De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

Evangelieverkondiging

11 minuten leestijd

»Hij dan, ook nog vele andere dingen vermanende, verkondigde den volke het Evangelie«. Lucas 3 vers 18.

Weet gij wat het verschil is tusschen de morgenster en het morgenrood? De eerste is de laatste bode van den nacht. De andere is de eerste bode van den morgen.  Als de nacht wijkt, blijft de morgenster nog nalichten. Maar als de morgen komt, werpt deze haar rossigen gloed vooruit, en aan den oostelijken hemel wordt openbaar, dat de dagvorstin in aantocht is.
Jezus wordt genoemd de blinkende Morgenster; in elken nacht van zonde, droefheid en dood, licht Hij na met vriendelijk schijnend licht. Maar Johannes de Dooper is het Morgenrood van den komenden dag. Zijn komst is voorbode van Zijn komst; hij komt om van het Licht te getuigen. Daarom is heel zijn optreden één getuigenis van Christus en Zijn heil, genade en vrede.
Merkwaardig, dat van beiden  p r o f e t i e  en  a a n k o n d i g i n g  voorkomt in de Schrift; dat ook van Johannes een type is aan te wijzen in Gods Woord. Hij zal komen in de kracht van Elia, even luidruchtig, krachtig, onverschrokken alles opeischend voor den naam Gods en van Zijnen Christus. Merkwaardig, dat Johannes' woord als een echo is, dat teruggeeft wat uit „der profeten wijzen mond" ons tegenklinkt; een stem des roependen in de woestijn: „bereidt den weg des Heeren en maakt Zijne paden recht!"
Dan ook, niet minder merkwaardig, dat de apostel Johannes, zijn oud-leerling, hem ons teekent ten voeten uit, opdat wij hem zouden zien in al den rijkdom van zijn optreden; die hem gezien heeft van nabij, laat hem ons zien zóó dicht bij, dat wij het Doopersbeeld volkomen kunnen genieten.
Johannes de Dooper is ons lief. Een eenige figuur, zoon van Israels volk, maar geen man van zijn tijd; dwars gaat hij in tegen alles en allen, om een toegerust volk te bereiden den Heere. Daarom luisteren wij gaarne naar zijn Evangelie, vermanend, vertroostend, verteederend de ziel. 
In het omliggende land van de Jordaan was Johannes, predikend den doop der bekeering tot vergeving der zonden. Daar ging magnetische kracht van uit. Hij trok ze, scharen volks, priesters, visschers, kooplieden, soldaten, alle rang en stand. Want de consciënties gingen open, geraakt en getroffen door scherpe pijlen.
En zij vroegen: ,,Wat zullen wij doen?"
Daar waren de welgestelde lieden, te oordeelen naar gelaat, kleeding en manieren, mannen van „standing", zouden wij zeggen, fatsoenlijke, aanzienlijke menschen. En het verbaast ons, dat hij geen banvloek werpt naar het hoofd van die „rijken", wier rijkdom „verrot" is, en die hun „loon" weg hebben, maar dat hij hun spreekt van „deelen" en weldoen.
En toch is hij geen „deugdprediker", noch een, die een valsch communisme naar voren brengt, of „het volk" in 't gevlei wil komen. Maar het is de prediking van: „O, bekeerde, toon uw bekeering uit uwe werken!" 't Is de prediking van „de dood aan de zelfzucht en de eigengerechtigheid!", van dagelijksch tekort, en dus van dagelijksche verootmoediging.
Daar kwamen de tollenaren (een tweede categorie). Ook zij zeiden:„Wat zullen wij doen?" En weer geen prediking van veroordeeling komt er over zijn lippen, geen eisch aan deze woekeraars en geldwolven, dat zij hun betrekking zouden neerleggen en zich afscheiden van de wereld.
Johannes weet, dat er ook belasting-ambtenaren noodig zijn tot welzijn van het gemeenebest. Zij mogen wel blijven, maar in een eerlijk beroep, bekeerd en geleerd, zoo als Zacheüs later in nieuwe levenspraktijk. Tot eere van Christus, tot zegen voor de naasten.
En zoo traden dan ook naar voren (een derde groep) de soldaten, de ruwe klanten, die van brandstichting en roof leefden en niemand en niets ontzagen.
Zal hij ze duchtig onderhanden nemen en ontslag commandeeren uit zulk een dienst? Johannes is geen anti-militairist, ook geen Tolstoïaan, hij kende den kreet onzer dagen niet: „geen oorlog meer!" Johannes predikte hun ook het Evangelie. „Laat u vergenoegen met uwe bezoldigingen", en dient den grooten Koning, ook in het leger; er is maar één dienst per slot van rekening „militia Christi", voor allen.
