KERKELIJKE RONDSCHOUW - Schoolzaken.
SCHOOLZAKEN
Er is voor de Wet gelijkstelling voor Openbaar-en Bijzonder onderwijs. Maar de praktijk heeft al geleerd, dat er nog al wat aan die „gelijkstelling" hapert. Niet zelden komt het uit, dat het Openbaar onderwijs altijd nog wat vóór heeft boven het Bijzonder. Het Openbaar, Overheidsonderwijs, blijft nog altijd in vele dingen het troetelkindje. Hoe meer dat telkens maar openbaar wordt, hoe beter dat het is. Er kunnen dan maatregelen genomen worden om hierin verandering en verbetering te brengen. Langzamerhand komen de „Driejaarlijksche afrekeningen" voor 't voetlicht. En daar is ook veel uit te leeren. Het heeft lang geduurd eer die „Driejaarlijksche afrekening", gaande over 1922, 1923 en 1924, en ingediend Januari 1925, kon worden afgedaan. Hier en daar is het nu geschied. In Rotterdam zal het wel September 1927 worden!
Wat is nu bij de behandeling van de „Driejaarlijksche rekening" hier en daar reeds openbaar geworden? Dat de Bijzondere Scholen, onze Scholen met den Bijbel, over 't algemeen zuinig en goed worden beheerd en verzorgd. Natuurlijk is er wel een liberaal of socialist, die nu en dan z'n mond wijd open spert — een wijde mond open zetten zijn ze daar gewoon als het tegen „de christelijken" gaat — om uit te bazuinen, dat men bij het Bijzonder onderwijs zoo schandelijk huishoudt en dat men daar zoo duur werkt enz. enz. Maar die het weten kunnen, zeggen gelukkig het tegendeel. Pas nog werd het omgekeerde, van wat die liberale en socialistische schreeuwers uitbraken, door Burg. en Weth. van Utrecht getuigd! Dit mogen we dus veilig constateeren nu, dat onze Bijzondere Scholen zuinig worden beheerd en goed worden verzorgd. Wat kunnen we in eigen kring ook, gewoonlijk vlugger en zuiniger de dingen afdoen! Waar anderen met duizenden smijten — 't gaat toch uit de publieke kas! — daar wordt bij ons doorgaans op de dubbeltjes gepast! En dat moet ook. Geld verkwisten mag een christen niet doen.
Maar nu wordt door de „Driejaarlijksche rekening" ook openbaar, dat men van Ovenheidswege ook dikwijls „knijpen" wil, door n i e t te vergoeden wat ons toch eerlijk toekomt. Dat komt nu voor een gedeelte wel, omdat de Wet in deze dingen dikwijls héél onduidelijk is. De praktijk moet ook hier veel leeren nog! Maar stellig is er ook niet zelden „onwil" bij de Overheid, zoowel ten plattenlande als in de steden. Dan moet het maar in hooger beroep! En dan moeten de hoogste machten, die over ons gesteld zijn, maar uitmaken wat recht en billijk is of niet.
In sommige dingen is reeds een uitspraak gekomen. Zoo lezen we juist, dat de Raad van de gemeente Bergambacht van oordeel was, dat de contributie voor de Vereeniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs niet op de rekening van de school mocht worden gebracht ter vergoeding door de gemeente. Ook meende de Raad, dat het Schoolbestuur geen recht had de belooning voor de Na-acte van den Schoolraad aan het personeel uitbetaald, op de rekening ter vergoeding te brengen. Zoo ook met de assurantie-kosten. En evenzoo wat betreft administratie-kosten; een en ander tot een totaal bedrag van ruim ƒ 800.—. Deze zaak is nu voor Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland geweest en die hebben beslist, dat al deze kosten wel degelijk op de rekening ter vergoeding thuis hooren. De kwestie van de contributie aan de Schoolorganisaties te betalen (Chr. Nationaal, Schoolraad, Chr. Volksonderwijs enz.) is dus ten gunste van de scholen beslist. De kwestie van de belooning voor de Na-acte eveneens (50 of 100 gulden door het Bestuur uit te betalen aan de bezitters van de Na-acte). Vergoeding voor administratiekosten ook, waarvoor bij vernieuwing is aangewezen ƒ 0, 50 per kind per jaar. Wij zijn blij, dat deze dingen nu meer en meer de beslissing nabij komen en vooral als de beslissing dan zóó is. Het is trouwens ook recht en billijk, dat het zoo nu is beslist.
