De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SCHRIFTVERKLARING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SCHRIFTVERKLARING

1 Timotheüs (88)

4 minuten leestijd

Strijd den goeden strijd des geloofs, grijp naar het eeuwige leven, tot hetwelk gij ook geroepen zijt, en de goede belijdenis beleden hebt voor vele getuigen.

1 Timotheüs 6 vers 12.
O p e n b a r e  b e l ij d e n i s  en  i n n e r l ij k e  s t r ij d. De verbondsgedachte sta dus voorop bij het afleggen van de openbare belijdenis des geloofs. Omdat de leer van het verbond der genade vaak eenzijdig is opgevat en daarom verkeerd werd toegepast, mogen wij haar toch niet veronachtzamen. Het verkeerde gebruik dat anderen er van maken ontheft ons niet van het ware gebruik. Zij is eene van de schoonste leerstukken van het rijke Evangelie en de verwaarloozing daarvan loopt uit op allerlei ziekelijke toestanden in de Gemeente des Heeren, zooals die heerschen in onze dagen in het midden van menige hypergereformeerde gemeente.
Hoe komt het nu dat men de verbondsgedachte 't liefst maar ter zijde laat, uitgezonderd dan het voorlezen van de belde formulieren van den Doop en van het Heilig Avondmaal? 'k Meen dat men bevreesd is alzoo een wankelbaren grond te leggen voor het huis onzer zaligheid. Men vreest dat de verbondsgedachte den weg al te gemakkelijk maakt en dat de jonge menschen, die door deze verbondsgedachte geleid, openbare belijdenis des geloofs afleggen en toegang vragen tot het Heilig Avondmaal, zich de geestelijke goederen onrechtmatig toeëigenen en een weg van zelfbedrog betreden, die op eene jammerlijke ontgoocheling zal uitloopen. Men is bang voor een valschen vrede.
Maar daarvoor moet nu elke leeraar en iedere kerkeraad zorgen dat de verbondsleer góéd wordt voorgesteld, 't Wil toch niet zeggen dat allen voor eeuwig behouden zijn, die in het verbond der genade zijn opgenomen. Alleen zij, die door de eeuwige liefde van God in Christus Jezus onzen Heere, zijn uitverkoren, zullen behouden worden. De verkiezing en het verbond dekken elkander niet. Maar van de verkiezing geldt: „de verborgene dingen zijn voor den Heere", van het verbond: „de geopenbaarde dingen zijn voor ons en onze kinderen", terwijl de Heere Zijn verkiezing verwerkelijkt in den weg van het genadeverbond. Dit laatste ligt in 's Heeren welbehagen! Zóó heeft God het nu eenmaal gewild. En niemand heeft het recht om, waar God verbondsgewijze Zijn verkiezende liefde wil verwerkelijken, van het verbond te zwijgen. Als men dit doet, neemt men God Zijn werk uit de hand en schijnt men meer bezorgd te zijn voor een valschen vrede dan God Zelf, zooals Hij in Zijn Woord zich heeft geopenbaard. Men wil wijzer zijn dan God!
Omdat nu het verbond en de verkiezing elkander niet dekken, moet elke onderwijzing en elke prediking een krachtige waarschuwing bevatten, zoodat met allen ernst op de noodzakelijkheid der wedergeboorte en der waarachtige bekeering gewezen wordt. Wanneer wij de verbondsleer in al haar schoonheid laten gelden in 't midden der gemeente, stemmen wij daardoor niet in met de leer der „veronderstelde wedergeboorte". Van een dergelijke leer of iets dat er op gelijkt, lees ik in mijn Bijbel niet en daarom wil ik daarvan ook niet spreken. Een dergelijk begrip staat geheel buiten het kader van de leer der zaligheid.
Maar zoo is het niet met de leer van het verbond. Deze staat er midden in! En de prediking die daarvan uitgaat, zal waarschuwend en vertroostend zijn, afbrekend en opbouwend. Daardoor zal de gemeente in de zuivere begrippen van kerk en verbond worden ingeleid, en wel ter dege gewapend zijn, tegen remonstrantsche opvattingen, tegen een lichtvaardige deugdleer, ook tegen overgeestelijke ketterijen en schijnbaar zwaarwichtige leeringen, die vele gemeenten vaak in een korten tijd hebben doen verzinken tot versteening en doode lijdelijkheid. Een gemeente die haar doop verstaat, laat zich door de hyper-geestelijke leiders niet zoo dadelijk inpalmen.
Wij zeggen niet dat de jonge menschen die, door de verbondsleer van het doopslormulier gedreven, openbare belijdenis des geloofs afleggen, nu kunnen rusten, omdat zij in het verbond waren opgenomen en dit, nu zij tot onderscheid van jaren kwamen, aanvaarden. Integendeel! Er is geen waarheid die onder den zegen van God zóó actief, zoo werkzaam den mensch maakt, als de verbondsleer. Met den meesten aandrang moet het boven geschreven woord van Paulus aan Timotheüs den jeugdigen belijders worden voorgelegd: Strijd den goeden strijd des geloof grijp naar het eeuwige leven! Daartoe hebt gij de goede belijdenis beleden voor vele getuigen.
Als iemand in het dagelijksche leven op een hoogen post geplaatst wordt, heeft hij daardoor geen gemakkelijker leven. Juist nu drukt de verantwoordelijkheid hem zeer zwaar! Het hooge roept hem tot inspanning van al zijn krachten en tot het gebruiken van alle hem door God gegeven talenten. Zoo is het ook met de waarheid dat God de kinderen der gemeente, die nu tot onderscheid van jaren kwamen, in het verbond der genade heeft opgenomen. Het bewustzijn van deze hooge plaats ontwikkelt groote activiteit, een geestelijke werkzaamheid, die voor het aangezicht des Heeren wordt doorgemaakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 april 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

SCHRIFTVERKLARING

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 april 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's