De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDOM DE LEESTAFEL

9 minuten leestijd

Sabbathsvrede. Een boek voor den Zondag, door J. Douma, Dienaar des Woords te 's-Gravenhage. Uitgave van J. H. Kok te Kampen. Dit boek, dat bij de wisseling des jaars begint, wil in 52 Overdenkingen „een boek voor den Zondag" zijn. Er zijn altijd zieken, die niet naar Gods huis kunnen gaan en toch zoo gaarne Gods Woord beluisteren en Gods Waarheid overdenken. Ook zijn er gezonden, die moeten thuis blijven. Ook zijn er die des Zondagsmiddags of aan den avond van den dag des Heeren wat willen lezen en dan „Zondagslectuur" begeeren. Voor zulke menschen is dit boek uitnemend geschikt. Voor elken Zondag is'een Schriftwoord gekozen, zooveel mogelijk naar den gang van het kerkelijk jaar. Om den biddag is gedacht, — de Lijdensweken, Paaschfeest. Hemelvaartsdag, Pinksteren, Kerstfeest — 't wordt alles stuk voor stuk herdacht in een overdenking van een paar bladzijden. Wij kunnen en willen dit boek gaarne aanbevelen. Wat spreekt de Schrift toch voor alle tijden, en wat is het een goudmijn, waaruit telkens nieuwe schatten voortkomen! Ds. Douma heeft uitnemend werk geleverd en de Uitgever verzorgde dit boek op bizondere wijze.

Aan de Overzijde. De staat der ziel tusschen dood en opstanding, door ds. J. J. Knap Czn. Uitgave J. H. Kok te Kampen. In „Oude Paden" heeft ds. Knap deze reeks artikelen „Aan de Overzijde" geschreven. De opschriften der hoofdstukken zijn: Hier en Ginds; Het stervensmysterie; Onsterfelijkheid der ziel; Onlichamelijkheid; Geen zieleslaap; Het Vagevuur; Het Doodenrijk; Tweeërlei toekomst; De Hemel; Huis des Vaders; Vele woningen; Met Christus te zijn; De hemelsche Orde; Geestelijke verwantschap; Ontwikkeling of stilstand? Arbeid of rust? Het heden der genade. Men ziet, 't gaat alles over den staat des doods, aan de overzijde van het graf. Waar het een zoo bij uitstek belangrijke zaak behandelt en dan op een manier, waarvan ds. Knap het geheim kent, zal het ons geenszins verwonderen wanneer dit boekje, in klein formaat zoo keurig uitgegeven, door velen begeerd wordt om het te bezitten. Vergezelle de Heere het met Zijnen zegen en geve het licht van  G i n d s  om ons te bekrachtigen voor het werk  H i e r.

Wat Verzen en Proza, door S. Anema. Uitgave van J.H. Kok te Kampen. De titel is bescheiden. „Wat" verzen; en ook „wat" proza. De poëzie bestaat uit verzen als: Levensoffer, Na den bondsdisch. Trouwring, Duinwandeling, Geloof, Grafschrift op Talma, Aanbidding, Bij het graf van Kuyper, Aan de torens van Delft. Het proza omvat: Jacob van Maerlant; Vondel; Hooft; Bilderdijk; Bosboom-Toussaint; Een letterkundige overdenking bij dr. Kuyper's 80sten verjaardag; Openingsrede der letterkundige tentoonstelling in Amsterdam; Door den Kerstnacht. Dit boekje geeft fijn werk — lees „door den Kerstnacht" maar eens — zoodat liefhebbers van proza en poëzie hier te gast kunnen gaan.

De Voorbiddiing van Maria, door Cor Meerens. Protestantsch Vlugschrift. Uitgave van het Geert Groote Genootschap te Den Bosch, 1926. (Secretariaat G.G.G. te Culemborg).

