De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FEUILLETON

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FEUILLETON

DE SMID VAN GRIJSDORP

5 minuten leestijd

DE SMID VAN GRIJSDORP
door JEKA

Er was heel wat te bespreken tusschen die twee. Albert Brongers en Rika van Leeuwen  waren van hun geboorte af aan buurtkinderen geweest, die het altijd goed met elkaar konden vinden. Samen waren zij naar de school gegaan, hoe dikwerf hadden ze met elkander gespeeld, en wat er ook veranderde met de jaren, zij zochten elkander steeds weer alsof zij bij elkander behoorden.
Voorspoedig was hun jeugd geweest en toen zij groot geworden waren, was de verhouding er niet minder op geworden. De zusters van Albert waren veel ouder  dan hij en reeds eenige jaren hadden zij, met jongelingen uit andere plaatsen gehuwd, het ouderlijke huis verlaten. Hein, Rika's broeder, was ook ouder dan zij en druk en levendig als hij was, vond hij in den stillen Albert geen vriend, zocht zich andere kameraden, en was nu ook reeds geruimen tijd in den Haag. Altijd was hij veel liever bij Jansen den koetsier dan bij zijn vader in tuin en bosch geweest, had met Willem van den smid Grijsdorp te klein voor zich gevonden en zich niet thuis gevoeld in den kring dergenen die de vreeze des Heeren voorop stelden in het leven; hij wilde meer van de wereld zien en was daarom een weg gegaan gansch anders dan hem in huis en school en kerk was gewezen. Al was het dan ook dat hij als jongeling veel had gehouden van de vroolijke Anna uit de smederij, toen deze, vooral na den dood van haar broeder, veel ernstiger was geworden, had hij niet meer van haar willen weten.
Maar Albert en Rika gevoelden zich steeds meer tot elkander aangetrokken en hadden elkander lief gekregen. Grootmoeder wist er wel iets van en zat daarover te denken, nadat zij weer in huls was gegaan, de lamp had aangestoken en de tafel voor het avondeten gedekt.
Zij had altijd over haar kleindochter gewaakt, en al waren hare oogen dan ook niet zoo helder als vroeger, reeds lang had zij gemerkt dat het hart van haar kleindochter aan den zoon van boer Brongers hing. Zij was ook jong geweest; hoe goed herinnerde zij het zich nog! Zou zij niet begrepen hebben waarom de buurjongen zoo menigmaal in 't tuinhuis kwam — of in de nabijheid daarvan was, vooral nadat hij van Leeuwen mee uit den vijver had gehaald? Zij glimlachte, maar slechts voor een oogenblik, ernstig was weer haar gezicht toen zij tot zichzelve zeide: „'t Wordt tijd dat ik er met haar over spreek; van dat verkeeren in 't geheim komt geen goeds; als zij elkander liefhebben, moet het ook langzamerhand tot 'n huwelijk komen. Vele bezwaren zijn er, maar die moeten wij zien op te ruimen. Ik ben oud, de dood kan onverwachts komen; zoolang ik er nog ben kan ik haar raad geven en helpen, 'k Zou haar gaarne gelukkig getrouwd zien vóór ik heenga. Moge het beter gaan dan met Hein. Want Hein? Zij vouwde hare handen om voor hem te bidden en voor Rika; zij gaf ook deze zaak aan den Heere over, gelijk zij het in alles deed, „want Gij, Heere, zijt goedertieren en getrouw van geslacht op geslacht."
„Dag omoe; daar ben ik weer", zei Rika die haastig de kamer in kwam, haar boodschapmand uitpakte en intusschen vroeg: „Is vader er nog niet?"
„Ge zijt lang uitgebleven, kind; 'k was juist over u aan 't denken. Kom eens even bij mij zitten, 'k heb je iets te zeggen."
„Dat treft, omoe, want ik wilde u ook iets vertellen, 't Is over Albert en mij."
„Dat dacht ik wel. 'k Ben blij dat ge daar over eens begint. Met wie zult gij over zoo iets eerder spreker dan met mij? Ge vertrouwt toch uwe oude grootmoeder? Meent ge, dat ik niets gemerkt heb van uwe verhouding tot Albert? Dan moest ik wel blind en doof zijn," zei omoe en zij lachte. „Ge zijt onrustig, hebt de gedachten dikwerf niet meer bij je werk, ik hoor je niet meer zingen als vroeger, en Albert ..... "
„Daar is vader, omoe; we zullen er van avond wel over praten."
Van Leeuwen kwam thuis, en weldra Gerrit ook. Die had twee brieven mee gebracht; de besteller had ze hem gegeven.
„Van Hein, vader."
„Laat ons eerst eten, " zei grootmoeder, „'t is al lang klaar."
Onder 't eten werd niet veel gesproken, alleen Gerrit vertelde dat Anna van den smid weer minder was.
„Wist je daar niet van Rika?"
„Neen, vader, ik ben er niet geweest, ik wilde er morgenmiddag heen gaan."
Vader las, zooals gewoonlijk na het eten een hoofdstuk uit den Bijbel, dankte voor de vele goede gaven dien dag ontvangen en gedacht in zijn eenvoudig gebed aller nooden en belangen.
Toen werd Hein's brief gelezen; de andere was voor grootmoeder; „van de freules uit Velp, denk ik."
„Wat schrijft Hein, vader?" vroeg Rika die zag dat vader's gezicht onder het lezen betrok.
„Zijn vrouw is ziek en heeft geen hulp genoeg. Of gij eens een veertien dagen zoudt kunnen komen. Riek? " zei vader en zij hoorde wel uit zijn stem dat hij bezorgd was.
„Dat is een treurig bericht, moeder. Hoe moeten wij er mee aan? Drie kleine kinderen, de moeder ziek en de vader veel van huis. Zou Rika er heen kunnen gaan?"
„Het zal wel moeten, Jan, maar dan moogt gij ze er wel heen brengen en zelf eens zien. Hein zou zoo niet schrijven, als het niet dringend noodig was. Zij zitten verlegen en er moet hulp geboden. Maar 't is heel wat voor Rika."
Ja, dat was het! Met schrik hoorde zij het.
Zij naar den Haag, en dat nu?
Dat was gansch iets anders dan zij zich zoo even nog voorstelde. Maar het zou moe­ten. Kon het wel anders?
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 februari 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FEUILLETON

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 februari 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's