De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

10 minuten leestijd

Meerdere crematoriums.
De voorstanders van lijkverbranding zijn van oordeel, dat de kansen om tot het bouwen van meerdere crematoriums in ons land te kunnen overgaan onder het tegenwoordig Kabinet grooter zullen zijn, dan dit destijds onder het coalitie-ministerie Ruys de Beerenbrouck het geval was. Toen toch mislukte de poging van den Rotterdamschen Raad om door het uitgeven van grond in erfpacht voor het bouwen van een crematorium aan particulieren de gelegenheid te verschaffen, naast den bestaanden lijkoven onder de gemeente Velzen een tweeden oven te Rotterdam te bouwen. De Kroon vernietigde in die dagen het desbetreffende raadsbesluit.
Thans gaat ook de Amsterdamsche Gemeenteraad zich met de zaak van de lijkverbranding in de hoofdstad des Rijks bezighouden. In de laatste vergadering van den Raad werd een voorstel tot het bouwen van een crematorium in Amsterdam om prae-advies in handen gesteld van Burgemeester en Wethouders. En uit de debatten, die over het voorstel plaats hadden, bleek duidelijk dat met de zaak groote haast zal worden gemaakt.
Intusschen zijn we er niet gerust op, dat, mocht Amsterdam inderdaad een raadsbesluit nemen om tot het bouwen van een inrichting voor lijkverbranding over te gaan, waaraan wel niet valt te twijfelen, een dergelijk voorstel ook thans weer op verzet bij de regeering zal afstuiten. Het extra parlementaire Kabinet-de Geer stelt zich de afdoening van zaken toch heel anders voor, dan het coalitiekabinet Ruys. Ook ten aanzien van zulk een medewerking van het ministerie, mocht zij onverhoopt worden verleend, zou dan voor de zooveelste maal blijken, welke schade daar mede aan de christelijke grondslagen van ons volksleven wordt toegebracht. En zouden de voorstanders van lijkverbranding hun zin in Amsterdam krijgen, dan zou het hek van den dam zijn en binnenkort meerdere gemeenten tot het bouwen van een crematorium overgaan.
Echter we hopen van harte, dat we te pessimistisch hebben geoordeeld en dat dus het kabinet de Geer evenmin als zijn voorganger de gevraagde medewerking zal verleenen. De zaak blijft dan in het status quo, waarin zij zich, in afwachting van de behandeling van het wetsontwerp op de lijkverbranding in de Staten-Generaal, bevindt.

Volksbedrog.
Ten opzichte van geen enkel politiek vraagstuk zijn de meeningen van de uiterste groepen der linkerzijde van het Parlement, de Vrijzinnig Democraten en de Sociaal Democraten, in de laatste jaren zoozeer gewijzigd als ten aanzien van de landsverdediging. Het lijkt ons nuttig ook deze zijde van de ontwapeningskwestie eens nader te belichten.
Wij bepalen ons dan eerst tot de houding der Vrijzinnig Democraten, die bij monde van prof. mr. Van Embden in de Eerste Kamer in de vergadering van 10 Maart 1921 hun standpunt over de ontwapening als volgt zagen toegelicht en verdedigd:
„De mogelijkheid van een ontwapening, door een volk ondernomen, op dit moment, zie ik tot mijn leedwezen niet voor mij. Neen, landsverdediging en haar voorbereiding is  v o o r a l s n o g  o n v e r m ij d e l ij k, hetzij op nationale schaal, hetzij in internationale organisatie wijl de toestand van volslagen weerloosheid ons zou maken tot een internationaal gevaar, ook voor andere pacifistisch gezinde volken". (De spatiëeringen hier en verderop zijn van ons).
Twee jaar later zeide die zelfde Senator in de Eerste Kamer: „Volmaakte weerloosheid is bijna een uitnoodiging: kom binnen".
Sterker dan de heer Van Embden in de Eerste Kamer sprak zich in de Tweede Kamer de heer Oud uit, die in 1922, de noodzakelijkheid der landsverdediging bepleitende, dit zeide: „Ontwapening door ons land alleen zou ons  s l a c h t o f f e r  k u n n e n  m a k e n van een politieke werkelijkheid, waarin de algemeene ontwapening nog niet is verwezenlijkt".