In de mobilisatie-jaren zag ik eens op een schutting staan in een kamp van militairen:,,Jezus roept u. Hoort Zijn stem!" Dat was een Johannes' evangelie. Want het gaat om de practijk, om den geestelijken dienst, om het geestelijk betrachten. O, laat u dit niet verwonderen!
„Vele andere dingen vermanende". En daar krijgen we nooit te veel van. Want het werkt alles op Christus aan en Die doopt met den Heiligen Geest en met vuur, om harten uit te branden en te vernieuwen en te leeren, dat gij den ouden mensch zult afleggen en den nieuwen mensch aandoen, die in Jezus Christus geschapen woidt tot goede werken.
Johannes' Evangelie, dat hij den volke verkondigd heeft, is het Evangelie der  h e i l i g m a k i n g. Het klinke ook in onze dagen door de Kerk heen met heldere, krachtige stem! Neen, geen gebod om de wereld te ontvluchten, maar opdracht om in het leven, te allen tijde en te aller plaatse, christen te zijn.  Dat is Evangelieprediking. Maar hier is meer.
„Ook nog vele andere dingen verma­ nende". Zal ik nog een greep doen uit de volheid en uit de veelheid der Johannes'gedachten? Als na den doop van Christus zelf, voor Johannes' oog dat Christusbeeld in zijn klaarheid en heerlijkheid verrijst, dan hoort gij die bekende gedachte van „het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt". En is dat niet h e t Evangelie? Van ver zoening, vergeving, schulduitdelging en rechtvaardiging?
Latere dogmatici hebben dat alles ontwikkeld en uitgebreid. Maar hier ligt de k i e m, de bouwstof, het materiaal. En zoo prediken wij ook; dat Evangelie der verzoening. Johannes doopte met water, maar Christus zal u doopen met Zijn bloed en Geest. O, dat is kardinaal, de onmisbare hoofdzaak; ons Evangelie der verzoening, ons Golgotha, ons rustpunt, het eenige, waarachtige voor ons hart. En telkens als u verkondigd wordt het Evangelie, klinkt u de vraag tegen: Zijt gij verzoend? Wel waarlijk en zeker, om in het geloof te leven met den gekruisten Christus?
Want dan eerst is er vertroosting („vermaning" is immers ook vertroosting?!) omdat dat is „de eenige troost, beide in leven en in sterven".
Het zijn de zielen der gekenden en door Gods Geest meer en meer in de Waarheid ingeleiden, die hiervan veel mogen leeren en bij tijden ook smaken, wier levensgang gesterkt wordt door de zielsverheffende wetenschap: „Hij werd mijne zonde, en ik Zijne gerechtigheid". Ik doe nog een greep in de „vele andere dingen".
Of is Johannes' prediking aan de Jordaan geen prediking van „r o e p i n g", zoo de „uitwendige" als de „inwendige"? Als hij hun den Christus voorstelde met de  w a n  in de hand om Zijn dorschvloer te doorzuiveren? te ontdekken, waar het koren en waar het kaf is? Of nog sterker, als hij Jezus met de  b ij l  teekent, die gereed staat om uit te houwen wat onbekeerd blijft en onvruchtbaar blijkt?
Gereformeerde prediking is de prediking van de separatie (scheiding), niet die wij maken, maar die God maakt, als Hij met Zijn Woord en Geest de harten aangrijpt en bekeert en innerlijk ontroert, verbrijzelt, vernieuwt.
En wèè ons, als ons Evangelie geen waarschuwend woord heeft tot den onbekeerden zondaar over zijn komend verderf! Maar wèè ons óók, als wij niet fier en frisch en flink uitdragen de roepstem der bekeering, wijl het nog is het heden der genade en de welaangename tijd en het jaar van het welbehagen des Heeren! De aanbieding des heils moet gul en royaal zijn, opdat niemand zich onttrekke dan tegen licht en beter weten in en tot zijn eigen schuld en verderf.
En zoo hoor ik in dat eerste Evangelieprediken van den Voorlooper onder den nieuwen dag een prediking van roeping en bekeering, anders dan in onze dagen, waarin men haar zoetelijk en malschelijk heeft teruggebracht tot eene van een „dagelijksche bekeering", van terugkeer van dadelijke zonden en van afkeer van uitwendige buitensporigheden. Johannes durft met de wet komen; en de wet is geestelijk, opdat wij in ons vleeschelijk zondig bestaan voor God zouden openbaar worden, en opdat de lokstem van het Evangelie ons zou leiden tot Hem, die de wet vervuld heeft, en den ontdekten zondaar wil wezen tot een volkomen Zaligmaker. Hij verkondigde den volke het Evangelie, maar niet zonder de tuchtroede van Gods heilige wet te laten gevoelen; het Evangelie dat balsem zou brengen voor 't gewonde, schreiende, Godzoekende, ontdekte zondaarshart.
