GEESTELIJKE OPBOUW
Het duizendjarig Rijk. (11)
De Chiliasten verwachten, dat er een o v e r g a n g s t ij d p e r k komt van rust en vrede, voorafgaande aan den grooten dag dat Christus komt ten oordeel. Zooals de schemering komt na den nacht en vóór 1 dag, zóó moet een rustige, vredige Christus' regeering komen op aarde, na een langen tijd van lijden en vóór dat de nieuwe hemel en de nieuwe aarde met eeuwige heerlijkheid komt. Na 6 jaarweken van duizend zal de 7de jaarweek van duizend als Safbbath -en jubeljaar komen op aarde — zoodat het vrederijk nu spoedig te verwachten is (zesduizend jaar na de schepping).
Zij die zoo redeneeren, komen natuurlijk aandragen met Schriftuurplaatsen. En triumfantelijk wordt gezegd: De Bijbel leert ons toch, dat de zwaarden tot spaden, de geselen tot sikkelen geslagen zullen worden.
Men leest u dan voor Jes. 11 vers 6—9, waar die bekende woorden staan: ,,En de wolf zal met het lam verkeeren en de luipaard bij den geitenbok nederliggen en het kalf en de jonge leeuw en het mestvee te lzamen, en een klein jongsken zal ze drijfen — men zal nergens leed doen noch verderven op den ganschen berg Mijner heiligheid, want de aarde zal vol van kennis des HEEREN zijn, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken".
Ook ]es. 35 wordt genoemd, waarin wordt gezegd: ,,dat de wildernis zich zal verheugen en zal bloeien als een roos". Dan wordt verder verwezen naar Jes. 60 vers 1—11 en 18—22, waar sprake is van de Godsstad, welker poorten niet meer gesloten worden; van de zon, die niet meer zal ondergaan — waarbij dan gezegd wordt: „En uw volk zal alle te zamen rechtvaardigen zijn, zij zullen in eeuwigheid de aarde erfelijk bezitten, zij zullen zijn een spruit mijner plantingen, een werk mijner handen, opdat ik verheerlijkt worde. De kleinste zal tot duizend worden en de minste tot een machtig volk: Ik, de HEERE zal zulks te zijner tijd snellijk doen komen. (Zie ook Jes. 65).
Hier wordt, zoo zegt de Chiliast, in de Schrift gesproken van een vrederijk op aarde, en gezegd, dat de aarde buitengewoon vruchtbaar zal zijn, de vromen de aarde zullenn beërven, de heidenen zullen worden bekeerd en Israël wedergebracht zal worden.
Die nu de Schrift eenigszins verstaat, weet, dat de profetieën ver boven het aardsche uitgaan en nooit blijven staan bij Palestina. Jeruzalem en Israël. Ze grijpen naar het geestelijk Koninkrijk, het Koninkrijk van Jezus Christus, dat straks zijn zal van de zee tot aan de zee en van de rivier tot aan de einden der aarde. Dat is het einddoel en het eindpunt, maar om dat te bereiken, gaat het langs wegen van veel strijd en moeite, door wereldsmart en wereldoorlog, door afval en opstand, om dan ten slotte te komen tot de eindoverwinning van Sions Koning. De lijnen waarlangs het Koninkrijk Gods komt, zijn: de verlossing uit Babel en de teugkeer naar Kanaan; de geboorte van Jezus en de prediking van het Evangelie allen creaturen; strijd en verdrukking, lijden en moeite, maar in 't eind de overwinning van Hem, Die door den Vader gezalfd is over Sion. Dat is de groote dag. Dan, wanneer Jezus Christus wederkomt op de wolken om te oordeelen de levenden en de dooden, dan zal alles worden vernieuwd. Dan is de groote wedergeboorte van hemel en aarde (Matth. 19: 28) en Sion zal in heerlijkheid wonen en de aarde zal vol zijn van de kennisse Gods, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken. De verlossing uit Egypte en de verlossing uit Babel zijn maar voorbeelden van 't geen straks komen zal bij de groote verlossing van Christus' KerK. Dan zal in vervulling gaan: „Maar gij zijt gekomen tot den berg Sion, en de stad des levenden Gods, tot het hemelsch Jeruzalem en de vele duizenden der engelen, tot de algemeene vergadering en de gemeente der eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn." Dan zal de woestijn bloeien als een roos. Dan zal de wolf met het lam verkeeren, de leeuw zal stroo eten, gelijk de os; en een zoogkind zal zich vermaken over het hol van een adder; en een gespeend kind zal zijne hand uitsteken in den kuil van den basilisk. Dan zal het alles vrede zijn, in den hemel en op aarde. Dan zal het hemelsch Jeruzalem nederdalen op aarde en hier beneden zal alles wezen naar het model van Boven, toebereid door den grooten Bouwheer en Kunstenaar God.
