GEESTELIJKE OPBOUW
De Vrijmetselarij (5)
Met de V r ij m e t s e l a a r s hebben we dus te doen met wereldopbouwers; die het wereldgebouw willen optrekken, verbeteren, herstellen, volmaken. De beweging heeft een zedelijk-opvoedende strekking, met doel en streven de wereld te verbeteren en het leven der menschheid omhoog te brengen uit de diepten van onwetendheid, van gebrek, van ellende, van strijd, van leed.
Bouwlieden zijn het — en in de organisatie bleef men de herinnering bewaren aan vroegere bouwgilden met hunne loges of vergaderingen. Men ging voort te spreken van metselen; ook van meesters, gezellen en leerlingen. Men bewaarde het afzonderingssysteem, zoodat niemand toegelaten werd, dan die waardig gekeurd was opgenomen te worden in het gild. Men moest zich voor het lidmaatschap opgeven, eerst na allerlei formaliteiten kon men worden toegelaten en dan geschiedde de opname in den kring met allerlei plechtigheden, die voor buitenstaanders als een geheim bewaard moesten worden. Het is alles echt geheimzinnig en afgescheiden van het gewone. leder is ook niet geschikt opgenomen te worden en het doel is hoog verheven, uitgaande boven het gelijkvloersche van „ierereen". Ieder die opgenomen wordt, moet beloven vrijwillig mee te zullen bouwen aan tempel van beschaving en humaniteit, elkander te zullen helpen en de menschheid te dienen. Eerst wordt men dan leerling, daarna gezel en eindelijk wordt men bevorderd tot het hoogste en meester genoemd, om dan plechtig gemaakt te worden tot vrijmetselaar bij den opbouw van den wereldtempel des vredes en des geluks.Vrijwillige metselaars, die vrij werken naar eigen stijl, in harmonie met alle leden van het gild.
Wat die „eigen stijl" der Vrijmetselaars betreft, kunnen we nadere inlichtingen verkrijgen als we de Grondwet voor de Orde der Vrijmetselaars in Nederland ter hand nemen. Daar lezen we o.a. "Vrijmetselarij is de uit innerlijken drang geboren geestesrichting, welke zich openbaart in een voortdurend streven naar ontwikkeling van al die eigenschappen van geest en gemoed, die den mensch en de menscheid kunnen opvoeren naar hooger geestelijk en zedelijk peil".
Men wil de menschheid dus opvoeden, opdat zij leere „de hoogste levenskunst" en de Vrijmetselaars zelf moeten dan natuurlijk hoogste levenskunst kennen en verstaan, dan eerst kunnen ze als geestelijke metselaars opbouwend werken.
Nu hebben de Vrijmetselaars nog al vertrouwen in zichzelf wat dat betreft. In dat opzicht hebben ze verwantschap met de oer-oude geheime genootschappen, die ook te midden van allerlei geheimzinnige levensgewoonten en wonderlijke symbolen, begeerden en meenden: wij weten het!
En E r n e s t G i I o n zegt in D e h e d e n d a a g s c h e V r ij m e t s e 1 a r ij (overdruk van L' Union Fraternelle, Vrijmetselaars-Weekblad) biz. 46 : „De Vrijmetselarij is volkomen in staat een volmaakte maatschappelijke bewerktuiging in het leven te roepen. En omdat de Vrijmetselarij, sedert haar oorsprong, zich dit edele doel gesteld heeft, kan men aan haar toeschrijven de vorderingen die verkrgen werden en die welke in de toekomst te verkrijgen zijn (blz. 46-47).
Dat houdt dus nog al wat in.
En in dit verband haalt Gilon een uitspraak aan van den B. H e n r i o n d e P e n s e y, den beroemden rechtsgeleerde en opper-voorzitter van het Hof van Cassatie van Frankrijk, die in korte woorden den aard en roeping van de Orde der Vrijmetselaars aldus teekende: „Terwijl de geslachten slechts voorbijgaan, zuchten en verdwijnen; terwijl de eeuwen ons slechts onderdrukkers en onderdrukten, dwingelanden en slaven doen zien; hoe lieflijk, hoe vertroostend voor het menschdom is het een Vereeniging van menschen te aanschouwen, door alle deugden verbonden, door alle banden der vriendschap, der welwillendheid, der broederschap vereenigd! Zulk een Vereeniging is het treffendste, het prachtigste van alle zedelijke verschijnselen. Zij is het schoonste gedenkteeken dat de menschen voor de deugd hebben opgericht; zij is het schoonste schouwspel dat de aarde den hemel kan aanbieden: zij is het zeldzaamste, zoowel als het heilzaamste geschenk des hemels. Voorwaar, als de wedergeboorte der zeden mogelijk is, dan is het aan de Vrijmetselarij voorbehouden dit wonder te verrichten".
