SCHRIFTVERKLARING
1 Timotheüs (89)
89 Strijd den goeden strijd des geloofs, grijp naar het eeuwige leven, tot hetwelk gij ook geroepen zijt, en de goede belijdenis beleden hebt voor vele getuigen. 1 Timoth. 6 vers 12.
1 Timotheüs.
O p e n b a r e b e l ij d e n i s en i n n e r l ij k e s t r ij d. Het verbond der genade, waarin de nieuwe lidmaten zijn opgenomen en waarvan hun doop het teeken en zegel was, legt op hen een zeer groote verantwoordelijkheid en dringt meer dan iets anders sterk bij hen aan om den goeden strijd des geloofs te strijden. Zeker, een mensch kan van de schoonste Waarheid misbruik maken en satan kan gemakkelijk ook de leer des verbonds aangrijpen om vele zielen te verleiden, die wanen zonder wedergeboorte te kunnen ingaan in het Koninkrijk Gods, Maar dit ligt niet aan de leer van het verbond der genade, zoo min het aan het licht der zon te wijten is als iemand blind wordt, maar wel aan het verkeerde gebruik dat hij van dat licht maakte.
Het blijft steeds jammer dat de drie vragen die bij de bevestiging der lidmaten ter beantwoording worden voorgelegd, zoo weinig aansluiting toonen aan hetgeen wij als de hoofdelementen bij het doen van openbare belijdenis hebben vast te houden. Die hoofdelementen zijn: een aanvaarden van wat ons doopsformulier het tweede deel van het verbond noemt en een toegang vragen tot het Heilig Avondmaal. Dit zijn de twee hoofdelementen, zonder welke de aanneming en bevestiging geen zin zouden hebben. In de drie genoemde vragen wordt hierover met geen enkel woord gesproken. Zelfs de minste vingerwijzing daarheen ontbreekt.
Nu behoeven deze vragen, zooals die geformuleerd zijn in het veelbesproken Art. 39 van het Reglement op het Godsdienstonderwijs, niet letterlijk gevraagd te worden. Zij moeten immers ter beantwoording worden voorgelegd, "althans wat betreft den geest en de hoofdzaak van de daarin vervatte belijdenis, verklaring en belofte". Deze woorden geven dus aan elken leeraar de vrijheid om de vragen te veranderen, mits „de geest en hoofdzaak" maar gehandhaafd blijven, zoodat de mogelijkheid bestaat er zinsneden in te voegen die naar den Doop en naar het Avondmaal wijzen. Afgezien nog van de moeilijkheid om dan een loopende gedachte te verkrijgen en niet de idee te wekken dat alles bij elkaar gehaald wordt, kan ik begrijpen dat men om een bijzondere reden huiverig is eenige verandering in de te stellen vragen aan te brengen. Wat men toch in anderen veroordeelt, moet men zelf niet doen. De vrijzinnigen immers hebben met de woorden: „althans wat betreft den geest en de hoofdzaak enz." steeds een loopje genomen. Zij hebben die vragen zoo gewijzigd, dat zij de geest en hoofdzaak van hun eigen opvatting er in legden en het alzoo lieten voorkomen dat, zij zich hielden aan de geest en hoofdzaak van de te stellen vragen. Hierdoor is het helaas mogelijk dat vrijzinnige menschen lidmaat der Kerk worden. Dit is het gevaar als in het formuleeren der vragen vrijheid gegeven wordt. Dan kan ieder die het met zijn geweten niet zoo nauw neemt, er van maken wat hij wil, desnoods de vragen in vrijzinnigen geest omsmeden. Iemand die met z'n geweten rekening houdt, zal dit niet doen. Het gaat toch niet aan, de drie vragen op eigen houtje uit te leggen en hen geheel los te maken van de roeping van den Kerkeraad, wiens hoofddoel ook bij de aanneming en bevestiging der lidmaten steeds moet zijn de handhaving van de leer der Hervormde Kerk. (Art. 11 Algem. Regl.) Die drie vragen hebben dus voor de gewetens ook van vrijzinnige kerkeraadsleden hun vaststaande beteekenis. En het is niet anders dan een gewetenloos knoeien te noemen, als men er nochthans van maakt wat men wil om alzoo vrijzinnige lidmaten in de Kerk binnen te loodsen.
Maar nu begrijpt een ieder de moeilijkheid waarin wij ten opzichte van die vragen verkeeren. Wanneer wij het in anderen wraken als zij de vragen in hun geest wijzigen, dan mogen wij het niet doen in onzen geest. Daarom is de huivering in dat opzicht te begrijpen. Wanneer echter twee hetzelfde doen, dan is 't daarom nog niet hetzelfde. De „geest en hoofdzaak" der belijdenisvragen staat vast. Zij is duidelijk omschreven in wat ook onze reglementen noemen de leer der Kerk. Men kan het met die leer niet eens zijn, dat is een andere zaak! Maar de geest en hoofdzaak hangt niet van onze willekeurige uitlegging af. Daaraan is niet te tornen. Welnu, als wij aan de Waarheid van het Evangelie gaarne en van harte vasthouden, en de geest en hoofdzaak der vragen met vreugde eerbiedigen, dan zal, als wij in dien geest de vragen wijzigen, dit het welzijn onzer Hervormde, Gereformeerde Kerk niet schaden, terwijl wij het met een vrij geweten voor het aangezicht des Heeren mogen doen.
En zie, dan zouden wij de belijdenisvragen willen wijzigen, opdat de ingrijpende beteekenis van Doop en Avondmaal er niet buiten gedacht worde. Als nu in de eerste vraag gehandeld wordt over de geloofsleer, moest men daarvoor eenvoudig in de plaats zetten de tweede vraag uit het doopsformulier. Zoodoende groeit de gedachte in 't midden der gemeente dat de nieuwe lidmaten het „ja" overnemen van hun ouders bij hun doop. En als het nu in de tweede vraag gaat over het „innerlijke leven", dan is het geheel naar de geest en hoofdzaak daarvan als in de gewijzigde vraag gevraagd werd naar de verootmoediging des harten en naar het zoeken van het leven buiten zichzelf in Christus Jezus, zooals in het Avondmaalformulier gezegd wordt. Zoo groeit het denkbeeld dat de nieuwe lidmaten toegang vragen tot het Heilig Avondmaal, zonder hetwelk toch de openbare belijdenis geen zin zou hebben. De zaak der aanneming en bevestiging is voor de nieuwe lidmaten en voor het welzijn der gemeente van te groot belang dan dat daarmede lichtvaardig gehandeld zou worden. Als de leer van het verbond op haar plaats komt in het midden der gemeente, dan zal dit tot grooten zegen zijn voor de gansche Kerk. Men vergete het nooit, ook niet in onze Gereformeerde gemeenten, dat het welzijn der Kerk rust op het verbond der genade.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 april 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 april 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's