Maar het krachtigst pleitte voor het behoud van een goede landsverdediging de leider van den Vrijzinnig Democratischen Bond, mr. Marchant, die in de vergadering van 7 November 1918 met verheffing van stem het Nederlandsche volk toeriep:
„Wij verweren ons,  k o s t  w a t  h e t  k o s t, tegen degenen, die onze neutraliteit schenden en dan  v e r d e d i g e n  w ij  o n s t o t  h e t  u i t e r s t e".
En aan deze woorden op 11 December d.a.v. (ná den wereldoorlog) nog toevoegde: „Wij hebben ons  v o o r  t e  b er e i d e n  o p  v e r d e d i g i n g  met  w a p e n g e w e l d  tegen iedereen, die zou trachten een stuk van ons land af te scheuren".
Zoo stonden de heeren Van Embden, Oud en Marchant enkele jaren geleden tegenover het vraagstuk der eenzijdige ontwapening. En zonder dat sinds 1923 iets veranderde, dat de algeheele zwenking van den Vrijzinnig Democratischen Bond rechtvaardigt, zijn de toenmalige tegenstanders van de ontwapening thans in vurige voorstanders van de eenzijdige ontwapening veranderd. Een zelfde proces heeft ook het standpunt der Sociaal Democraten doorgemaakt. Was 't b.v. niet mr. Troelstra, die vóór den wereldoorlog het streven van allen, die de leuze ophieven van „geen man en geen cent" voor de defensie, als pure demagogie en volksbedrog brandmerkte?
En waarschuwde deze toenmalige leider der Sociaal Democraten niet eveneens tijdens den oorlog tegen ontwapening, omdat de ligging van Nederland te midden van Engeland, Frankrijk, België en Duitschland van dien aard is, dat wanneer ons land ontwapend zou zijn, Nederland het operatieterrein zou worden van de strijdende wereldmachten?
Een waarschuwing, welke nog op 1 November 1925 werd aangedikt door den Belgischen Minister van Buitenlandsche Zaken, den leider der Socialisten in België, den heer Van de Velde, toen deze zeide: „dat de beste waarborg voor den Europeeschen vrede gelegen is in een sterke militaire verdediging van de provincie Limburg".
En niettegenstaande al den aandrang om niet tot eenzijdige ontwapening van Nederland over te gaan, komen de Sociaal Democraten met een wetsvoorstel om ons leger voor goed af te danken. Waaraan deze houding is toe te schrijven? Niet anders dan aan politieke overwegingen, waarbij gespeculeerd wordt op de onkunde en de onwetendheid van ons volk, om daarmede stemmen te winnen bij de verkiezingen. Eenzijdige ontwapening is dan ook volksbedrog, het scherpe woord van mr. Troelstra, omdat men van de zijde der ontwapenaars heel goed weet, dat geen enkele verantwoordelijke regeering tot nationale ontwapening zal besluiten.

De komende Strijd.
Voor allen die het wél meenen met Vaderland en Vorstenhuis zijn ernstige dagen op handen. In ons nationale leven speelt de stembus een groote rol. En tot den stembusstrijd worden we weer opgeroepen, eerst voor de Provinciale Staten, straks voor den Gemeenteraad. De verkiezing van leden van de Provinciale Staten moet niet onderschat worden, want het gaat er toch ten slotte om, wat geest er in de provincie, en daardoor voor een deel ook in de onderscheidene gemeenten, heerschen zal. Het College van Ged. Staten is er mee van afhankelijk in z'n samenstelling. En ieder die een weinig meeleeft, weet van hoe groote beteekenis voor onze provincies dit alles zijn kan. Waarbij dan nog komt de verkiezing van de leden der Eerste Kamer!
Door ons mag geen oogenblik uit het oog verloren worden, dat het om groote dingen gaat voor Vaderland en Vorstenhuis. Waarlijk niet alleen, zelfs niet het eerst, om stoffelijke dingen, maar stellig en vast gaat het om de geestelijke belangen van de provincies en van heel ons Vaderland.
Geen christenman noch christenvrouw mag zich dan ook aan den komenden stembusstrijd onttrekken, maar heeft zich, waar het gaat om de wijze waarop ons volksleven zal worden geleid, zich in deze op te maken tot den strijd en uit te komen met de Antirevolutionaire leuze: tegen de beginselen der revolutie, de beginselen van Gods Woord!
