Allerlei.
De nacht is voorbijgegaan en de dag is nabij gekomen. (Rom. XIII: 12).
De naare schaduw is aan 't breeken.
Terwijl de schoone Morgenster
Zijn blinkend hoofd komt op te steeken.
En brengt den dageraad van ver.
O, Zonne! heerlijk overtoogen
Met purper van het Morgenrood,
Zo koningklijk voor onze oogen,
Uw Majesteit is schoon en groot:
Maar in het Oost' van ons Geloove
Verrijst een and're Dageraad,
Die uwe schoonheid gaat te boven,
Hoogwigtig, zonder perk of maat:
Als die de schaduw eens doet wijken
Van 't grof verduisterd vlees en bloed.
Dan zal geen nacht ons meer bestrijken,
Gelijk zij hier op Aarden doet:
Uw heerlijkheid gaat op en onder
En maakt een wisselbaare tijd.
Daar dag en nacht, elk in 't bezonder
Zich over de aarde heenen spreid:
Maar deze dag, die wij verwachten,
Weet, eeuwig, van geen ondergaan,
Maar blijft in zijne volle krachten,
Oneindig, zonder wanken staan.
O, Schoone Dag! wie kan u roemen
Na waarde van uw heerlijkheid;
Wie kan uw glans genoegzaam noemen.
Van zulk een hoogen Majesteit?
OJezus, laat het doch geschieden,
Dat haare straalen, door 't geloof.
Alle aardsche schaduw weg doen vlieden,
Alsof men een gordijn verschoof.
Wij kijken uit naar 't zaalig Oosten,
Met uitgestrekte hals en hooft.
En hoopen op het schoon vertroosten
Dat ons de waarheid heeft belooft:
Wat achter blijft — dit zal gebeuren;
Noch maar een wijltjen in geduld;
Tot God ontsluit Zijn goude deuren
En alles heerlijk wort vervult.
JAN LUIKEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's