INGEZONDEN
Geachte Heer Redacteur,
Ook op deze Bondsvergadering is weer gebleken, hoe weinig er eigenlijk besproken en behandeld kan worden. Daarvan is niemand de schuld dan het feit, dat men uit heel het land op één plaats samenkomt, eerst laat kan beginnen en betrekkelijk vroeg moet eindigen. Hiervan eischen het referaat en de verslagen dan nog den meesten tijd. Wat er zoo overblijft voor de agenda, is haast het noemen niet waard.
Mij dunkt, er zal aan decentralisatie gedacht moeten worden. Iets, wat in onderscheiden provincies mogelijk is en reeds nu kan worden tot stand gebracht, is het stichten van provinciale afdeelingen van den Bond, die dan bijv. in het najaar (en voorjaar?) zouden kunnen bijeenkomen. Zulks bestaat, meen ik, ook bij de Confessioneele Vereeniging. Men kan daardoor ook meer rekening houden met locale en geestelijke belangen en toestanden enz. en eventueele voorstellen voor de jaarvergadering zouden dan wat meer doordacht en overwogen ter tafel komen dan thans. Mogelijk, dat referaten allicht ook beter op zulke provinciale vergaderingen tot hun recht zouden komen en dan niet vast tot de agenda der jaarvergadering zouden behoeven te behooren. Laat men in elk geval in de provincies, waar zulks mogelijk is, zich nauwer aaneensluiten en zien saam te komen D.V. dezen winter. Het Hoofdbestuur zal er wel niets tegen hebben en misschien de Redacteur als onderschrift eenige practische wenken willen geven.
Inmiddels, met heilwensch en vriendelijken dank.
Ds. L.G. BRUlJN.
Bergschenhoek, 5 April 1927.
HEILIGERLEE, 13 April 1927.
Geachte Redactie!
Mag ik voor onderstaand een klein plaatsje in Uw blad. Bij voorbaat vriendelijk dank.
Met veel aandacht heb ik gevolgd de bespreking over 't voorstel „Rotterdam" inzake Evangelisatiearbeid tegenover de bij den „Bond voor Evangelisatiën in en ten bate der Ned. Herv. Kerk" aangesloten posten. Het komt mij voor, dat eenige toelichting op deze kwestie wel noodig is. En dan wil ik onderstrepen wat collega Asmus reeds schreef in de Waarheidsvriend van 8 April — De Bond enz. sticht geen Evangelisatiën en zendt geen Evangelisten uit, doch wil in den weg van toezicht en controle de tusschenschakel zijn tusschen solied bevonden Evangelisatiearbeid en het christelijk publiek. — Ik kan daaraan toevoegen: de belijdenisschriften der Ned. Herv. Kerk vormen den grondslag van dezen Bond.
Het is dus foutief om te beweren: die Bond werkt in ethischen geest. Met die kwalificatie wordt den Bond iets opgedrongen dat hij niet aanvaarden kan en worden de aangesloten posten met hun voorgangers een etiket opgeplakt dat ze niet dragen willen. Dit kan slechts verwarring stichten.
Dat de Gereformeerde Bond zijn aandacht gaat schenken aan den Evangelisatiearbeid, verdient lof. Er is nog zooveel braakliggend terrein en waar de Bond voor Evangelisatiën geen posten sticht en geen Evangelisten uitzendt, kan daarvoor zonder eenig bezwaar een andere corporatie zich interesseeren. Doch de zaak blijft zuiverder, als men die nieuwe Evangelisatie-actie behandelt, geheel op zichzelf, en niet anti den bestaanden Bond.
De in Gereformeerde Bondskringen genoemde tegenstelling bestaat niet en het zou zeker het Kerkherstel (toch ook een doelpunt van Evangelisatie in Vrijz. gemeenten) niet ten goede komen en bevorderen, als naast een bestaande Bondsevangelisatie, die reeds eenige jaren zeer gezegend en met wassend resultaat haar arbeid verrichten mag, een post van den Gereform. Bond zou worden gesticht. Wie met den Evangelisatiearbeid in Vrijzinnige gemeenten op de hoogte is, zal dat onmiddellijk toestemmen. Ook zou het onbillijk zijn, als door den Gereformeerden Bond alleen dat Evangelisatiewerk steun werd waardig geacht, wat voortaan persé van den Gereform. Bond uitging,
Ik kan mij niet voorstellen, dat iemand van de vooraanstaande mannen in den Gereformeerden Bond de stelling zou huldigen: — alleen wat van en bij onzen Bond is, verdient onzen steun, voor al het andere hebben wij geen cent over. Die waarlijk het Evangelie van Christus en de Ned. Hervormde Kerk liefheeft, zal ook een hart hebben voor al den arbeid waardoor dat Evangelie naar de H. Schriften wordt verkondigd en de belangen dier Kerk werkelijk worden gediend,
Hoogachtend, Uw dw.,
Heiligerlee.
S. BRAND,
Mijnheer de Redacteur,
Uit het ingezonden stuk van den heer Asmus (Waarheidsvriend dato 8 April j.l.) blijkt duidelijk, dat de agenda van de laatste jaarvergadering niet tot haar recht is gekomen. Dat kon niet anders, daar eerst om kwart voor vier aan de ingekomen voorstellen werd begonnen. Toch waren de voorstellen van veel gewicht. Nu is mijn vraag: moeten deze voorstellen nu een heel jaar wachten op behandeling? Dit lijkt mij ongewenscht om het belang der zaken en bovendien zeer teleurstellend voor de inzenders, i.e. de afdeelingen Rotterdam en Alphen. Zou het niet mogelijk zijn om eene vergadering, aan deze voorstellen gewijd, te doen houden vóór den winter; bijv. aanvang November? Dan heeft het Hoofdbestuur in de rustige zomermaanden nog allen tijd voor bestudeering.
Met dank voor plaatsing.
Zeist, 20 April 1927.
H.J. VAN NIE.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's