De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FEUILLETON

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FEUILLETON

DE SMID VAN GRIJSDORP

5 minuten leestijd

DE SMID VAN GRIJSDORP
door JEKA
12)

Zij moest naar den Haag, overmorgen reeds. Slechts nog één dag zou zij op den hof zijn, dicht bij Albert, en dan? Wat zou hij ook teleurgesteld zijn! Hoe zou zij het hem zeggen? Zij moest daarvoor nog gelegenheid zoeken. Maar, hij had haar lief. Zij moesten wachten. Misschien kon zij spoedig terug komen. Zoo peinsde zij voort.
Gelukkig dat ook Rika wist, waar zij licht en kracht kon vinden, wie haar Raads-en Leidsman was. En al was het dan zeer laat, ook zij vond rust in den slaap. De Heere wischte hare tranen af, toen zij voor Hem knielde en tot Hem bad, ook bemoedigde Hij haar en waakte over haar in den stillen nacht.
Zooals „omoe" gezegd had, het werd een drukke dag. Zeer veel was er te regelen en af te spreken, vóór vader en dochter reisvaardig waren. Rika had nog heel wat te spreken met „omoe" en ook met Albert. Zwaar viel allen het afscheid en lang was de reis.
O zoo stil en lang was voor „omoe" de volgende dag. Gerrit had zijn grootmoeder nog nimmer zoo gezien, 't was alsof zij geen rust kon vinden; dan was zij hier, dan was zij daar. Hij verstond het niet dat hare gedachten haar zoon en kleindochter vergezelden en hare gebeden al maar weer omhoog werden gezonden.

HOOFDSTUK III.
Beproefd.
Bakker Smals en zijn vrouw, die kinderloos waren, hadden een dochtertje van zijn broer, dat in den choleratijd hare ouders had verloren, als kind aangenomen. Jantje was als 6-jarig kind in Grijsdorp gekomen en had in haar oom en tante goede pleegouders gevonden. Vlug en vaardig als zij was geworden in de huishouding en in den winkel, was zij schier onmisbaar, vooral nu tante zwak was, telkens last van zenuwen had en niet veel kon doen. De klanten wilden ook gaarne door „bakkers Jans" zooals zij ge noemd werd, geholpen worden. Zij was een „bijdehandje", klein van stuk, maar sterk en gezond, en voor elk had zij een vriendelijk woord.
Hoe streng oom Smals ook in vele opzichten was, bij zijn nichtje zag hij veel door de vingers in plaats van haar, zooals tante meende, dat noodig was, te remmen en in den band te houden, want Jans was, naar tante's oordeel, lang niet ernstig genoeg en vatte het leven te licht op.
Van Dirkje, die bij dominé Stevens diende, hoorde Jans, dat haar vriendin Rika op reis was gegaan.
„Zoo? Rika op reis? Nee, dat wist ik niet. Waarheen?"
„Naar Den Haag; de dominé was gister bij van Leeuwen en hoorde er van. Er is ziekte bij haar broer en er was haast bij. Jansen heeft haar en haar vader naar den eersten trein gebracht, van morgen."
Rika op reis? En haar had zij er niets van gezegd, ofschoon zij eergister nog in 't dorp was geweest; zij had toch wel even aan kunnen komen? Maar misschien was het onverwachts.
,,'k Zal eens naar Anna gaan, die zal er wel meer van weten. Zij is ook weer niet zoo goed. Van middag kan ik wel eens een uurtje er uit." Zoo stond ze even achter de toonbank te denken. „Rika weg, zeker niet voor pleizier, en Anna ziek; die arme Anna! Hoeveel moest zij toch lijden! En zij? Zij was altijd gezond en had het zoo goed. Vergat zij niet telkens daarvoor te danken? "
Als tante haar nichtje, die een oogenblikje zoo ernstig staat te denken, in 't hart had kunnen zien, had zij moeten toestemmen, dat Jans toch niet altijd „licht over alles heenging".
's Middags ging Jans naar de smederij, de achterdeur in.
„Dag, vrouw Zeelman. Hoe gaat het met Anna? Weer niet beter, hoor ik? Mag ik even bij haar zien?"
„Zeker, Jans, ga maar naar boven, je weet den weg. 't Is weer minder. Altijd die koorts, dat houdt maar aan."
In de kamer boven de keuken lag Anna in haar ledikant, 't Was haar aan te zien dat zij ernstig ziek was. Bleek en mager, met roode plekken op de wangen lag zij schijnbaar te slapen. Vochtig en heet lagen hare handen op de deken. Ze konden het bijbeltje waarin zij nog wat had gelezen, niet meer vasthouden.
Neen, zij sliep niet, integendeel, de tranen die langzaam uit de gesloten oogen glijden, bewijzen het wel. Zij had een van die moedelooze buien, die wel zeldzaam waren, maar dan ook haar zeer kwelden en niet spoedig afdreven. Zwaar viel dat dag aan dag lijden. Was al haar bidden en al wat gedaan werd om haar te genezen dan vruchteloos? De wonde in haar borst ging telkens weer open, en dan dat hoesten, dat overgeven, die onrust en moeheid, dagenlang! Zij gevoelde het wel, zij ging achteruit, langzaam achteruit; zij zou sterven, wat vader en moeder ook van beterschap spraken.
Sterven; niet onverwachts en plotseling als Willem, maar toch sterven, en dan?
O hoe gaarne zou zij nog blijven leven, waarom mocht dat niet; en anderen wel, Jans en Riek en zooveel anderen?
Vroeger was zij sterk en gezond geweest, dartel en vroolijk, altijd mee vooraan. Wat een genot was de gezondheid, hoeveel +++++ hadden zij gehad 's zomers en 's winters bij velerlei gelegenheid. En vooral dien laatsten winter, toen er zoolang ijs was geweest en zij schaatsenrijden kon elke middag weer, met Jans en Riek, met Willem en Hein, toen haar hart was opengegaan en zij verstaan had, hoe zij van Hein hield en naar hem verlangde. (Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FEUILLETON

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's