Dit is een wonderlijk en geheimzinnig boekje. Het is een „protestantsch vlugschrift", uitgegeven door de — — Roomsche Propagandistische Vereeniging „Geert Groote"! Hoe zit dat? In het geschriftje van 28 blz., dat handelt over de Maria-vereering, komt telkens voor: „wij, Protestanten". En het is in de redeneering en bewijsvoering puur-Roomsch, uitgegeven door een Roomsch Genootschap. Wij begrijpen die situatie niet. Niet minder dan tot deze conclusie komt deze protestantsche Cor Meerens, dat „ons Protestantisme" zich moet verjongen en nieuwe levenskracht moet scheppen uit onbevooroordeelde toetsing van Rome's leer aan de Heilige Schrift — waarbij dan te voren is vastgesteld, dat het geheel in de lijn des Bijbels is om te gaan bidden: „Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons, zondaars, nu en in het uur van onzen dood".
Wij vinden dit een vreemd boekje en wij vertrouwen dit zaakje voor geen cent. Wie is die  C o r  M e e r e n s ? Wij zouden hiervan wel wat meer willen weten!
De schrijver van dit boekje, die zich orthodox-Protestant noemt, is bang, dat door de Reformatie bepaalde onderdeden , der Roomsche geloofswaarheden teloor gingen voor het Protestantsche nageslacht, (blz. 5). Onder de specifiek Roomsche godsdienstige gebruiken is er één, dat ons Protestanten, al bijzonder tegen de borst stuit, n.l. de vereering en aanroeping van Maria, de moeder van Jezus. (blz. 6). Het Nieuwe Testament deelt ons niet mede, dat de oudste Christelijke Kerk reeds tot het bewuste inzicht gekomen is van wat Maria voor de Kerk kon gaan beteekenen. (blz. 9). Maar dat behoeft ook niet. Door onzen denkarbeid moet de eene waarheid na de andere aan het licht komen, (blz. 9). Dan worden enkele „Bijbelsche gegevens" aan de hand gedaan, die ten opzichte van Maria en in verband met de Maria-vereering der Roomschen „waarlijk niet zonder beteekenis zijn" (blz. 10). Abraham is een voorlooper en afschaduwing van Maria! (blz. 11) Gelijk Abraham bestemd was om vader te worden, was Maria bestemd om moeder te worden (blz. 12). Aan Abraham heeft God beloofd: „Ik zal zegenen die u zegenen en vervloeken, die u vloekt". Gabriel heeft Maria gegroet en gezegend; en doet dus hetzelfde wat men ook jegens Abraham behoorde te doen. (blz. 12-13). Wanneer de Roomschen nu veelvuldig hun „Wees gegroet" tot Maria richten, kunnen zij niet beticht worden zich daarmee aan afgoderij schuldig te maken (blz. 14). Abraham was voorbidder vóór Sodom, Maria is om in den hemel voorspreekster te zijn. Niet om een offer te brengen, maar om te bidden. (Abraham, Gen. 20: 7). (blz. 14). Paulus vraagt om de voorbede: „Broeders, bidt voor mij". Wanneer de Roomschen Maria aanroepen, is hierin dan ook geenszins te zien een verloochening van Christus als Middelaar (blz. 15). Maar de voorbidding van Maria wordt gevraagd, omdat men overtuigd is, dat de Moeder des Heeren veelvermogend is bij haren Goddelijken Zoon en een Moeder van barmhartigheid is (blz. 16) Het moederschap van Maria is een heilsfeit; en als heilsfeit is het van blijvende beteekenis (blz. 17). Zij is en blijft het middel, waardoor wij Jezus bezitten (blz. 17). In Maria is het ware Israël te zien. Zooals de geloovigen Abraham's kinderen zijn en zingen: „Gij volk uit Abraham gesproten. Dat zooveel gunsten hebt genoten. Gij, Jacob's kinderen, die de Heer heeft uitverkoren, meldt Zijn eer",  zoo moeten we, als geloovigen, ons ook als kinderen van Maria beschouwen (blz. 17). „Zie, van nu aan zullen mij zalig spreken al de geslachten"; derhalve haar hoogelijk roemen als gunstgenoote Gods. (blz. 18). Wij, Protestanten, doen dit toch eigenlijk niet, de Roomschen daarentegen juist wel. Wij hebben geen Maria-liederen, geen Maria-feestdagen, geen Maria-beelden (blz. 18). Volgens de Roomsche leer is Maria gekroond tot Koningin, maar wij behoeven ons niet te verbazen over zulk een leer, het is geheel en al Bijbelsche waarheid, (blz. 21). Mogen de geloovigen nu op aarde elkaars voorbede vragen, waarom dan niet óók, ja vooral de voorbede van hen, die altijd bij Jezus zijn? De Romeinsche catacomben wijzen stellig in die richting. En dan is Maria een vorstelijke gebiedster, wier voorbede gelijk staat met een bevel en die een veelvermogend beschikkingsrecht in het Koninkrijk Gods ontving (blz. 22—23). Zooals Jacob te Pniël worstelde met God, zoo bidt Maria in den hemel (blz. 24). En waar de Bijbel ons verhaalt van den overwinnenden Jacob, die van God zegen verkrijgt, zal een Maria, die als Koningin des hemels het luisterrijk voorbeeld van haar grooten voorvader volgt, ons als christenen tot troost kunnen zijn. Ook hier ligt Bijbelsche achtergrond achter de Roomsche Marialeer (blz. 24). Deze oeroude godsdienstvorm (n.l. de Maria-vereering) had nooit mogen worden afgeschaft, (blz. 27). Maria, de moeder der smarten, (Mater Dolorosa) is de erfgename van de grootste heerlijkheid des hemels met en door Christus. Tot deze Moeder der Smarten dan mag het lijdende kind op aarde met vertrouwen het hart verheffen; tot haar die geleden heeft verlangend de bede richten: „Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons, zondaars, nu en in het uur van onzen dood" (blz. 28).
Wij hebben met opzet een breed uittreksel gegeven van wat een „orthodox Protestant" zegt van de Roomsche Maria-vereering. Wie van ons gelooft nu, dat we hier met een Protestant te doen hebben?
Niemand! En net zoo min als wij Abraham-dagen en Abraham-beelden en Abraham-wees gegroetjes hebben, evenmin willen we ook Maria-dagen en Maria-beelden en Maria-wees gegroetjes hebben. Méér dan Abraham, méér dan Maria hebben we in Christus en Hem zullen we aanroepen, Hem zullen we aanbidden, Hem alléén!!!