Maar dat zal zijn na de Wederkomst van Christus op de wolken, om te oordeelen de levenden en de dooden.
Niet vóór dien tijd!
Integendeel! De nieuwe geboorte zal komen door allerlei smarten en benauwdheden heen. „Weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen z w a r e t ij den. Want de menschen zullen zijn liefhebbers van zich zelven, geldzuchtig, laatdunkend, hoovaardig, lasteraars, den ouderen ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig. Zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, achterklappers, onmatig, wreed, zonder liefde tot de goeden. Verraders, roekeloos, opgeblazen, meer liefhebbers der wellusten dan liefhebbers Gods; hebbende eene gedaante van Godzaligheid, maar die de kracht ervan verloochend hebben". (2 Tim. 3).
Er is geen twijfel aan naar de Schrift: tegen de wederkomst van Christus, die de opstanding der dooden en 't eindgericht en 't rijk der heerlijkheid onmiddellijk medebrengen zal, heeft de gemeente van Christus juist moeilijke tijden op aarde te wachten. In de uitvoerige profetische redenen, waarin Christus (Matth. 24) de dingen der toekomst teekent, is geen sprake van bloei en heerlijkheid der Kerk op aarde vóór 't eindoordeel ingaat. Het is veelmeer: „Alsdan zal groote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal. En zoo die dagen niet verkort werden, geen vleesch zoude behouden worden; maar om der uitverkorenen wille zullen die dagen verkort worden." Dat is dus wat anders dan een duizendjarig vrederijk!
„Want het eene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het eene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen zijn hongersnooden en pestilentiën, en aardbevingen in verscheidene plaatsen. Doch al deze dingen zijn maar een beginsel der smarten." (Matth. 24 : 7, 8.)
Het zal gaan van smart tot smart, van strijd tot strijd, van moeite tot moeite. ,,Dat u niemand verleide op eenigerlei wijze; want die komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij en dat geopenbaard zij de mensch der zonde, de zoon des verderfs; die zich tegenstelt en verheft boven al wat God genaamd, of als God geëerd wordt, alzóó dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zich zelven vertoonende dat hij God is" (2 Thess. 2 : 3, 4).
Zóó gaat het naar de laatste ure! (I Joh. 2: 18).
En wanneer er een eind aan dat alles zal worden gemaakt weet niemand. Maar 't zal geschieden in de komst van Jezus Christus op de wolken; „doch van dien dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen." „Waakt dan; want gij weet niet, in welke ure uw Heere komen zal." (Matth. 24: 36, 42, 44).
Wat we te doen hebben in dezen tijd is dus waken en wachten. Een groote afval van het geloof zal er komen, de mensch der zonde zal opstaan, de Antichrist zal komen, gelijk er reeds vele antichristussen geweest zijn, en intusschen geldt het woord van den Heiland: ,,Predikt het Evangelie allen creaturen; want dit Evangelie des Koninkrijks moet in de geheele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde komen". (Matth. 24: 14).
Geen vrederijk!