De Unie-collecte.
Men zegt wel eens, dat de liefde voor het christelijk onderwijs aan 't verflauwen is. En er kan wel een waarheid in die klacht liggen. Hoewel men ook wel eens klaagt omdat men zoo graag klaagt. Als een Hollander eens niet klaagde, wat zou 't vreemd stil worden rondom ons. De Unie-collecte, in 1926 gehouden, heeft bewezen, dat onder de echte voorstanders van het christelijk onderwijs de liefde weer bij vernieuwing opvlamt. Want moest er de laatste jaren worden geconstateerd, dat de Unie-collecte weinig opbracht — weinig in verhouding van vroeger — dit jaar mag blijde worden geboekt, dat de Unie-collecte méér dan honderdduizend gulden heeft opgebracht!
Dat is voorwaar geen kleinigheid. Want de malaise is waarlijk overal niet gering. En er wordt dikwijls voor veel gevraagd. En nu de Unie-collecte méér dan 100.000 gulden, 't is een oorzaak van groote blijdschap en blijde dankbaarheid! In Rotterdam hadden we het zóó ver, dat met groote meerderheid door den kerkeraad werd goed gevonden de Unie-collecte dit jaar in de kerk te houden. Dat was iets nieuws. En we verblijdden er ons over, omdat we dachten dat we zoodoende de gemeente als zoodanig weer bij het christelijk onderwijs konden brengen met een gave der liefde en dan voor de Unie-collecte, van ouds onder de voorstanders van het christelijk onderwijs bekend en geliefd!
Die zaak is echter tenslotte niet meegevallen. Er is niet veel voor geofferd. En tot onze groote verbazing en ergenis hebben de heeren van Christelijk Volksonderwijs dadelijk bij het bekend worden van het besluit van den kerkeraad roet in 't eten gegooid en de gemeente in het ethisch kerkelijk blad „Gemeentebelang" opgewekt tot antipathie ten opzichte van de Unie-collecte. De man van de Oranje-collecte, de heer Stemerding, directeur van de Hervormde Kweekschool, ging in deze voorop. En de heer Graafland, leeraar aan die Kweekschool, volgde hem in deze. Dat spijt ons. Niet zoozeer voor de Unie-collecte, want die is toch over de 100 duizend heen. Maar 't spijt ons voor de heeren van Christelijk Volksonderwijs, voor den organisator van de Oranje-collecte. Die hebben zich in deze nu juist niet van den mooisten kant laten kijken. Nu moet een volgend maal de mooie kant maar eens naar voren! Dan zullen we er dankbaar melding van maken!
De School en de Ouders.
De Schoolraad, waarin al de Protestantsch Christelijke Schoolvereenigingen en organisaties vereenigd zijn, behalve ..... ..... Christelijk Volksonderwijs, heeft saam met die organisaties een rapport opgesteld inzake gewenschte wijzigingen in de Schoolwet 1920. In dat rapport komt ook voor, dat het wenschelijk is, dat voor de Openbare Scholen Oudercommissies komen, met verruiming van den invloed dier commissies op de Openbare Scholen. Het Hoofdbestuur van den Bond van Nederlandsche Onderwijzers is daarover niet best te spreken. Het neemt het Schoolraad zéér kwalijk, dat deze de ouders het hoofd op hol maakt. En boos zijnde, zegt het Hoofdbestuur in „De Bode", dat de Openbare School moet blijven wat ze is, opkomend uit dit beginsel: „Onderwijs is gemeenschapszorg".
De gemeenschap moet dus schoolmeesteren, moet scholen bouwen, inrichten, besturen. De gemeenschap dat is dus hier: het Gemeentebestuur; dat is : B. en W. En vinnig, boos schiet de Bond van Nederlandsche Onderwijzers uit, als iemand zegt, dat de ouders degenen zijn, die allereerst betrekking hebben op het kind, en dus ook bij het onderwijs van hun kinderen geinteresseerd zijn; en dus ook met de school van hun kinderen verbonden dienen te zijn. Hier staat het Openbaar-Overheidsderwijs weer vierkant tegenover het zonder Obristelijk onderwijs. En onze strijd moet zijn en blijven voor de School met den Bijbel, uitgaande van de ouders.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's