GEESTELIJKE OPBOUW
Het duizendjarig Rijk. (16)
Zoo wandelt Stanley in zijn boekje de profetieën van het Oude Testament door en alles wordt toegepast op Israël en Jeruzalem; en alles voorspelt, volgens hem, dat er in Palestina een rijk der heerlijkheid zal worden opgericht met Christus als Koning op aarde heerschende duizend jaar.
„De profetie (van Zacharia) beschrijft duidelijk", zegt S t a n l e y blz. 19, „de waarachtige, persoonlijke regeering van Christus, als Koning te Jeruzalem heerschende. Het onderscheid tusschen de oordeelen over Egypte (vs. 18) en over de overgeblevenen van van alle Heidenen (vs. 17) die n i e t zullen optrekken naar Jeruzalem, om den Koning, den Heere der heirscharen, te aanbidden, bewijst ook, dat hier van een toekomend rijk sprake is. De volgende verzen (20, 21) beschrijven de heiligheid, die in Jeruzalem, ja in gansch Juda zal wonen. Gedurende de zes duizend jaren was de zonde de groote oorzaak en bron van ellende en droefheid in deze wereld. Hoe groot zal de vrede en de zaligheid zijn, als de heiligheid algemeen is en de ongerechtigheid niet meer heerscht op aarde!"
Zoo wordt uit de profetieën van het O.T. het duizendjarig vrederijk op aarde in elkaar gezet en alles gaat dan om de Joden, die in Palestina zullen samenwonen terwijl Christus op aarde over hen zal heerschen. Er wordt dan niet gedacht aan de toekomst des Heeren na het eindoordeel en aan het geestelijk Israël, het volk Gods van alle tijden en plaatsen, zijnde het ware zaad Abrahams — neen, er wordt gedacht aan een duizendjarige periode die aan de wederkomst van Christus zal voorafgaan, betrekking hebbend op het Israël der besnijenis!
We komen hier later nog op terug en zullen zien, dat Gods Woord ons andere dingen leert. Als wij toch lezen van een overblijfsel, dat de Heere zal bewaren; als wij lezen van de dochter Sions en de docher Jeruzalems — immers dan denkt n i e m a n d van ons, dat hiermede bedoeld wordt het overblijfsel van het vleeschelijk Israël der besnijdenis en niemand denkt aan de stad Jeruzalem en den berg Sion, die in Palestina zijn gelegen! Zooveel geestelijke onderscheiding is er toch wel bij ons, dat we Schrift met Schrift vergelijkend, weten, dat de Heere bezig is Zijn geestelijk Sion te vergaderen van alle plaatsen Zijner heerschappij, om straks aan Zijn volk een nieuwen hemel en een nieuwe aarde te bereiden, als Christus zal gekomen zijn op de wolken, om te oordeelen de levenden en de dooden, de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen. Van een terug komen van Christus op aarde, om duizend jaar Koning te zijn te Jeruzalem over de Joden — weet de Schrift niet. Maar we komen daar later nog wel op terug als we „het Jodenvraagstuk" in dit verband toch ook even willen behandelen.
Stanley gaat intusschen voort om ook het Nieuwe Testament te doen spreken van een duizendjarig vrederijk op aarde. En natuurlijk komt hij dan (andere N.-Testamentische Schriftuurplaatsen noemt hij niet) met Openb. 20.
Hij zegt (blz. 19): „In Openb. 20 zien wij, dat gedurende deze duizend jaren, als Christus heerscht, de verleider, Satan, is gebonden en in den afgrond geworpen. Op ontzettende wijze beschrijft dit boek de laatste gebeurtenissen, die gedurende deze bedeeling zullen plaats hebben. Het negentiende hoofdstuk eindigt met de vermelding van den ondergang van het Romeinsche rijk: „En ik zag het beest, en de Koningen der aarde, en hunne heirlegers vergaderd, om krijg te voeren tegen Hem, die op het paard zat, en tegen Zijn heirleger. En het beest werd gegrepen, en met hetzelve de valsche profeet, die de teekenen in de tegenwoordigheid van hetzelve gedaan had, door welke hij verleid had, die het merkteeken van het beest ontvangen hadden en die deszelfs beeld aanbaden. Deze twee zijn levend geworpen in den poel des vuurs, die met sulfer brandt".
De menschen mogen nu de genade Gods verwerpen, zij zullen Zijn schrikkelijken toorn niet kunnen ontvluchten! Nog is de Heere lankmoedig, om te winnen voor Zijn Koninkrijk. Doch de dag des Heeren zal komen als een dief in den nacht! En als God zal opstaan, om de aarde te verschrikken, wie zal dan kunnen bestaan?
