Onze penningmeester
Onze Penningmeester.
Zóó kennen we hem. Als de man van de penningen. En dan als de penningmeester van onzen Geref. Bond, op wien we niet weinig trotsch zijn! Waar hij 't meest van houdt, van de penningen of van den Geref. Bond? Ieder weet het! Omdat hij met hart en ziel Bondsman is (in den goeden zin van het woord!) is hij zoo geweldig op de penning. En dat vlecht hem nu een kroon. Een kroon? Waarom? Wel, door Gods goedheid mocht onze Penningmeester Maandag 28 Maart j.l. zijn 65sten jaardag beleven. En dat is een kroonjaar; waarom wij deze gelegenheid willen waarnemen om hem eens de kroon op het hoofd te zetten en in het openbaar te zeggen: Penningmeester, we leven met U mee; Uw vreugd is onze vreugd; en daarom komen we U eens hartelijk gelukwenschen en U eens heel hartelijk bedanken voor alles wat Gij nu jaren achtereen voor onzen Geref. Bond gedaan hebt!
Ja — dat is véél, wat de heer Fliehe heeft gedaan. Vanaf 't eerste oogenblik dat hij penningmeester van den Geref. Bond werd is hij hard aan 't werk gegaan. Hij had toen zijn rusttijd, doordat hij z'n zaken wel ongeveer kon loslaten, en die rusttijd was voor hem een mooie tijd om eens hard aan 't werk te gaan voor den Bond! En 't ging er bij onze menschen in! 't Bleek al spoedig dat de Geref. Bond verstandig gedaan had hem in het Bestuur te kiezen en hem minister van Financiën te maken. Elke week trad hij nu voor 't front in ons Bondsorgaan en met ongeëvenaarde liefde bepleitte hij week aan week, steeds helder, frisch en krachtig, de belangen van den Bond en de fondsen, met het resultaat, dat er wekelijks honderd, twee-, drie-, zeshonderd gulden binnenkomen. Zoo iets houdt geen stand heeft men gezegd. Dat gaat wel voor een poosje, maar blijft niet op den duur. — Doch ziet! onze Penningmeester bleef schrijven, bleef bedelen, elke week weer met andere woorden en op andere wijze, met het gevolg, dat elk jaar de inkomsten stegen. Hoe hoog een jaar ook was in totaal van ontvangsten, het volgend jaar overtrof het toch nog weer! En, zoo zijn onze Fondsen gegroeid tot een bedrag, dat vér uitgaat boven de stoutste verwachtingen.
Wat de kracht van onzen Penningmeester steeds geweest is? Zijn liefde voor de Herv. (Geref.) Kerk, voor de Kerk onzer Vaderen, die van ouds in dezen lande zoo'n breede en schoone plaats heeft ingenomen, doch sinds tot zoo groot verval kwam door het verslappen in de waarheid, die naar Gods Woord is.
Dat werd mee onzen Penningmeester op de ziel gebonden en hij die door Gods genade een verborgen omgang met God mag kennen door Jezus Christus, zijnen Heere en Heiland, hij voelde dat hij van God geroepen was, om voor de Kerk onzer Vaderen het goede te zoeken, toen hij in onzen Bond binnengelijfd in het Bestuur zitting nam en de functie van Penningmeester ging bekleeden. De Kerk, de Herv. Kerk, de aloude Geref. Kerk van Nederland had en heeft en hield de liefde van zijn hart en telkens wist hij weer wat nieuws uit te denken, om het mogelijk te maken, in het midden van de Herv. (Geref) Kerk de waarheid te verbreiden en te verdedigen. „De Waarheidsvriend beschouwde hij daarvoor als een pracht gelegenheid. En daardoor werd de Bond en het werk van den Bond bekend en overal in den lande, van Friesland tot Limburg, van Gelderland tot Zuid-Holland werd de naam van onzen Geref. Bond genoemd en mee door den arbeid van onzen Penningmeester had men eerbied, had men lof, had men liefde voor onzen Bond, vooral onder het gereformeerde volk dat aan de Ned. Herv. (Geref.) Kerk gehecht is en nog altijd de hoop koestert, dat in Gods gunst de kracht der waarheid in die Kerk hoelangs hoemeer zal openbaar worden. Daarom werd men lid van onzen Geref. Bond, daarom werd men abonné van „De Waarheidsvriend", daarom had men sympathie voor het Leerstoelfonds, voelende dat de opleiding van onze a.s. herders en leeraars moet verbeterd en aangevuld worden, daarom ook begroette men met blijdschap het Studiefonds, om er week aan week schitterend voor te offeren!
Dat alles hebben we mee aan onzen Penningmeester te danken, die, gedragen door de sterkte zijns Gods, met de week sterker werd in zijn actie, ervarende de heerlijkheid van de belofte van Sions Bondsgod: Mijne genade is u genoeg. Mijn kracht wordt in uwe zwakheid volbracht. Daarom wil onze Penningmeester ook nu niets weten van al deze woorden van lof. Hij wijst ze af. Ons kent ons. Maar omdat het woorden van lof en liefde zijn, wil hij er toch wel iets van aannemen nu. Want de liefde dringt ons. En we weten, dat al de leden van den Bond nu zeggen: ja, dat heeft onze Penningmeester verdiend dat hij eens in de bloemen wordt gezet. We zijn allen blij en dankbaar. En den Heere erkennend in stille dankbaarheid voor de goede gave Zijner liefde onzen Bond geschonken in zoo'n bovenst besten Penningmeester, zijn we ook onzen vriend en broeder Fliehe dankbaar voor het onuitsprekelijk vele dat hij voor den Bond deed en we wenschen samen zoo echt hartelijk: dat onze Penningmeester nog vele, vele jaren onze Penningmeester zijn mag, daarbij deelend in de gunste Gods!
Wat is het heerlijk in den dienst van Gods Koninkrijk bezig te mogen zijn! En gedenkend onze tekortkomingen, belijdend onze zonden, ervaren we ook nu, dat de Heere weet wat we noodig hebben — noodig hebben voor den tijd en voor de eeuwigheid, wat alles begrepen is in Jezus Christus, Sions Borg en Middelaar, Die ook het Hoofd is der Kerk en nooit laat varen de werken Zijner handen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's