Woestijn en Wijngaard. Meditatiën uit de Kleine Profeten (Hosea, Amos, Obadja), door ds. J.A. Tazelaar, Geref. pred. te Rotterdam. Uitgave van de Uitg.-Mij „Holland", A'dam. Dit boek valt dadelijk op door de typografische verzorging. Voorname letter op titelblad, met kleurschakeering. Dan in den tekst kloeke letter met typische onderbreking der zinnen. Zoo is het geheel een solied en deftig boek geworden van ongeveer 300 bladz. Of die onderbreking der zinnen met vierkante, zwartgevlekte hokjes, nu zoo mooi is? De smaak verschilt en over den smaak valt niet te twisten. De een zal het mooi vinden, de ander niet. 't Blijft iets bizonders, dat we vóór deze nooit zagen. De oorzaak zal wel te zoeken zijn in de kortheid van vele zinnen. Die alle op een nieuwe regel te zetten, ging natuurlijk niet. Daarom waarschijnlijk deze bizondere onderbreking, waardoor de aandacht getrokken wordt bij het lezen. Of — afgetrokken misschien?
In dit voorname boek, dat een deftigen indruk maakt en ook deftig is, wordt ons door ds. Tazelaar een aantal overdenkingen gegeven, die genomen zijn uit de Kleine Profeten. Elke overdenking heeft een sprekend opschrift en 't doet ons binnentreden het leven van Gods volk in armoede en in rijkdom, in vredestijd en oorlogstijd, in dagen van slagen en in dagen van zegeningen. Woestijn — beeld van de verlatenheid; Wijngaard — beeld van de rust en van welvaart.
Ds. Tazelaar is hier ds. Tazelaar. Hij spreekt in z'n eigen taal, met zinsbouw hem eigen. Kloek en degelijk, tegelijk zóó, dat de zinnetjes huppelen en het vuurwerk glans verspreidt en vraagt om bewondering. Zóó worden ons de Schriften geopend; hier de „Kleine Profeten", wat voor onzen tegenwoordigen tijd van zoo buitengewoon belang is te achten. De Schrijver gaf een mooi boek, de Uitgeefster verzorgde dat mooie boek op waardige wijze en zoo hebben we een boek gekregen, dat in alle opzichten verdient te worden aanbevolen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 januari 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 januari 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's