De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

4 minuten leestijd

De danszonde.
Wat men tegenwoordig leest en hoort over hetgeen in de openbare dansgelegenheden, bijzonder in de groote steden, plaats heeft, gaat de perken van zedelijkheid en welvoegelijkheid verre te buiten. Nog onlangs liet de heer Hoogendijk Chef der Zedenpolitie te Amsterdam, in het Comité ter bestrijding van de openbare zedeloosheid, zijn waarschuwende stem tegen het demoraliseerende dansen hooren. Hij zeide daarvan:
Wie eenigszins thuis is in de mondaine wereld (d.w.z. menschen, die veel uit gaan en veel geld stuk slaan), weet, dat in de openbare danszaal veel vrouwen van verdachte zeden verkeeren en ook mannen, die het er op toeleggen, meisjes ten val te brengen. Aan hunne gedragingen in de danszaal zijn deze niet herkenbaar. De openbare balzaal is voor onervarenen en voor hen, die niet vast in hun schoenen staan, een gevaarlijke plaats, gevaarlijker dan de andere openbare amusementsgelegenheden.
Hoe dit moderne dansen plaats heeft, daarvan doet het »Haagsch Maandblad* van Januari van dit jaar in waarschuwenden zin mededeelingen, die echter zoo gruwelijk en zoo gemeen zijn, dat wij ons zouden schamen om ze onder het oog van onze lezers te brengen. Uit dit danskwaad spreekt intusschen een toenemende verwildering der zeden en een verslapping van de zedelijke volkskracht, welke 't ergste doen vreezen en tot groote bezorgdheid voor de rijpere jeugd manen.
Daarbij komt dan nog — en dit verergert den toestand niet weinig — dat vooral op Zondag bij de onbeteugelde jacht van velen naar allerlei vermaak, ook de danswoede op schrikbarende wijze toeneemt. Zoo wordt de Zondag op ergerlijke wijze misbruikt en meer en meer tot  z o n d e d a g  gemaakt.
Wij zijn den burgemeester van Amsterdam, den heer de Vlugt, dankbaar, dat hij weigert om op Zondag vergunning te verleenen voor het dansen.
Maar tot dit hooge standpunt heeft zich nog niet de meerderheid van het College van Burgemeester en Wethouders van de Residentie kunnen opwerken. Dit College heeft dezer dagen een pre-advies uitgebracht ter zake van dansvergunningen op Zondag. Daarin zegt de meerderheid, dat, waar een groot deel der burgerij het volkomen geoorloofd acht op Zondag  o n t s p a n n i n g  in het dansen te zoeken, het niet belet mag worden aan deze levensopvatting op  g e p a s t e  wijze uiting te geven.
Wij onderstreepten een paar woorden met betrekking tot het standpunt, dat de meerderheid van het College van Burgemeester en Wethouders ten aanzien van 't dansen, en meer in het bijzonder van het dansen op Zondag, inneemt, om te doen uitkomen, hoe de Vrijzinnigen en de Sociaal Democraten in het Haagsche College over het zedenbedervende danskwaad denken.
Dan staat het in de hoofdstad des lands anders, waar juist uit deze kringen stemmen gehoord worden, die den heer de Vlugt volkomen gelijk geven en geheel aan zijn zijde staan.
De verwachting, dat de Gemeenteraad van 's-Gravenhage, die in December van 't vorige jaar met 21 tegen 20 stemmen, zuiver rechts tegen links, een motie aannam om dansvergunningen op Zondag niet te verleenen, zoo aanstonds bij een voltalligen Raad, deze weigering in de Politieverordening zal willen opnemen, lijkt ons, gezien de mentaliteit van de meerderheid van het College van Burgemeester en Wethouders, niet groot.
Dat de kerkeraden van de Ned. Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in 's-Gravenhage bij adressen aan den Raad van hun gevoelen hebben doen blijken, mag met dankbaarheid worden geconstateerd. Zij hebben althans hun stem in den Gemeenteraad doen hooren; de verantwoordelijkheid voor het te nemen besluit komt nu voor rekening van den Raad.
Zal de Raad met de meerderheid van het College mede gaan en er toe besluiten, dat ook voortaan de vergunningen tot dansen blijven, verleend, dan zal in deze beslissing niet mogen worden berust, maar zullen vanwege de groote zedelijke schade, welke aan de volkskracht en den volksernst wordt toegebracht en uit hoofde van de schrikkelijke wijze waarop de Dag des Heeren wordt ontheiligd, nieuwe pogingen moeten worden aangewend om aan deze goddelooze dingen een einde te maken.
En die zelfde strijd, welken de Residentie wacht, zal ook in geheel ons land navolging moeten hebben. De gemeentelijke Overheid zal van hare roeping moeten worden doordrongen, dat zij op publiek terrein heeft te weren alles wat met de zedelijkheid en met de heiliging van den Dag des Heeren niet bestaanbaar is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 mei 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 mei 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's