Kan het mooier ?
Een kleine schaduw valt over dit alles, door de woorden die de Pensey onmiddellijk op al dit moois laat volgen, n.l. „als alle vrij-metselaars waren gelijk zij behooren te zijn".
Dus — 't is daar ook al niet volmaakt. En dat we nog geen volmaakte maatschappij en geen hemel op aarde hebben, is dan ook waarschijnlijk te wijten aan het feit, dat de Vrijmetselarij wel goed is, maar niet alle Vrijmetselaars zijn zooals ze behooren te zijn. Evenwel merkt G i I o n weer vriendelijk op: „het is troostrijk te kunnen verklaren dat zulke schurftige schapen zeer zeldzame uitzonderingen zijn in de Vrijmetselarij". (bIz. 52).
't Is dus wel niet alles goud wat er blinkt, maar 't is en blijft toch goud van het zuiverst en hoogst gehalte!
G i I o n zegt dan blz. 62: „De grondkaraktertrekken van de Vrijmetselarij zijn vrijonderzoek, de eeredienst van het goede, de rechtschapenheid, de solidariteit of gemeenschapszin. Daarbij bezit zij de eigenschappen: zucht naar vooruitgang en verdraagzaamheid.
In de Vrijmetselarij bestaat geen onveranderlijke leerstelling, geen vastgesteld geloof, vooraf opgesteld door een uitverkoren kring om te worden opgedrongen. Alles wordt doordacht en onderzocht. In dit vrije onderzoek vindt zij haar kracht en haar grootheid. Zij dringt haar teeringen niet op, zij bespreekt, zij bekeert door de blootlegging der feiten, zij overreedt door de overtuiging. In tegenstelling met de godsdiensten die zich altijd willen handhaven, omdat de priesters, de predikanten, de rabijnen ervan leven, zal de Vrijmetselarij zich terugtrekken of zich vervormen, naar de behoeften der tijden, omdat alle betrekkingen onbezoldigd zijn en zij waarheid zoekt zonder dat eenig zelfzuchtig belang de oprechtheid van haar handeling bezoedelt", (blz. 62—63).
„Laten wij aan de godgeleerden maar overlaten te redekavelen over de geloofsstelsels — maar laat de Vrijmetselarij blijven wat zij wezen moet, dat wil zeggen: een instelling, toegankelijk voor iederen vooruitgang, voor alle zedelijke en verhevene begrippen, voor elk onbekrompen en vrijzinnig streven". „De Vrijmetselarij moet nimmer afdalen in het felle strijdperk van de godgeleerde woordenwisselingen, die nooit anders voortgebracht hebben dan beroeringen en vervolgingen. Zij hoede zich een Kerk, een Concilie, een Synode te worden! Want alle Kerken, alle Conciliën, alle Synoden hebben zich door heftigheid en vervolgzucht gekenmerkt". „De Vrijmetselarij zweve statiglijk boven al deze kerkelijke en secte-geschillen; zij verheffe zich in haar volle grootheid boven hun redekavelingen, zij blijve de ruime schuilplaats die altijd open staat voor alle welgezinde en moedige geesten, voor alle nauwgezette en belangelooze waarheidzoekers, voor alle slachtoffers eindelijk van de willekeur en de onverdraagzaamheid", (blz. 63—64). „De Vrijmetselarij is dus geen godsdienst: zij staat boven alle godsdiensten. De religie der Loges — wanneer men het religie noemen wil — is de eeredienst van wat schoon, wat goed en groot is en haar hoofddoel, haar droombeeld is alle menschen goed, groot en rechtschapen te maken en redding van het menschelijk geslacht, geluk en grootheid voor allen te vinden".
„De Vrijmetselarij verdraagt zich met het geloof aan God en aan een onsterfelijke ziel, evengoed als zij de volstrekte ontkenning er van gedoogt. Zij loochent niet en neemt niet aan; zij zoekt naar waarheid. Deze verdraagzaamheid kan echter niet zóó ver gaan, dat zij de poorten van haar tempels opent voor Katholieken, wien, volgens voorschrift, verboden is een vrij onderzoek nopens hun geloof in te stellen, (blz. 65). „De Vrijmetselarij is de wereldeeredienst van de toekomst", (blz. 66).
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juni 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juni 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's