Nog één gedachte tenslotte. Johannes predikte een evangelie der heiligmaking en der rechtvaardiging, der roeping en bekeering. Ook het Evangelie van de volheid van Christus' liefde en genade voor armen van geest en gebrokenen van hart? Gij moet Johannes 1 en 3 maar eens opslaan om een antwoord op die vraag te ontvangen. Of hebben Jezus' eerste discipelen Hem niet om strijd geroemd als den Zone Gods, en is het Evangelie i n het Evangelie (Joh. 3 vers 16) niet het Evangelie van de onmeetbare en onpeilbare liefde Gods ?
Zelfs gaat Johannes ons voor te prediken (en dat is de rijkste zielservaring, wilt gij, „bevindelijke" gemeenschap van uw ziel met den eenigen Borg) den Bruidegom van Gods Kerk, die op aarde komt om Zijn bruid te zoeken, te vinden, toe te bereiden en te vertroosten.
En als hij dan maar „de vriend" van den Bruidegom zijn mag, die door prediking en aanwijzing de bruid en den Bruidegom tot elkaar gaat brengen, dan is Zijn eere volkomen en deelt hij in de blijdschap van de bruidskerk en van bruiloftskinderen en verhoogt hij de glorie van den Bruidegom.
En dat is ook Evangelie. Het Evangelie van de zielsgemeenschap van Jezus' volk met zijn thans verhoogden Heere en Heiland. Is dat niet het Evangelie dat ons past, omdat het alleen brengt de hoogste blijdschap en den zaligsten vrede?
Legt er maar allen nadruk op, prediker, want „het leven is geopenbaard", en die uit het leven spreekt, zal leven wekken en versterken in de harten dergenen die hem hooren.
Zoo komen wij tot de slotsom, dat er maar één Evangelie is, gelijk er maar één Naam onder den hemel gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden. Sommigen denken dat Evangelieprediking een oppervlakkige aanbieding des heils is. Dat is geen prediking, en dat is geen evangelie. Geen prediking, want een „preek" moet een uiteenzetting wezen van goddelijke gedachten en waarheden, vermanend en vertroostend. En het is ook geen Evangelie, want, die alleen zegt dat er een weg is, geeft een oppervlakkige aanwijzing, waaraan de blijde troost en de rijke zegen ontbreekt.
Is Evangelieprediking dan het brengen van een dorre leer? Wij zijn de prediking in 18den eeuwschen trant gelukkig voorbij en de ware dienaar van Christus voedt zijn hoorders niet met de scholastiek van de oudheid. Wij hooren alom den schreeuw van de ziel, gelijk van 't hert naar de waterstroomen, dergenen die roepen: geef mij geest en leven!
En wij hopen in dien trant en naar den eisch des tijds ook de zielen, aan onze zorge toevertrouwd, te voeden met dat brood des levens, dat in Gods Woord ons gegeven is ter uitdeeling als teerkost op de reis des levens. Gelukkig de ziel, die naar dat ware brood hongert. Zij zullen verzadigd worden.
Mijn laatste vraag is: Hoe zal ik tot u komen, mijn lezer, ook in deze meditatie? Met de bijl of met de wan; met het Lam of met den bruidsschat? Johannes zegt: „ik ben de Christus niet!" Terecht ! Wèè, die zich in Zijn plaats stelt! De Roomsche Kerk maakt zich aan berooving van Christus' eere schuldig, als zij predikt: Ik ben de Christus, die u zaligheid bereid. En het Modernisme roept ons toe, in dwaze zelfverblinding: gij moet zelf de Christus worden door ontwikkeling, beschaving, veredeling. Maar wij gaan achter Johannes den Dooper staan en wijzen met hem in dezelfde richting, naar Hem heen, die „na hem gekomen was, maar eer was dan hij".
Dat is Evangelie, een blijde boodschap voor zachtmoedigen en nederigen van hart. Bij Hem vindt gij verzoening voor uw schuld, troost voor uw smart, sterkte voor den gang en den arbeid uws levens. In Hem de volheid der zaligheid, voor tijd en voor eeuwigheid.
Vijf en twintig jaren mocht ik door Gods genade dat Evangelie, in veel zwakheid en gebrek, onder velefï verkondigen. En daarbij schonk de Heere mij ook deze genade, dat Hij hier en daar een luisterend oor en een ontvankelijk en opmerkzaam hart gaf voor de prediking van dit mijn Evangelie.
Hem alleen daarvoor de eer, de lof en de dankzegging.
Moge het menige ziel geweest zijn en blijven tot een eeuwigen zegen!
L.                                                                                                                                                                                                       G. H. B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's