De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEESTELIJKE OPBOUW

8 minuten leestijd

De Vrijmetselarij (4)
De Vrijmetselaars hebben een beschermheilige. „Al de tot den eeredienst van God opgerichte monumenten waren", zoo zegt Rebold, „gewijd aan een of andere heilige en al de gilden of broederschappen van dien tijd kozen zulk een heilige tot hun patroon. Zoo kozen de vrije-metselaars Johannes den Dooper (St. Jan), omdat zijn feest inviel op den 24sten Juni, den dag van den zonne-stilstand, wanneer de zon ten toppunt van haar luister gerezen is en de natuur met al haar rijkdom getooid is".
Van ouds had er op St. Jan een feestelijke bijeenkomst plaats om den Meester voor het volgend jaar te kiezen en nieuwe gezellen en leerlingen aan te nemen.
Op St. Jansdag (24 Juni) 1717 heeft de stichtingsvergadering voor de Vrijmetselaars-organisatie, zooals wij die kennen, te Londen plaats gehad. Van dien dag dateert de beweging, waaraan wij onze aandacht schenken willen.
Dat zat zóó.
Na den herbouw van de stad Londen, die door brand voor een gedeelte verwoest was en na de voltooiing van de monumentale St. Paulus Kerk aldaar, verdwenen de meeste van de bouwgezelschappen. Vier organisaties bleven slechts en die hebben zich op 24 Juni 1717, den dag van St. Jan, tot Groote-Loge (Loge beteekent bouwhut of keet, waar architect en opzichter hun plannen uitwerken) vereenigd, om af te zien van „, de gewone metselarij" en zich uitsluitend toe te leggen op den bouw van den geestelijken tempel der ware humaniteit in het menschelijk hart".
Met de 17de eeuw is dus het bouwen van de monumentale gothische kathedralen afgeloopen, maar dan begint eerst recht de geestelijke metselarij! Het licht van de Vrijmetselarij zal het aardrijk vernieuwen en tooien met nieuwe pracht.
Dr. James Anderson, doctor in de theologie en predikant te Londen, heeft in deze eerste organisaitie en stichting de hand gehad. Hij heeft ook, in 1723 de „Grondwet der Vrijmetselarij" samengesteld, welke tot nu toe nog als basis bij de Groot-Loge van Engeland in gebruik is.
In Engeland heeft zich de Vrijmetselaarsbeweging sterk uitgebreid en in 1905 werd dan ook opgegeven (Mr. J.H. Carpentier Witting, Kerk en Secte. Serie IV. no. 8), dat er in Londen 538 Loges waren, terwijl het aantal broeders (vrouwen werden niet toeplaten), die tot de Groot-Loge behoorden, voor Engeland geschat werden op een aantal dat boven de 200.000 uitging.
In Frankrijk werd vanuit Engeland in 1725 de eerste Loge gesticht; eerst onder den adel, maar later ook onder de middenklassen. Van 1725 tot 1796, dus vóór de revolutie, waren er in Frankrijk twee voorname Groot-Loges; en daarnaast bestonden nog een massa losse orden. Deze twee Groot-Loges zijn in 1799, na den revolutie, vereenigd tot één Groot-Loge, die in 1891 nieuwe „Algemeene Voorschriften" kreeg. (In 1877 is het geloof in het bestaan van God en van de onsterfelijkheid uit het eerste artikel geschrapt).
De eerste orde in Nederland is blijkbaar in 1731 van uit Engeland, in Den Haag gesticht. Spoedig ook in Amsterdam. 25 December 1756 zijn veertien Hollandsche Loges bijeengebracht in de „Groot Nationale Loge der Vereenigde Nederlanden", wier eerste grootmeester Br. van Aersen Beijeren was.
De beweging was van Kosmopolitischen aard en bedoelde zich uit te breiden over alle landen, met het ideaal „de broederschap  aller menschen". Men stelde zich voor te werken, om te bereiken een broederlijke maatschappij, waar vrede en liefde gevonden werd. Bevordering van het geluk der menschheid en omzetting van het gansche leven in alle landen en onder alle volkeren. De „Vereenigde Staten der wereld" verlangde men te zien.
Broederschap onder alle menschen bedoelde men. Daarom was een van de eerste stellingen, dat de leden „goede en trouwe mannen of mannen van eer en rechtschapenheid" moesten zijn. De Vrijmetselarij moest zijn „de bron van trouwe vriendschap onder menschen,, die anders in voortdurende verwijdering van elkaar zouden gebleven zijn". Daarom was voorgeschreven, dat er geen persoonlijke strijdvragen of twisten binnen de deur der Loge mochten gebracht worden, nog veel minder kibbelarijen over godsdienst, nationaliteit of politiek; want wij zijn, als Masons, allen van den gemeenschappelijken godsdienst die voor allen dezelfde is, en wij zijn van alle volken, tongen en verwantschappen en talen en zijn beslist tegen elke inmenging in politiek, welke nooit bevorderlijk is geweest of zal zijn aan den bloei der Loge".
Hieruit blijkt, zegt A.F.L. Faubel, Vrijmetselarij enz., blz. 18, „de zin voor het Kosmopolitische en het streven naar verdraagzaamheid; ook van menschenkennis en beleid door het verbieden van alle discussies over godsdienst en politiek in den gewonen, engeren zin van het woord, zooals ze georganiseerd te voorschijn komen in Kerken en partijen. Daardoor komt immer de verdeeldheid en het geharrewar onder de menschen".