Nu leven we in dagen van groote verwarring. Voor en tegen het Belgisch Verdrag; Hervormde gevoeligheden en gevoeligheden van degenen die tot de Gereformeerde Kerken behooren, ook van de Christelijk-Gereformeerden en Oud-Gereformeerden. De vijand wrijft zich al in de handen en meesmuilt zoo stil-blij: laat bij u maar verdeeldheid heerschen, wij zullen dan straks wel regeeren!!!
Er is groote verwarring, 't Woord van den een wordt uitgespeeld tegen 't woord van den ander. De een wordt verdacht gemaakt door den ander. En tal van kleine partijen hebben zioh gevormd, omdat de Anti Revolutionaire Staatspartij niet getrouw is geweest. Het individualisme viert hoogtij. Ieder doet wat goed is in eigen oogen. Jammer, dat de toestand zoo is. Het is een aanklacht tegen onzen tijd, tegen dien na-oorlogschen tijd, die zoo vol inzinking, zoo vol afwijking is en die gebracht heeft het streven „dat ieder doet wat in z'n eigen oogen goed is"; ieder is weer op z'n beurt vrijbuiter en het individualisme vermoordt ons. Het gezag is ook weg. De saambinding is ver te zoeken. Laat ons deze dingen toch tijdig onder de oogen zien. Want zeker, er wordt dan geklaagd door de eene groep over de ander, dat men „ontrouw" is geweest en dus vindt men dan dat er oorzaak is voor de formeering van een nieuwe partij.
Maar bedenkt men wel genoegzaam — om bij de Antirev. Staatspartij te blijven — dat de Anti Revolutionairen nooit de meerderheid geweest zijn en nooit een Antirevolutionair Ministerie hebben kunnen vormen en dat dikwijls door den invloed van het Antirevolutionair beginsel verkregen is, wat we anders zeker niet zouden hebben ontvangen. Wat is er ook niet veel door den invloed van de Antirevolutionairen tegen gehouden, wat we anders tot groote schade voor ons volksleven hadden moeten verduren. De kleine Antirevolutionaire Staatspartij heeft door 's 'Heeren goedheid tot grooten zegen voor heel ons volk mogen zijn en daarom willen we dat ook nu niet vergeten. Critiek is gemakkelijk, maar het  d o e n  is moeilijker!
Daarom slaan we nu de handen weer in elkaar en worden weer schouder aan schouder gevonden. We zullen niet den vijand in de kaart spelen. We zullen ons kloek opmaken tot den strijd. Door verdeeldheid kan alleen de vijand winnen en we kunnen dat weten, we kunnen dat zien met onze oogen en we zijn dus gewaarschuwd. Zóó zat de heer Marchant op den schoot van ds. Kersten en zóó zat hij op den schoot van den socialist Albarda en den volgenden dag zat hij bij den heer Nolens, om in plaats van één gezant bij den Paus hem twee van zulke heeren aan te bieden, benevens vrijheid van processies en wegneming van artikel 123 van het Indisch regeeringsreglement. Men speelt met onze verdeeldheid! En nog geeft de Heere in Zijne onbegrijpelijke goedheid aan ons in ons goede Vaderland de gelegenheid om in den middellijken weg dreigende gevaren af te wenden en zegenrijke daden te doen. Spoedig zou het wel eens te laat kunnen zijn. Waar zouden dan blijven de christelijke grondslagen van ons volksleven? Wat moet er van het huwelijk, van het recht, van het gezag terecht komen? Wat moet er terecht komen van ons Vorstenhuis, van Staat en maatschappij, van huisgezin en school, van wetenschap en kunst? Wat moet er terecht komen van ons land, van onze provinciën, van onze gemeenten?
Daarom: van nu af weer alleen de hoofdzaak in het oog gehouden! Met gebed, ijver, liefde en offervaardigheid, doen we saam wat mogelijk is.
Geen moedeloosheid zij bij ons. Geen geprikkeld gemoed. Geen verwijten van den een, noch van den ander. Geen traagheid. Geen verdeeldheid. Schouder aan schouder staan we. Eendracht maakt macht. En de Heere beschame die nu reeds juichen over de versplintering die bij ons gevonden wordt. We bannen uit, alles wat ons in den strijd zou kunnen hinderen. Vergeve ons de Heere wat we misdreven en schenke Hij straks ons rijke stof tot blijdschap!
Wilt gij in deze meewerken? De Heere doe het ons gelukken; Hij zij ons genadig!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 maart 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 maart 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's