De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

Hemelvaart

9 minuten leestijd

En als Hij dit gezegd had werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en eene wolk nam Hem weg van hunne oogen. Handelingen 1 vers 9.

Ieder, die eenigermate tracht over het hemelsche en goddelijke te spreken, ervaart hoe onbekwaam hij daartoe is. Hij wordt met stomheid geslagen als hij daaraan beginnen zal. Hoe zal de eindige mensch het oneindige kunnen bevatten! Het eeuwigheidsbegrip gaat buiten zijne bevatting! Alleen de Eeuwige omvat de eeuwigheid. Alleen, die in de eeuwigheid zijn, weten wat eeuwigheid is.
Ook op den Hemelvaartsdag worden wij bij vernieuwing bij onze nietigheid, geringheid en kleinheid bepaald. Het gelukt niemand, ook op dezen dag niet, zijn blik over de grens van het eindige te laten gaan. De grens van het zien- en zinlijke blijft de grens van zijn zien. De discipelen konden op den Olijfberg met hun blik niet verder reiken dan tot de wolk, die den Heere weg nam voor hunne oogen. De wolk was de grens, door den Heere gesteld; verder konden zij niet, hoe gaarne zij het ook wilden! Dat is een teleurstelling. Een teleurstelling die nog telkens wordt ondervonden door hen die in het onzichtbare begeeren door te dringen. Zij wordt ook ervaren door hen, die op den Hemelvaartsdag met hun natuurlijk oog of met hun eindigen geest in den hemel willen doordringen. Alleen aan het  g e e s t e s o o g  wordt het bij oogenblikken vergund iets daarvan te schouwen. Maar dan schouwt dat oog ook door alles heen! Dan is niets in staat dien blik te belemmeren. De zware steenen verhinderden een Stephanus niet om in de geopende hemelen in te zien en daar te aanschouwen de heerlijkheid Gods en Jezus staande aan de rechterhand Zijns Vaders.
Zoo ging het den discipelen op den Olijfberg niet. De hemel bleef voor hun oog gesloten. Jezus verdween uit hunne oogen. Zij wisten het, daar was Hij, achter die wolk, maar zij zagen Hem niet. Daar moet Gods kind het op den Hemelvaartsdag mede doen. Verder kunnen zij niet komen. Maar gelukkig als zij dit weten en wel zóó weten, dat zij er bij leven mogen, evenals de apostel Paulus als hij zegt: ,,Dewijl wij dan een grooten Hoogepriester hebben, die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zone Gods, zoo laat ons deze belijdenis vasthouden". 
D e z e  belijdenis, waarin ook is vervat: ,,Christus is het die gestorven is, ja, wat meer is, die ook opgewekt is, die ook ter rechterhand Gods is, dieookvoorons b i d t". Maar dan behoeft Gods kind het niet te doorgronden, te peilen of te bevatten, dan behoeft dat volk ook er niet in te dringen! Het is voor hen genoeg te weten, dat het zoo is. En dan kunnen zij ook met het volste vertrouwen hunne zaken aan Hem overgeven. Hij is gezeten aan de rechterhand der Majesteit Gods, verheven in de hoogste hemelen en vandaar uit regeert, leidt, bewaart en beschermt Hij Zijne Kerk. Zij behoeven het zelf niet te doen. Zij kunnen het zelf ook niet doen. Hij doet het. 
Dat moesten ook de discipelen op den Olijfberg nog leeren, dat ,,het vleesch hun niet nut was" en dat ,,het nut was, dat Hij weg ging". Zij bleven nog hangen aan Zijne lichamelijke verschijning op aarde. De beteekenis van Zijne Hemelvaart verstonden zij, ,,die onverstandig en traag van hart waren om te gelooven", nog niet. De woorden waren nog maar klanken, onverstaanbare klanken. De Hemelvaarts dag was aanvankelijk voor hen nog geen Hemelvaartsfeest.
De Hemelvaart bracht voor hen veel meer een ledigheid dan een volheid. Eerst als zij hoorden dat Hij wederkwam, keerden zij wederom naar Jeruzalem met groote blijdschap. Uit den hemel wederkomen, gelijk Hij uit het graf was opgestaan, dat was hun hope, Eerst toen de Heilige Geest was uitgestort in hunne harten, werd het anders. Zonder dien Geest werd Zijn Hemelvaart evenmin verstaan als Zijne Opstanding.
Maar al werd het door hen nog niet verstaan, toch was Hij, die Hij was, ook voor hen, als zij het nog niet wisten; want Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde tot in eeuwigheid.
Dezelfde! Dezelfde van eeuwigheid tot in eeuwigheid. Geslacht van voor de grondlegging der wereld en tot Zijne wederkomst ten oordeel, dezelfde ! O, diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennisse Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijne oordeelen en hoe onnaspeurlijk zijn Zijne wegen. Blijvende wat Hij was, is Hij geworden wat Hij niet was; maar ook blijvende waar Hij was, is Hij gekomen, waar Hij niet was. Naar Zijne menschelijke natuur gekomen in den Hemel, maar naar Zijne Godheid, Majesteit, genade en Geest blijvende met Zijne Kerk alle de dagen tot aan de voleinding der wereld.