Dat de  V r ij m e t s e l a r ij  dus niet zoo heel vriendelijk tegenover den godsdienst en tegenover de Kerk staat, bemerken we hier wel! 't Geeft maar verdeeldheid én strijd. Bovendien geeft de Kerk maar al te vaak „steenen voor brood", niets , dan dorre leeringen en dogma's en de mensch heeft waarlijk wel wat anders noodig. Bovendien heeft niemand „de" waarheid en heeft dus ook niet het recht een ander te veroordeelen.
Hoe de Vrijmetselaars over godsdienst en Kerk denken?
Ze komen dan met het meesterstuk van den Vrijmetselaar Lessing „Nathan der Weise", waarin hun gevoelen op zoo treffende wijze is uitgedrukt!
Wat het dramatisch gedicht van den Vrijmetselaar Gotthold Ephraim Lessing (1729—1781) inhoudt?
Nathan, de wijze, is aan 't woord. Hij spreekt van een ring, versierd met een steen, een opaal „met honderd schoone kleuren", welke de tooverkracht had den bezitter „bij God en menschen aangenaam te maken". Het spreekt vanzelf, dat de eigenaar dien wonder-ring met dien wonder-steen in zijn geslacht wilde bewaren. Daarom bepaalde hij, dat de ring — er was er maar één — telkens in zijn nageslacht door iederen vader aan zijn meest geliefden zoon zou worden vermaakt bij testament. Die bezitter zou dan teveens hoofd van het geslacht zijn.
Dat ging een tijd lang goed. Maar eens kwam de ring in handen van een vader, die er duchtig mee verlegen werd. Hij had drie zonen. En alle drie waren hem even lief. In een oogenblik van zwakheid beloofde hij dan ook, onder vier oogen, aan ieder van de drie zonen den ring. Dat moest natuurlijk spaak loopen. En in zijn verlegenheid liet de man een kunstenaar komen, die twee ringen maakte, welke volkomen op den echten geleken. „En toen de kunstenaar zijn werk den vader bracht, kon deze zelf den echten niet van de valsche ringen onderscheiden" . Verheugd roept hij nu zijne zonen, één voor één; geeft elk afzonderlijk zijn zegen, daarna zijn ring, en sterft.
Toen kwam de moeite pas. Nauwelijks is de vader gestorven, of elk van de drie zonen eischt voor zich de eer op, hoofd te zijn van het geslacht. De twisten en aanklachten brengen hen straks voor den rechter. Alle drie argumenteeren voor de rechtbank met hetzelfde: V a d e r  k o n  n i e t  l i e g e n. Ieders verklaring berustte op h i s t o r i e; ieder betichtte z'n broeder van leugen en valschheid.
En nu de rechter? Hij kon óók den echten ring niet herkennen. Want het heette, dat die origineele ring zijn drager aangenaam maakte bij God en menschen, maar de drie kijvende en twistende broers bewe­zen dat het daar nog ver van af was.
Ten einde raad, concludeerde nu de rechter, dat ze alle drie bedrogen waren; de echte ring zou wel verloren zijn en om het verlies geheim te houden zou de vader er drie hebben doen namaken! Ook is 't
------ mooglijk, dat de vader langer niet
De dwimiglandij van d' éénen ring wou dulden;
En zeker is 't dat hij u alle drie
Heeft liefgehad, gelijk'lijk , liefgehad,
Daar hij aan twee geen nadeel wilde doen
Om éénen te begunstigen. ------
De toepassing van dit dramatisch gedicht is: er waren drie godsdiensten, het Jodendom, het Mohammedanisme en het Christendom. Van de drie godsdiensten kon toch maar één de ware zijn. En nu laat L e s s i n g door den Jood Nathan, ten aanhoore van Muzelman en Christen, beslissen, dat ze alle drie even goed of even slecht zijn.
Niemand heeft „de" waarheid. En ieder moet van zijn godsdienst maken wat er van te maken is. God heeft alle menschen even lief en nu moeten zij in liefde samenleven, elkander waardeerende in z'n gevoelens en overtuigingen.
Zóó staat de Vrijmetselarij tegenover den godsdienst. „De" ware godsdienst kent niemand. Ieder moet van het zijne maken wat er van te maken is! Christen, Jood, Mohammedaan, beiden — ze zijn allen gelijk. En tenslotte zullen alle godsdiensten eens moeten plaats maken, voor een nieuwe religie en een nieuw evangelie, het evangelie van menschenliefde en broederzin!
Wat de menschen nu hebben voor godsdienst is maar een godsdienst naar een bepaald model, een kleed van joodschen, van mohammedaanschen, van christelijken, van boeddhistischen of brahmaanschen snit — maar dat omhulsel, die vorm, moet wegvallen en het moet alle menschen gaan om het wezen. De ringen die men nu draagt, deugen niet. Over duizend jaar dan hebben ze allen den echten ring. De Vrijmetselaars zullen als profeten van den nieuwen godsdienst er voor doen wat er te doen valt. Opruimen van het oude, werken voor het nieuwe! Werken voor den godsdienst der h u m a n i t e i t.
(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juni 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juni 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's