde, wat zijn eenigen zoon was overkomen, gevoelde hij zich gedrongen hem te gaan zien en zoo was hij met den heer Schippers naar „de Beukenhof" gereisd, ook om persoonlijk den tuinman, die zijn zoon gered had, zijn dank baarheid te toonen. En nu hoorde hij, in 't huis van van Leeuwen gekomen, dat voor hem God gedankt werd. Dat had hij niet gedaan, zelfs had hij er niet aan gedacht om dat te doen, want hij was een ongeloovige, die zonder God leefde. Het gebed van ds. Stevens trof hem diep, toen hij achter den heer Schippers de huiskamer van van Leeuwen zou binnengaan en zag en hoorde wat daar voorviel.
Min of meer beschaamd en niet wetende wat hij, een welbespraakt advocaat uit Amsterdam, tegen deze eenvoudige menschen zeggen zou, kwam hij de kamer in. Hij was hier gekomen om een mensch te bedanken: voor de redding zijns zoons en vóór hij dat kon doen, hoorde hij dat zij het, zonder hem te kennen, voor hem Gode gedaan hadden.
Als met eerbied gaf hij den predikant de hand en dankte hem voor „de goede woorden", zoo even gehoord.
En dat was de inleiding tot een zeer aangenaam gesprek met den tuinman en „oude Geertje" vooral.
Wat er gebeurd was, moest nogmaals breedvoerig verteld, en toen vond de advocaat ook hartelijke woorden om den tuinman te danken. „U hebt mij voor altijd tot uw schuldenaar gemaakt. Ik weet niet wat ik doen zal u het te vergelden: u zult mij een groot genoegen doen als u zeggen wilt op welke wijze ik u een wederdienst kan bewijzen".
Daar wilde van Leeuwen echter niet van weten. „Het spreekt toch van zelf, dat ik deed wat ik gedaan heb ? Ik kon toch, toen ik de jongens hoorde roepen, niet anders doen, dan hen helpen. En God heeft het alles ten beste geschikt".
„Zoo is het", zei oude Geertje. „Hem komt alleen de dank toe. Hij heeft twee eenige zoons gered, den uwen en den mijnen, mijnheer. Wat zou het geweest zijn als wij ze hadden moeten missen? Zoo had het toch kunnen zijn. Ik kon niet laten daaraan telkens te denken, vooral als u weet, dat er vroeger in dien vijver een eenige zoon verdronken is. Vele jaren geleden, het is mij dikwerf verteld, is de eenige zoon van de familie hier op den hof, verdronken. Radeloos waren zijn ouders; de baron liet den vijver dempen, maar in het gedeelte dat er nu nog van is, waren wellen, die altijd weer water opgaven, zoodat er een kleine kom is overgebleven en afgesloten.
Later werd hun weer een zoon geboren; dat was de oude baron, die voor een jaar of vijf is overleden.
En moeder Geertje vertelde van de familie van Wijck Doornenburg. Hoe treurig 't was voor den zoon, die officier was in Den Haag, en voor de twee freules, toen 't bleek dat alles verkocht moest worden en zij „den Beukenhof" moesten verlaten. Wat het geweest was, voor de freules vooral, die niet anders dan in weelde en overvloed geleefd hadden, toen zij vernamen dat alles was verdwenen, zelfs de familie-juweelen, die er toch moesten zijn; hoe daarnaar was gezocht, omdat de baron kort voor zijn dood er nog iets over gezegd of geschreven had, maar dat zij niet te vinden waren, en er geruchten hadden geloopen dat zij gestolen waren. Als Geertje over die familie aan 't woord kwam, wist zij niet van ophouden. Zij had er zooveel goeds van genoten.
„Mijnheer was advocaat, had zij begrepen, nu, als mijnheer soms iets kon doen voor de freules, hoe zou Geertje zich daarover verblijden. Zoo nu en dan kreeg ze nog wel eens een brief van freule Carolien waaruit wel bleek dat zij een sober Ieven hadden.
Mijnheer van Hoeven beloofde erom te zullen denken, ofschoon hij niet wist wat hij voor haar doen kon.
„De oude notaris, die altijd de zaken behandelde, leeft nog, hij woont te Groenuizen, die zal mijnheer wel kunnen inlichten".
Van Hoeven was eerst niet van plan op deze zaak ernstig in te gaan, maar toe hij er later over nadacht en nog eens met oude Geertje sprak, die hem ronduit zeide als hij voor hen iets doen wilde, zij het dan aan haar gedaan rekenen zou, indien hij de arme freules zou kunnen helpen, maakte hij er meer werk van; en naarmate hij de zaak onderzocht, begon hij er meer belang in te stellen. Er was iets geheimzinnigs in, dat hem aantrok, en hij besloot wat hij kon doen om de zaak op te lossen en zoo mogelijk tot een goed einde te brengen.
(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 januari 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FEUILLETON

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 januari 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's