Als Hij dit gezegd had, werd Hij naar Zijne menschelijke natuur opgenomen. Als Hij dit gezegd had. Wat? Dat het hun niet toekwam te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijne eigene macht gesteld had. Dat zegt Hij nog tot Zijn volk, dat maar zoo moeilijk kan leeren om God God te laten, dat altijd weer zoekt in te dringen in de verborgenheden Gods, om te weten de tijden en gelegenheden, die de Heere in Zijne eigene macht gesteld heeft. Ja, dat zelfs in allerlei zaken den Heere de tijden en gelegenheden wil voorschrijven en twijfelt aan de beloften, die de Heere hun gedaan heeft.
Dit gezegd n.I., dat zij zouden ontvangen de kracht des Heiligen Geestes en dat zij door die kracht van Hem zouden getuigen tot aan het uiterste der aarde. Dat zij henen zouden gaan in Zijne mogendheid in de geheele wereld predikende het Evangelie aan alle creaturen.
Dat was het laatste, dat Hij naar Zijne menschelijke natuur sprak. Het was als 't ware Zijn uiterste wil voor Zijn Hemelvaart, evenals het ,,Doet dat tot Mijne gedachtenis" Zijn testament was voor Zijn sterven. Zoo is het dus de roeping van de gansche Kerk om van den Zone Gods te getuigen, om Hem te verkondigen als den eenigen Naam die gegeven is tot zaligheid, maar ook als dengene die opgevaren is ten Hemel en daar de biddende Hoogepriester is voor de Zijnen.
Maar als hij dit gezegd had, ,,werd Hij opgenomen", en daarmede betuigde en bevestigde de Vader Zijn welgevallen in het werk des Zoons. Door de opening van den hemel werd bevestigd hetgeen de Vader door de opening van het graf had betuigd.
Werd Hij opgenomen ,,daar zij het zagen". Dat Christus uit den dood opstond, werd door niemand gezien. Wél dat Hij opgestaan was. Door het zien van den Opgestane, werd de waarheid der opstanding bewezen. Zoo was het niet met de Hemelvaart. Neen! dat moest gezien worden, anders zou er geen bewijs van Zijn Hemelvaart zijn, daar deze verdwijning niet door verschijningen als na de opstanding zou gevolgd worden. Ook hiermede komt de Heere aan de zwakheid van Zijn volk tegemoet. Wat zou hun geloof bestreden worden, indien er geen getuigen van Zijn hemelvaart waren geweest.
En een wolk nam Hem weg van hunne oogen. Door die wolk konden zij Hem niet meer zien. Een wolk tusschen Hem en de Zijnen! Maar achter die wolk de  C h r i s t u s. En dat is nog zoo. Er zijn verschillende wolken, waardoor het geloofsoog wordt belemmerd om den Christus te aanschouwen. Wolken van zwarigheden en zonden maken het soms zoo donker alsof er geen God en geen Christus is; maar hoe donker, zwaar en zwart de wolken ook mogen zijn in het rijk der natuur, door de zon achter de wolken is het nooit stikdonker. Zoo ook in het rijk der genade, nooit wordt geheel het licht van de Zonne der Gerechtigheid gemist, nooit is het dan ook voor Gods kind hier ,,buitenste duisternis", evenmin als dat er »nooit een wolkje aan de lucht is«, zoodat Christus in al Zijne heerlijkheid wordt aanschouwd. De wolken moeten er zijn, tusschen Christus en de ziele. Geen oog kan het verdragen om in het schelle licht van de zon op haar middaghoogte te zien, zoo kan het ook niet verdragen worden om den verheerlijkten Zoon des menschen te zien In al Zijne heerlijkheid. Toen Johannes er iets van zag, viel hij als dood aan Zijne voeten, en toen Stephanus Hem zag, was zijn einde nabij.
Door de wolken komt het licht wel getemperd tot ons, maar het wordt er niet door uitgedoofd. Al is de zon achter de zwartste wolken, daarmede is de zon niet veranderd. Zoo is Christus niet minder of meer of Hij meer of minder aan ons oog door wolken is onttrokken. Hij is Dezelfde.
Een man riep eens in zijn dronkenschap uit, toen de maan achter de wolken schuil ging: ,,Nu nemen zij de maan weg". Zoo dwaas zou ook Gods volk doen, als het geloofde dat de Christus weg was als een wolk Hem weggenomen heeft voor hunne oogen.
Wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen. Niet door aanschouwen van het verheerlijkte Hoofd der Kerk, maar door het geloof, dat Hij verheerlijkt is en dat Hij, de Verheerlijkte, er nóg is, niettegenstaande de donkerheid waarin de Kerk in onze dagen is gehuld.
Hij is er! Hij is er! de triumpheerende Koning! Hij leeft tot in alle eeuwigheid! De donkerste wolk kan Zijn licht niet verdooven. De machten der hel kunnen Hem niet overweldigen! Hij is heengegaan om den Zijnen plaats te bereiden, opdat zij eenmaal tot Hem zullen komen.
Maar diezelfde Koning zal ook eenmaal Zijne vijanden en die van Zijn volk onder Zijne voeten verpletteren. En dan zal geen wolk hen van Hem scheiden, maar dan zullen zij gaan zonder Hem in de buitenste duisternis, waar weening is en knersing der tanden, terwijl de gemeente van Christus roept: ,,Ja, Heere Jezus, kom haastelijk" en haar hartewensch ziet vervuld.
Middelh.                                                                                                    d. O.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 mei 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 mei 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's