INGEZONDEN
KRALINGSCHE VEER, April 1927. Hooggeachte Redactie!
Mag ik van U een klein hoekje hebben in de Waarheidsvriend om te zeggen wat wij op de jaarvergadering hebben bedoeld. Het zou kunnen, dat wij den schijn op ons geladen hadden pleitbezorger, verdediger te willen zijn van den „Bond voor Evangelisatiën in en ten bate van de Ned. Hervormde Kerk". Dit is echter in 't geheel mijn bedoeling niet geweest, 'k Heb mij zeker verkeerd uitgedrukt. Ik heb willen voorstellen om, waar in het Noorden door verschillende Vereenigingen gewerkt wordt, bijv. Noord-Holland als terrein te kiezen. Daar zijn meerderen die het aldus zich gedacht hebben. Daarbij heb ik willen onderstrepen, vooral Oude Pekela krachtig te steunen, aangezien deze post op zichzelf staat en de Eerw. heer Van der Veen met grooten zegen daar werkzaam is, niet tegenstaande den tegenstand dien hij met zijn vrienden ondervindt. Laten onze menschen maar niet dralen, doch reeds nu den Evangelisatiearbeid te Oude Pekela steunen! Want aldaar wordt het Evangelie gepredikt zooals wij dat gaarne wenschen. Doch en vooral liefde tot onzen Gereformeerden Bond deed mij spreken.
Naar aanleiding toch van het voorstel-Rotterdam, in het bijzonder de zinsnede: De Bond van Evangelisaties werkt in ethischen geest, verscheen in „De Nederlander", no. 10288, een ingezonden stuk van het Bestuur van genoemden Bond. En dien inhoud wilde ik mededeelen. We lezen toch in dat ingezonden: De Bond ènz. sticht geen Evangelisatiën, en zendt geen Evangelisten uit, doch wil in den weg van toezicht en controle de tusschenschakel zijn tusschen solied bevonden Evangelisatiearbeid en het christelijk publiek. Indien een lid van den Gereformeerden Bond in eene bij den Bond van Evangelisatiën aangesloten Evangelisatie werd benoemd, zou deze van den Bond van Evangelisatiën niets anders hebben te wachten, dan wat deze laatste steeds in practijk heeft gebracht, n.l. recht en plaats toe te kennen aan alle Vereenigingen, die met ons staan op den bodem van artikel 2 en 3 der Bondsstatuten. Altijd weer spijt het mij, als van bepaalde zijde gezegd kan worden „en dat wordt nu in de Waarheidsvriend gezegd!" 't Ging ons niet om den Bond van Evangelisatiën enz, maar om onzen Bond. Wij werden in dat ingezonden in „de Nederlander" beschuldigd van niet naar waarheid te spreken. Ik wil niet te veel plaatsruimte vragen en daarom eindigen wij met den wensch, dat indien ergens ondervonden wordt het tegendeel van wat de Bond voor Evangelisatiën schreef, men niet zwijge, opdat het blijke dat de waarheid is bij de vrienden der Waarheid.
Met alle achting en de beste wenschen voor het plan Evangelisatie.
Uw dw. dnr., Kralingsche Veer.
K. ASMUS.
Wij zijn onzen ijverigen vriend en broeder A s m u s dankbaar, dat hij nog eens even op de zaak terugkomt. Hij wil, om onzentwil, dat we niet meer zeggen, dan we verantwoorden kunnen. En daar moeten we ook altijd acht op geven, niet alleen omdat we in een glazen huisje wonen en van alle kanten bekeken worden, (o!. wat heeft men plezier als men kan zeggen, terecht of ten onrechte: dat is nu de Waarheidsvriend!); maar we moeten ook waar zijn. En als we n i e t waar geweest zijn, moeten we dat rectificeeren. Maar we zijn er nog niet van overtuigd, dat onze Gereformeerde Evangelisaties, die er z ij n of staan te komen, het veiligst zich voelen in het midden van den Bond van Evangelisaties in het Noorden. En daarom wilden we er eens over praten, of het niet tijd werd dat we positief zelf aan 't werk gaan en naast andere Vereenigingen of Bonden met eigen werk, niet alleen in de Noordelijke Provinciën, maar b.v. ook in Noord-Holland uitkomen. Doch daar praten we nog wel eens over.
Het komt ons niet ongewenscht voor, dat de Gereformeerde Bond, die nu langzamerhand — we bestaan nu ruim 20 jaar — een breede plaats gaat innemen in het midden van heel ons land, zich over dit soort Evangelisatiewerk gaat beraden. Het veld is breed genoeg en de nood is groot — laat ons maar eens praten over deze aangelegenheid. En het verheugt ons, dat de geheele vergadering het j.l. Donderdag hierin hartelijk met ons ééns was. Het zou al een aardig begin zijn, indien b.v. de Evangelisatie te Oude Pekela, die door den Bond van Evangelisaties afgesneden is (wat publiek gemaakt is door den Bond, opdat er voor die Evangelisatie niet zou kunnen worden gecollecteerd, zooals voor andere Evangelisaties) voortaan als „onze" Evangelisatie werd beschouwd, om met „onze" aanbeveling door „onze" menschen , nu voortaan geholpen te worden. Dan zullen andere Evangelisatieposten wel volgen, niet alleen in Groningen, maar ook in Drenthe en Overijssel, ook in Noord-Holland. Omdat we een „eigen" beginsel hebben naast ethischen, confessioneelen enz., is er ook voor „eigen" actie en „eigen" arbeid plaats, overal waar nog menschen wonen, die liefde hebben voor de Gereformeerde Waarheid en die liefde ook bij anderen willen opwekken, om daarmee de Ned. Herv. (Geref.) Kerk te dienen en te helpen. Wij hopen, dat we spoedig een weg mogen vinden voor dezen arbeid en het dan aan de leden van onzen Bond kunnen mededeelen, wat er zal worden gedaan.
M. v. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 april 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 april 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's