STAAT EN MAATSCHAPPIJ
Bakens in zee.
Het is nog niet zoo lang geleden, dat we in een artikel onder het opschrift: „Kan dat maar zoo? " waarschuwden tegen het gevaar, dat dreigt, dat de Christelijke Jeugdbeweging zich op wegen gaat begeven, waarop zij met haar Christelijk karakter noodwendig in strijd moet komen. Als voorbeeld van het hier opgaan van den verkeerden kant, verwezen wij naar 't gebeurde in de Christelijk Historische Jongerenvereeniging te Haarlem, waar na afloop van een redevoering van een der voormannen uit de Unie, het tooneelstukje: „Haar luitenant" werd opgevoerd.
De vorige en ook deze week heeft op 2 en 9 Februari weer iets dergelijks plaats gehad in Steenwijk, waar de afdeeling van het Ned. Jongelings Verbond: Ps. 119 vers 9a: ,,Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden", het tooneelstuk opvoerde: „Geld", in drie bedrijven, gevolgd door het kluchtspel: „Meester Jeroen en z'n kweekeling". De leiding van den avond was, naar de advertenties in de bladen mededeelden, in handen van de Ned. Hervormde predikanten ter plaatse, terwijl het publiek tegen betaling van vijftig cents toegang had tot de zaal. Men ziet, de zaak was geheel in den vorm gegoten van de aankondiging van de voorstellingen, welke gewoonlijk in de schouwburgen plaats hebben. Wij zullen, over hetgeen in Steenwijk plaats vond, niet veel zeggen. Dat een Chr. Jongelingsvereeniging op dergelijke wijze haar avonden doorbrengt, is droevig en levert het bewijs van het ontbreken van elk geestelijk leven. Wat echter 't meest hindert, is, dat boven de aankondiging Psalm 119 vers 9a afgedrukt stond. Het zou voor de afdeeling „Steenwijk" van het Nederlandsch Jongelings Verbond zekerlijk de overweging verdienen om naast het eerste gedeelte van het 9de vers, ook het antwoord te overdenken, dat in het tweede gedeelte van het vers geschreven staat. Wat in Haarlem en in Steenwijk gebeurde, mogen „bakens in zee" zijn ter waarschuwing voor de Christelijke Jeugdbeweging.
Eenstemmigheid.
Menigmaal hebben wij de klacht geuit, dat verschillen van politiek inzicht vaak, zonder dat daarvoor eenige grond aanwezig is, worden toegespitst tot beginselkwesties. Het doet daarom goed, dat wanneer werkelijk principiëele zaken aan de orde zijn, er volkomen overeenstemming is tusschen hen, die éénzelfde beginsel belijden.
Van zulk een overeenstemming maakt „De B a n i e r", het orgaan van de Staatkundig Gereformeerde partij, in zijn laatste nummer melding bij gelegenheid dat in de vergadering van de Staten van Zeeland het voorstel aan de orde was om aan het bestuur der Maatschappij tot bevordering van de tuinbouw in West-Zeeuwsch Vlaanderen een bijdrage te verleenen in de kosten van de tentoonstelling, welke in Breskens plaats had.
Het A.R. lid van de Staten, de heer Dominicus, stelde voor om het subsidie toe staan, echter onder voorwaarde dat de tentoonstelling niet op Zondag zou worden gehouden. Dit voorstel werd mede onderteekend door een der drie Staatkundig Gereformeerde Statenleden. Na een uitvoerig debat, waarbij alle Statenfracties hun stem lieten hooren, werd ten slotte wel niet het doel verkregen wat men had gehoopt te zullen bereiken, maar daarbij bleek toch, dat bij alle stemmingen, welke noodig waren om de beslissing mogelijk te maken, de A.R. Statenleden één lijn trokken met de Staatkundig Gereformeerden van het College. Dat de groep van ds. Kersten daarvan in „De B a n i e r" melding maakt, hebben wij met ongemeen groot genoegen gelezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's