De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FEUILLETON

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FEUILLETON

DE SMID VAN GRIJSDORP

5 minuten leestijd

DE SMID VAN GRIJSDORP
door JEKA

17)
Met haar was Rika ook een paar maal naar de kerk geweest, als Marie's moeder zoolang bij de zieke en de kinderen bleef. En 's avonds als zij beiden naar boven gingen waar Klaartje met Jan en Willie in het eene, en Rika met Greta in het andere kamertje sliepen, was er soms ook nog wel eens gelegenheid samen wat te lezen of te spreken over hetgeen bij beiden het hoogste was. Als zij maar niet te moe waren. 't Was Rika soms te veel, zoodat zij den slaap niet kon vinden. Niet het werk, neen, zij was sterk en gezond, maar de zorg kon haar wakker houden, dat denken en peinzen wat het toch worden moest met Marie en Hein, en haar zelve ook. Soms wilde zij wel naar huis vliegen, maar dat kon, dat mocht niet. En dat Hein zoo onverschillig was, terwijl zijn vrouw toch zoo ziek lag, onverschillig voor wat er boven alles noodig was.
Wat een verschil toch met haar leven in Grijsdorp! Wat had zij in korten tijd al veel beleefd! Jn plaats van het stille aangename leven in het tuinhuis bij omoe, vader en Gerrit, op den ruimen Beukenhof, nu op een bovenhuis in een stille straat, met geen uitzicht dan de huizen aan den overkant, een smederij, een kroegje, een paar winkels. En dan in plaats van het gezellige en vertrouwelijke, het echte christelijke in het ouderlijke huis, hier een leven alsof men God niet noodig had, terwijl het er toch zoo donker voor stond. Het werd Rika soms zeer bang, maar des te meer had zij dan behoefte het Hem te zeggen, die een Helper in nood is en een Hoorder des gebeds.
Zij hield zich aan het woord, dat haar vader, toen hij 's morgens voor hij naar huis ging, gezegd had; „Denk er om kind, de Heere bracht u hier. Zoek het bij Hem, Hij zal u helpen. Wij worden allen beproefd, maar Hij kan het tot ons best besturen".
Zoo iets had hij zeker ook tot Hein gezegd, toen hij met hem alleen nog even in het koetshuis moest zijn, en zjj had het eveneens gehoord in zijn eenvoudig hartelijk gebed bij Marie's bed. „Ik moest voor ik wegga, hier voor u bidden kind, ge kunt er op aan dat wij het in huis veel zullen doen. Ik hoop, dat gij het zelf ook spoedig leeren zult. God kan u genezen, of als Zijn wil anders is, voor eeuwig behouden. Geloof dat, Marie".
Zij had daarop niet geantwoord en schreiend gezegd: ,,dag vader, wel bedankt". Hein was vriendelijk voor zijn zuster, hij deed wat hij kon om haar het verplegen en verzorgen van zijn vrouw en kinderen lichter te maken, maar over hetgeen bij haar het zwaarste was, sprak hij liefst niet. Begon zij er over, dan zweeg hij.
Was hij dan alles vergeten wat hij in huis, op school en in de kerk geleerd en gehoord had? Zag hij het niet, dat de Heere hem tegen was gekomen, dat Hij bij hem aanklopte, dat de Goede Herder hem, het verloren schaap, zocht? Sprak zijn geweten niet, zou hij zich nog langer verharden? De Alwetende wist, hoe het er in zijn hart uitzag, en Rika kon niet ophouden Hem aan te roepen om uitkomst.
Weer waren een paar weken voorbijgegaan, en gelukkig, de patiënt werd in de laatste dagen veel beter. Dat was in 't gezin merkbaar. Vreeze en zorg namen niet meer zulk een groote plaats in. Zelfs hadden Klaartje en Rika het gewaagd met de kinderen in de keuken eenige versjes te zingen, die zij van tante geleerd hadden, en al ging het met wijs en maat wat krom, zij waren er allen met hart en ziel bij; zelfs kleine Greta deed haar best mee te zingen.
Vooral was tante vroolijk gestemd. En daar was reden voor. Niet alleen dat zij zich ook zeer verblijdde over de beterschap van hare schoonzuster, maar er was nog iets, dat haar zeer had opgemonterd. Haar vader zorgde er voor dat zij wel op de hoogte bleef met wat er in Grijsdorp voorviel, elke week schreef hij een brief; maar zij ontving ook brieven van Albert. En de laatste bracht haar de blijde tijding, dat het nu met hunne verloving in orde was. Hij had er met zijn ouders over gesproken, "Zij hadden er al eenigen tijd wat van vermoed. Vader had lachend gezegd: „Wij zullen zien, jongen, er is geen haast bij", en moeder, die er eerst tegen was geweest omdat zij een andere schoondochter begeerde, had toch ten slotte aan het verlangen van haar eenigen zoon toegegeven. „Als gij nu maar thuis kunt komen, Riek!"
Nu, dat ging dadelijk niet, maar ook dat, zoo hoopte zij, zou Hij zoo beschikken Dien zij voor de vervulling van haar begeerte van harte had gedankt.  Te beter kon zij verdragen, hoewel het haar hinderde, dat de zwager van haar broer, Dirk van Wandels, haar maar al te veel vriendelijkheid bewees en niet scheen te begrijpen dat zij daar niet van gediend was.
De wed. van Wandels, zooals de moede van Marie heette, woonde met haar dochter Betsie en haar zoon Dirk ook in Den Haag. Haar man was koetsier geweest bij dezelfde familie, waar nu Hein, die zijn opvolger was geworden, die betrekking waarnam. Betsie ging bij „deftige menschen" dagelijks naaien, en Dirk was meesterknecht op een drukkerij.
(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FEUILLETON

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's