De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SCHRIFT­ VERKLARING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SCHRIFT­ VERKLARING

6 minuten leestijd

Strijd den goeden strijd des geloofs, grijp naar het eeuwige leven, tot hetwelk gij ook geroepen zijt, en de goede belijdenis beleden hebt voor vele getuigen.

1 Timotheüs 6: 12
82
O p e n b a r e  b e l ij d e n i s  en  i n n e r l ij k e  s t r ij d. Dat hier een geheel andere strijd bedoeld is dan waarvan in het vierde vers van dit hoofdstuk gesproken wordt, is duidelijk. Daar ging het over menschen die opgeblazen zijn en behagen hebben in twistvragen en woordenstrijd over de meest beuzelachtige dingen. Maar hier bindt de apostel zijn geestelijken zoon den strijd des geloofs op het hart. Dit is de strijd tegen de zonde en de verzoekingen van satan en wereld die in ons eigen booze hart wonen en opkomen. Een geestelijke strijd waarvan Luther zegt: „Dit is nog maar het geringste lijden, hetgeen de duivel door de wereld ons berokkent, wanneer de Christenheid uitwendig en met vleeschelijke wapenen, als zwaard, kerker, berooving van goed en bloed wordt gekweld, maar dit is veel zwaarder, wanneer hij ons inwendig aanvalt, het hart aantast, martelt en met zijne vurige pijlen plaagt, namelijk met schrik en angst over de zonde, en voor Gods toorn; dan schenkt hij den mensch, die angstig en vol vrees is, een drankje in, niet van bitteren edik en galle, maar dat genaamd moet worden hellepijn, en voert hem in een bad, waar hij neer ligt als in een gloeienden oven, zoodat hem het harte versmelt, zooals het den Heere Christus ging, die in den hof Gethsémané bloed heeft gezweet ..... De troost en de overwinning in dezen geestelijken strijd liggen in het zichzelf verliezen in de gerechtigheid en de liefde Gods, in Diens eeuwige deugden, zooals zij in onzen Heere Jezus Christus zijn geopenbaard. De geloofsoverwinning ligt alleen in Christus, waardoor in ons het bewustzijn leeft: „ik ben toch een kind door God bemind, trots duivel, wereld, zonde".
Paulus weet wel dat Timotheüs dan alleen bekwaam zal zijn voor zijn herderlijk werk als hij dezen goeden, dezen schoonen strijd des geloofs strijdt. Die strijd gelijkt op een wedloop; een beeld dat de apostel ook elders gebruikt. Aan het eind van dien wedloop wacht de belooning, de prijs. Die prijs is „het eeuwige leven", het leven in de gemeenschap met den Heere.
Nu is het opvallend dat bij de innerlijke roeping de openbare belijdenis genoemd wordt. Deze tekst wordt vaak gebruikt bij de bevestiging der „nieuwe lidmaten". Zeer terecht! 'k Geloof dat geen tekst zich daartoe meer leent dan deze.
De apostel herinnert Timotheüs aan een plechtige ure. Toen deze n.l. openlijk toetrad tot de Christengemeente, werd hij gedoopt, bij welke gelegenheid hij de goede belijdenis beleden heeft voor vele getuigen. Of er toen reeds een vaststaande geloofsformule werd uitgesproken, is niet bekend. Wèl weten wij uit Hand. 8 vers 37 dat de Moorman gedoopt werd toen hij van harte bekende „dat Jezus Christus de Zoon van God is". Ook in Hoofdstuk 4 vers 14 schijnt een openbare samenkomst der gemeente bedoeld te zijn, waarin Timotheüs door de oplegging der handen tot het ambt werd aangewezen. Wij moeten hier denken aan een openbare belijdenis van het Christelijke geloof van Timotheüs. God had hem innerlijk geroepen. Openlijk beantwoordde Timotheüs deze roeping. En daarom moest hij nu ook den geestelijken strijd strijden. Dat beteekende de belijdenis die hij beleden had. Daardoor had hij uitgesproken dat ook hij meeliep in den wedloop! Openbare belijdenis en daarom een innerlijken strijd! 't Is een mooie tekst voor de bevestiging der nieuwe leden! Als hij dan ook maar goed wordt uitgelegd en goed wordt toegepast!
'k Stem dadelijk toe, zoo'n bevestigingsdienst is niet de gemakkelijkste godsdienstoefening, die een leeraar te leiden heeft. Indien hij zich de zaak goed indenkt, zal hij met moeite en zorg en met een biddend hart zulk een dienst leiden en in de meeste gevallen zal in 't eind een zekere onvoldaanheid zijn ziel vervullen.
Het strookt niet met onze Gereformeerde opvatting als zulk een dianst te veel gaat gelijken op eene „Protestantsche confirmatie". Wat is dit? De confirmatie of het vormsel is een sacrament der Roomsche kerk, waardoor (zoo leert die kerk) aan den gedoopte door handoplegging, zalving en gebed de kracht des Heiligen Geestes wordt medegedeeld. Bij dat vormsel ontvangen de nieuwe lidmaten (die een leeftijd van 7 tot 12 jaar hebben) dus iets zeer bijzonders. Het is voor de Roomschen een sacrament, en door de magische werking daarvan ontvangen de jonge menschen de bovennatuurlijke genade.
Het Protestantisme heeft natuurlijk deze bijgeloovige ceremonie verworpen. Maar toch is daarvoor, vooral in Duitschland, een Protestantsche confirmatie in de plaats gekomen, mede door den invloed van het Piëtisme. De bevestigingsdienst en alles wat daaraan vooraf gaat, wordt het belangrijke moment in den weg der bekeering beschouwd. In het bijzonder wordt op het hart en het gemoed gewerkt, zoodat het er voor gehouden wordt dat dit nu de bekeering is en dat van af dezen tijd de heiliging des levens aanvangt. Er wordt dan ook een zeer plechtige belijdenishandeling van gemaakt. De jonge leden zijn dan ongeveer 14 jaar. Vóór dat zij het publieke leven ingaan, komen zij aldus tot bekeering. Men spreekt zelfs van het confirmatiefeest. De „bevestiging" is in de Evangelische kerk in Duitschland eene zeer gewichtige godsdienstige handeling, die met handoplegging plaats vindt; een handeling die wel geen genade op zich zelf geeft, zooals de Roomschen leeren, maar waarmede toch noodzakelijk de zegen der genade gepaard gaat. Wij hebben hierbij dus wel recht om te spreken van een Protestantsche confirmatie.
Elke bevestigingsdienst, die ten onzent, al zijn de nieuwe lidmaten eenige jaren ouder, van dezelfde gedachte uitgaat en op dezelfde plechtige wijze wordt ingekleed, is ongetwijfeld sterk met het Roomsche zuurdeeg doortrokken. Maar er is ook weer groot gevaar dat men tot het andere uiterste vervalt, 't Is net als met den Heiligen Doop. De Roomschen zien er te veel in. Volgens hen brengt de doop de zaligheid. Maar helaas zien vele Protestanten er niets of zeer weinig in. En dit laatste is tot groote schade van het geestelijke en kerkelijke leven. Zoo is het ook met de „aanneming" der nieuwe lidmaten. Maar hier­ over een volgenden keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

SCHRIFT­ VERKLARING

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's