FINANCIËN
Postrekening 35683.
Over de colleges, door prof. H. Visscher gegeven aan de Universiteit te Utrecht en uitgaande van ons Leerstoelfonds, krijgen wij steeds de gunstigste berichten. Zoo ontving ik laatst een schrijven, waarin deze regel voorkwam: „Met de colleges van prof. Visscher is het inderdaad een succes. Jongelui komen in goeden getale en getrouw op. Het beste bewijs er voor is, dat er zelfs vijandschap tegen loskwam". Dit woord mogen wij ook ten volle op onzen Gereformeerden Bond toepassen, 't Gaat gelukkig uitstekend met onzen Bond. De leden nemen in goeden getale toe. De Waarheidsvriend handhaaft zijn positie. Voor elke een, die de gelederen verlaat, treden één of meer anderen in de plaats en op dit oogenblik mogen wij zelfs constateeren, dat het aantal nieuw aangekomenen dat der deserteurs verre overtreft. Met de financiën is het in het afgeloopen jaar best gegaan. Onze rondreizende studenten, met de heer Abbringh aan 't hoofd, hebben in de vacantie zooveel verzameld, dat door hun medewerking het succes zoo gunstig is. Maar aan vijandschap tot staving van 't succes ontbreekt 't ons ook niet. In een maandblad wordt de Bond in een vervolgartikel geregeld bestookt en wie het lezen wil, voorgehouden hoe erg het wel met den Bond is. 't Wordt al te bar. Het Hoofdbestuur doet 't heelemaal verkeerd. Ook andere organen — ik bedoel hiermede alleen slechts die, welke zich Gereformeerd Hervormd noemen — stemmen, zij het ook in anderen toonaard, van harte in met het algemeene koor van afkeuring. Zij doen al maar hun best om hun lezers duidelijk te maken dat onze Bondsmenschenin merg en been Afgescheiden en Doleerend zijn en hunkeren naar het geschikte oogenblik om zoo spoedig mogelijk a la dr. Kuyper uit de Hervormde Kerk te marcheeren. Zitten allen onder Jona's wonderboom verlangend uit te kijken of het nog niet reeds gebeurt en heffen onder het lange wachten een liedje aan met het refrein:
Van Hoedemaker zijn wij de tolk
Wij willen heel de Kerk en heel het volk!
Natuurlijk vallen de Bondsmenschen hier buiten. Dat is geen volk en zij behooren ook niet in de Kerk. Neen, gebrek aan vijandschap hebben we niet en het "wee u, wanneer alle menschen wel van u spreken", heeft de Bond voorlopig nog niet op zichzelf toe te passen. Zoo worden alle leden van den Bond dan ook met een medelijdend schouderophalen bekeken. Ach, zeggen ze, de stumpers zijn niet wijzer. Naar onzen goeden, wijzen raad willen ze niet luisteren. Hoe jammer toch, want wij weten 't zoo goed. Ja, wij weten het alléén.
Zoodoende is ons succes voor goed verzekerd, als de mate van de vijandschap de maatstaf moest zijn. Maar gelukkig, zulk een negatieven maatstaf hebben we niet; wij hebben integendeel een zeer positieven. Wij hebben Gods Woord, en Gods Woord is de Waarheid. Daarom zijn wij vrienden der Waarheid en heet ons orgaan ook „de Waarheidsvriend", n.l. de Waarheid van Gods Woord. Dus niet om daarmede te kennen te geven, dat wij boven onze medemenschen bij uitstek vrienden der waarheid zijn, maar dat wij Gods Woord beschouwen als hét Woord der Waarheid en dat alom verkondigd wenschen te zien en bovenal gepredikt op de kansels der Hervormde Kerk, die wij liefhebben en waarin wij gedoopt zijn.
Zoo gaan wij onder kwaad gerucht en goed gerucht maar door met onzen arbeid. Wij verheugen ons in den bloei van onzen Bond, dien de Heere nog, ook in het Studiefonds, als middel wil gebruiken om de Waarheid in onze Hervormde Kerk te verbreiden. Het is wel jammer dat dit moet, maar wij hebben te rekenen met de feiten zooals ze zijn en niet zoo het behoorde te zijn en wij het graag zouden willen. De Waarheidsvriend is daarbij onze voortrekker. Die vertelt ons wat de Bond wil en wat hij reeds bereikt. Daarom, wil iemand iets doen voor den Bond, werft dan abonné's voor ons blad. Dan komt de liefde en offervaardigheid voor de fondsen vanzelf. Het is zoo echt waar, wat iemand eens zei: Het blad is goedkoop en geeft veel voor ƒ 1.— per drie maanden, maar als je het lang leest, dan wordt het duur, want dan kunt ge niet nalaten aan de fondsen te geven.
Het verblijdt mij dan ook geweldig, dat men overal meer en meer zijn best doet om het lezerstal uit te breiden. Zoo ontving ik een brief uit
E r m e 1 o van de broeders H. v.d. Brink en A. Nyburg, die een aantal adressen hadden opgegeven voor proefnummers en zelf het antwoord zijn gaan halen. Hun moeite is rijkelijk beloond en ik dank hen hartelijk. Zij konden mij een lijst zenden met 17 nieuwe abonné's en 3 nieuwe leden van de Bond. Uit
M a a s s l u i s kreeg ik van den Uitgever nog eenige namen, zoodat wij deze week kunnen noteeren aan nieuwe abonné's:
Ermelo 17 stuks Haarlem 1. Poederooijen 1. Schaarsbergen 1. Westmaas 1. Wapenveld 1. Totaal 22 stuks.
Terwijl ik uit N e e r 1 an g b r o e k een lijst kreeg met 22 namen voor proefnummers. Als er daarvan nu ook eens 17 abonné werden, dan ben ik zeer tevreden.
Aan nieuwe leden
Kralingsche Veer 1. Ermelo 3.
Nu gaan wij zien, wat er is ontvangen.
H e n d r i k l d o A m b a c h t ƒ 2.— van A.J.S., voor de beide fondsen.
W a a r d e r ƒ 30 voor het Studiefonds. Van den kerkeraad der Ned. Herv. Gem.
M ij d r e c h t, ƒ 25.70 afgezonden door G. J. van Smirren, diaken, als opbrengst van de collecte bij een spreekbeurt van ds. Bartlema te Zeist.
W a d d i n g s v e e n, ƒ 42 als opbrengst der collecte voor het Studiefonds. Ds. Koolhaas van Oud-Beijerland was verhinderd; toen heeft ds. H. A. de Geus zelf de spreekbeurt waargenomen.
Z e i s t, van mej. K. ƒ 2.65 uit een spaarpotje, bestemd voor het Studiefonds, en aan ds. R. Bartlema afgedragen.
G r o o t-A m m e r s afgezonden door den heer J. Boesberg namens den kerkeraad ƒ 50.47 als opbrengst van de collecte voor de fondsen tijdens de spreekbeurt van ds. G. A. Pott, van Bodegraven.
S t. A n n a l a n d, ƒ 36.25 afgezonden door ds. A. Oskam, zijnde de opbrengst der collecte gehouden bij een spreekbeurt door ds. A. Dekker van Bleiswijk.
D e l f t, van mej. wed. Sinke uit busje no. 243 ƒ 12.—.
Wij zijn hiermede aan het eind van onze mededeelingen en van de verantwoording der ontvangsten, welke heden tezamen uitmaakten een bedrag van
f 201.07.
Waarvoor hartelijk dank. Moge de Heere er Zijnen zegen over ge bieden.
De Penningmeester,
J. C. FLIEHE.
Arnhem, Parkstraat 6.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 januari 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 januari 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's