Als deze bedeeling, waarin hoogmoed en goddeloosheid op ontzettende wijze zijn toegenomen en zich zoo vreeselijk uiten, ten einde is — dan zal de eerste opstanding plaats hebben en zij, die daaraan deel hebben (n.l. aan die e e r s t e o p s t a n d i n g) zullen met Christus leven en heerschen duizend jaren. (S t a n Ie y, blz. 20). Dan zullen voor deze aarde alle beloften van zegen worden vervuld. In de eerste opstanding zullen alzoo de geloovigen (de gemeente van Christus) uit den hemel nederdalen met Christus, om op aarde met Hem te heerschen — maar de overigen der dooden worden dan niet weder levend, totdat de duizend jaren geëindigd zullen zijn.
S t a n 1 e y zegt, dat op diegenen, die in „de eerste opstanding" uit den hemel zullen verschijnen om op aarde met Christus te heerschen duizend jaren, de belofte betrekking heeft ,,Zalig en heilig is hij, die deel heeft aan de eerste opstanding; over dezen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen heerschen duizend jaren". (Openb. 20 vers 5, 6).
In dat verband, zegt Stanley, wordt dan ook nooit van de gemeente gesproken als zullende o n d e r d a n i g zijn aan den Christus; want ze zullen ook niet „de o nd e r d a n e n zijn van het Koninkrijk op aarde, maar uit den hemel met den Koning komen heerschen. Christus zal Zijn gemeente Zich voorstellen als een bruid (Ef. 5 vers 27), zal met haar bruiloft vieren (Openb. 19 vers 7—9) en zal met haar heerschen de duizend jaren. (Openb. 20 vers 4). Allen die in Christus hebben leeren gelooven zullen met Christus leven en heerschen de duizend jaren!
Aan het eind van die duizendjarige heerschappij van Christus — zegt S t a n 1 ey blz. 20 — zal de satan voor een korten tijd worden losgelaten en de menschen zullen dan weer even gereed zijn als vroeger om zich door den duivel te laten verleiden tot opstand tegen God! En als die laatste opstand zal teniet gedaan zijn, lezen we: „En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in den poel des vuurs en sulfers, alwaar het beest en de valsche profeet zijn; en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid".
Dan gaat de Schrift nog verder, zegt S t a n 1 ey. „Als de duizend jaren geëindigd zijn, heeft het oordeel plaats over de dooden — wat een heel ander oordeel is dan wat in Matth. 25 beschreven is als het oordeel over de volken der aarde". Van dat oordeel over de dooden spreekt dan de Schrift, volgens Stanley, aldus: „En ik zag de dooden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend: en een ander boek werd geopend, dat des levens is en de dooden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hunne werken. En zoo iemand niet gevonden werd geschreven in het boek des levens, die werd geworpen in den poel des vuurs". (Openb. 20 vers 11, 12, 15). In het eindoordeel zullen dan ook niet meer komen — volgens Stanley blz. 22 — die met Christus duizend jaren op de aarde hebben geleefd en geheerscht.
Zoo geeft Stanley dus een Schriftuitlegging, waarvan de inhoud is:
,,Deze aarde zal nog een heerlijken tijd tegemoet gaan en Israël heeft nog een gezegende verwachting! Christus zal op dezelfde aarde, waar Hij verworpen werd, worden geëerd. Maar eerst komt de Heere Jezus voor Zijn bruid, het lichaam, waarvan Hij het Hoofd is, de geloovigen, die door den Heiligen Geest gedurende deze bedeeling of gedurende dezen dag der genade zijn bijeenvergaderd. Eerst voert Hij tot Zich in de lucht allen, die door Jezus ontslapen zijn en alle levend overgeblevenen. Dit kan elk oogenblik geschieden. Daarna wordt de mensch der zonde geopenbaard; het Romeinsche rijk, bestaande uit tien koninkrijken, wordt onder één hoofd hersteld. De Joden, naar Palestina onbekeerd terugkeerende, staan onder de macht van den mensch der zonde. Het is de tijd van de groote verdrukking. I n t u s s c h e n is de gemeente in den hemel b ij Christus. Dan komt Christus met vlammend vuur wraak doende over de volken, waarna Hij als Koning heerscht de duizend jaren. Hij komt dan met al de geloovigen en met de engelen. Hij bindt den satan. En dan is er vrede op aarde. Totdat de satan, losgelaten voor een korte wijle, allen weer ophitst tegen het Lam en hij geworpen wordt in den poel des vuurs. Dan vindt ook het oordeel over de dooden plaats. De eerste schepping is voorbij gegaan en er volgt een nieuwe aarde en een nieuwe hemel, die in alle eeuwigheid blijven bestaan".
Stanley besluit zijn boekje met deze woorden: ,,Kom, gezegende Verlosser! de zuchtende aarde verlangt naar Uwe zalige heerschappij; naar verlossing van al den strijd; naar vrede op aarde in het heerlijke duizendjarige rijk!"
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's