UIT DE PERS
ZENDING.
Art. 123 en Zendingsraad.
Ds. H. Janssen, em. pred. der Chr. Geref. Kerk en legerpredikant in algemeenen dienst, die Indië en de Zending aldaar door aanschouwen kent, schrijft in de „Wekker" over een door hem gewenscht geachten Zendingsraad, om Art. 123 van het Regeeringsreglement te vervangen. Het zou een lichaam moeten zijn, zoo schrijft Ds. Janssen, dat door de Regeering werd ingesteld en dat de Regeering kan adviseeren in zake allerlei vraagstukken, die op de Zending betrekking hebben. Vraagstukken, die niet de prediking van het Evangelie raken, maar die betrekking hebben op wat ik zou willen noemen de cultureele taak van de Zending.
Want de Zending doet op dit oogenblik veel meer dan 50 en 100 jaar geleden. Toen bepaalde zij zich uitsluitend tot de verkondiging van het Evangelie. De Zendeling ging naar een land en een volk, waarvan toentertijd nog zoo goed als niets bekend was. Noch van den godsdienst, noch van de taak was er eenige wetenschap. Hij stapte aan wal, bouwde zich een huisje en ging dan met een zakboekje in de hand den weg op, want hij moest door middel van de menschen zélf de taal leeren.
Met welke moeilijkheden dit alles gepaard ging en hoe ontzaglijk veel tijd daarmee verloren ging, zal ieder wel eenigszins kunnen begrijpen, die wat aan taalstudie gedaan heeft. Eerst de moeilijkheid om contact met de menschen zelf te krijgen, dan om door hen en van hen de taal te leeren, die vaak zoo arm aan woorden was, dat er misschien niet meer dan eenige honderden in werden aangetroffen. Schrijftaal bestaat niet, taalregels evenmin. De Zendeling moet dus feitelijk de taal gaan opbouwen en uitbreiden. Hij moest woorden en begrippen scheppen, voordat hij feitelijk met zijn Zendingsarbeid beginnen kon, zoodat er jaren voorbijgingen, voor hij zoo in de taal thuis was, dat hij er in preeken en catechiseeren kon. Natuurlijk begon hij ook met een schooltje, maar dat alles was heel primitief.
En aan Medische Zending werd niet gedacht. De Zendeling had er trouwens ook geen tijd voor en de weinige kennis, die hij zelf van deze wetenschap had, wendde hij aan waar de gelegenheid zich daarvoor aanbood. Maar alles stond op zichzelf. De prediking van het Evangelie was en bleef hoofdzaak, zielen voor Jezus winnen was het begin, midden en einde van zijn arbeid.
Nu is dit in onze dagen nog de hoofdzaak. Niemand meene, dat de Zending dit uit het oog verloren heeft. Maar de ervaring heeft hier ontzaglijk veel geleerd, wat betreft de wijze van werken, en de Zending heeft ook ontzaglijk veel geleerd van allerlei linguïstische en archeologische onderzoekingen. Ook de studie van de verschillende godsdiensten heeft haar groote winsten gebracht, zoodat men tot geheel andere Zendingsmethoden gekomen is dan honderd jaren geleden.
Het onderwijs is een essentieel bestanddeel van de Zending geworden, en de groote beteekenis van de Medische Zending wordt thans algemeen erkend. Ook door de Regeering. Want zij steunt in deze beide onderdelen de Zending door haar subsidies. Een groot deel van de kosten der Medische Zending wordt er door de Regeering en door particulieren betaald, terwijl het onderwijs grootendeels door de Regeering bekostigd wordt. En nu zie ik juist hier groote moeilijkheden ontstaan, wanneer Art. 123 zonder meer ingetrokken wordt.
Wij zien, hoe in ons land na de gelijkstelling van het Openbaar en het Bijzonder Onderwijs, de Schoolstrijd weer opleeft; hoe Rome hiervan zeer groote voordelen heeft, daar het over een korps goedgeschoolde leerkrachten beschikt, die aan de Kerk heel weinig kosten en waarvoor de Regeering toch groote bedragen aan salaris moet uitbetalen. Van verschillende zijden wordt hier tegen geprotesteerd en ieder Protestant zal voelen, dat hier iets niet in orde is: hoewel hij er juridisch niets tegen in brengen kan. Maar dat neemt niet weg, dat Rome juist daardoor in de geheele wereld een geweldigen voorsprong heeft, dien wij nooit zullen kunnen elimineeren, maar waar wij terdege rekening mee zullen moeten houden.
Wanneer dan ook Art. 123 zou worden ingetrokken, zou ik de prediking van het Evangelie beslist vrij willen houden van iedere Overheidsbemoeiing. De Zending moet zélf uitmaken, waar zij beginnen wil, onverschillig of dat de Roomsche of de Protestantsche Zending is. En zij moet met een bloote kennisgeving van haar voornemen aan de Regeering kunnen volstaan. Zelfs al zou de Roomsche willen beginnen, waar de Protestantsche zich reeds gevestigd had of omgekeerd. Ik weet, dat naar het algemeen gevoelen dit de Protestantsche Zending op groote verliezen zou komen staan. Maar het kon ook nog wel eens meevallen, 't Is niet zoo gemakkelijk om vooraf te bepalen, welke de gevolgen van een maatregel op dat gebied zullen wezen. Menschen doen in allerlei dingen, maar vooral in geestelijk opzicht, dikwijls heel anders als wij verwachten.
Ik heb ook menschen in de Zending ontmoet, die het heel nuchter beschouwden en zeiden: 't Zal wel meevallen, wanneer wij maar zeker zijn van onze goeroes. Want de goeroes zijn feitelijk de geestelijke leidslieden van de bevolking en deze broeder stond in de overtuiging, dat de goeroes niet zouden overgaan. Maar ik geloof, dat wij uit de sfeer van de bespiegelingen en berekeningen, mogelijkheden en onderstellingen moeten overgaan in de sfeer van het geloof en dan wordt alles heel anders. Want dan vragen wij niet allereerst naar de gevolgen, maar naar den wil des Heeren. En de Heere wil, dat het Evangelie aan alle creaturen zal worden gepredikt. Was er nu één Kerk, dan waren er geen moeilijkheden, maar nu zijn er vele Kerken, die ieder op hun wijze dat bevel van den Koning willen gehoorzamen. Waarom zal de Overheid hier nu een bevoegdheid tot toelaten en verbieden hebben, waar Christus aan de Overheid in deze aangelegenheid meer heeft opgedragen. Men late daarom de prediking van het Evangelie in onze Koloniën vrij.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 mei 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's