Veeleer zal Christus den toestand Zijner Kerk op aarde in de laatste tijden allervreeselijkst aantreffen. De geloovigen zullen erger dan iemand ooit te voren uit de menschelijke samenleving teruggedrongen en uitgestooten worden. Niemand zal mogen koopen of verkoopen, dan die het merkteeken van het Beest heeft; dat wil zeggen, die mee de groote wereldmacht aanbidt en meezingt in 't koor der volgelingen van den Antichrist, welke de volkeren verleid heeft, om alle religie uit te schudden en Christus te loochenen. Men zal zichzelf God noemen en den Vader en den Zoon en den Geest loochenen en lasteren. Heel de wereld zal zich daarin solidair verklaren. Babels toren door den oppermensch herbouwd! En in den dienst van het Beest zal de menschheid in het dierlijke verzinken,
Hoe kan men dan een vrederijk op aarde verwachten! Integendeel! Zal er nog geloof zijn, als Christus wederkomt? (Luc. 18) Zal er nog een Kerk zijn? Ja — maar een Kerk in verdrukking en geloof bij de uitverkorenen, die de Heere bewaart, ook in duren tijd en hongersnood.
„En aan de vrouw (d.i. aan de Kerk van Christus op aarde) zijn gegeven twee vleugelen eens grooten arends, opdat zij zoude vliegen naar de woestijn, naar hare plaats, alwaar zij gevoed wordt." (Openb. 12 : 14).
Een woestijn dus ter woning! Maar dan, als Christus komt, dan zal de woestijn bloeien als een roos! Dan zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde in de groote wedergeboorte geopenbaard worden. Dan zal het vrederijk komen, maar dan ook voor eeuwig!
Neen, laat ons toch niet verwachten, dat zoo ongemerkt in het laatst der dagen het vrederijk komen zal op aarde. De wereld zal zich niet bekeeren, om straks in haar geheel blij Christus te begroeten. Wél moet het Evangelie verkondigd worden aan alle geslachten in alle talen, voor de volkeren tot een getuigenis. Wie zich hieraan onttrekt is Gode ongehoorzaam en zondigt tegen het bevel van Christus. Ook moeten de Christelijke beginselen worden gebracht op elk terrein des levens, in alle onderwijs en overal, omdat het gaat om de eere Gods en het Christenroeping is, niet ziende op de uitkomst, maar in 't gebod; om te redden wat te redden mag zijn. Doch dat alles moet geenszins geschieden, omdat we ons voorstellen, dat spoedig „de gouden eeuw" op aarde zal komen en de menschheid straks geheel gekerstend zal wezen, gelijk het zuurdeeg al de maten meels doortrekt.
Niet eene geleidelijke kerstening van de aarde is te wachten, hoewel overal het Evangelie moet worden gepredikt en het Evangeliezout door gansch het leven moet worden uitgestrooid. Geen kerstening van de aarde, waardoor ze rijp zou worden om geheel voor Christus te zijn in den dag Zijner toekomst en Hem blij te begroeten.
Neen, het Woord des Heeren spreekt van andere dingen. De groote afval zal komen en die afval zal zich scherp keeren tegen Christus en allen die van Christus zijn. Het zal een bange, benauwde tijd worden straks. En dan zal Christus komen; dan zal het einde zijn! „En terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven en de sterren zullen van den hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden." (Matth. 24: 29). En dan zal „Jezus, die van u opgenomen is in den hemel ,,alzoo wederkeeren, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien henenvaren." (Hand. 1: 11). „Dan zullen alle geslachten der aarde weenen" en „Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeen vergaderen uit de vier winden." „En wanneer de Zoon des menschen komen zal in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op den troon Zijner heerlijkheid. En voor Hem zullen al de volken vergaderd worden en Hij zal ze van elkander scheiden gelijk een herder de schapen van de bokken scheidt" (Matth. 24 en 25).
Die heerlijkheid gaat Sion tegemoet; die zaligheid wacht Christus' Kerk! „Wanneer Christus zal geopenbaard zijn, die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid" Col. 3. Dan komt de stad Gods op aarde; de groote stad, het heilige Jeruzalem, nederdalende uit den hemel van God, met twaalf poorten en twaalf fundamenten van edelgesteenten en paarlen! (Openb. 21). „Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen het aardrijk beërven." (Matth. 5: 5).
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's