STAAT EN MAATSCHAPPIJ
Van den kleinen kant.
De openbare onderwijzers en bijzonder zij, die bij den rooden Bond zijn aangesloten, hebben zich weer eens een keer van den kleinen kant doen kennen. De viering van den 18den verjaardag van Prinses Juliana en het laatste bezoek van de Koningin aan de hoofdstad des lands, waarbij voor het eerst de Prinses officieel tegenwoordig was, gaven een mooie gelegenheid om de eenheid en den nationalen zin van ons volk te demonstreeren en tevens het historisch besef in het één zijn van Nederland met Oranje wakker te schudden of te verlevendigen, doch tot dit hoogtepunt konden deze onderwijzers zich klaarblijkelijk niet opwerken. Gaat het om het Socialistisch Meifeest, dan weten de openbare onderwijzers in geestdriftige taal te spreken en wordt het kinderlijk gemoed toegankelijk geacht voor het opnemen van de revolutionaire gedachte, maar betreft het een nationale gebeurtenis, een aangelegenheid, die voor heel 't volk van groote beteekenis is, dan wordt daarover gezwegen en weigert men, zooals dit in Delft het geval was, den kinderen Vaderlandsche liederen te leeren, omdat hun de beteekenis van hetgeen gezongen zal worden, ontgaat.
Over Oranje moet worden gezwegen, doch de lof van den eersten Meidag kan niet luidruchtig genoeg worden verkondigd. Komt 't intusschen een enkelen keer voor, dat de openbare onderwijzer zich voor een Oranje-manifestatie laat vinden, dan gaat het meestentijds niet van harte, maar worden allerlei voorwaarden aan de saamwerking gesteld. Zoo tijdens het bezoek van de Koningin te Amsterdam, toen een schoolhoofd weigerde persoonlijk aanwezig te zijn, wanneer de kinderen zouden zingen het couplet uit het Wilhelmus: „Mijn schilt ende betrouwen, Zijt Ghy, o God, myn' Heer", en niet werd afgezien van het zingen van de zegenbede uit Psalm 134.
Zoo komt de openbare school niet alleen te staan buiten het godsdienstig leven, maar ook buiten het nationale leven van ons volk. De hulde, welke te Amsterdam aan het Koninklijk Huis werd gebracht, geschiedde dan ook uitsluitend door de kinderen van de Christelijke scholen. De openbare school schitterde door afwezigheid. Gelukkig is er nog een school voor ons volk, welke de nationale historie en het nationale leven niet verliest. En voor die school is ons christenvolk God ootmoedig dankbaar.
De Dageraad.
schrijft onder Het Friesch Dagblad bovenstaand opschrift:
De Vrijdenkersvereeniging „De Dageraad" hield in de Pinksterdagen haar Congres, waarop het 70-jarig bestaan herdacht werd. Herdacht werd ook de poging, de rechtspersoonlijkheid te onthouden aan de vereeniging door den vroegeren Minister Heemskerk en het verzet hiertegen van het hoofdbestuur. Van de regeering is datum 3 Juni bericht ontvangen, dat thans de Koninklijke goedkeuring is verleend.
Leve de vrijheid!
Leve het Intermezzo-kabinet!
Zoo is het niet meer gevaarlijk voor de openbare orde, dat men publiekelijk alle vreeze Gods uitschudt; zoo verwerft men de koninklijke goedkeuring opnieuw voor een organisatie, die het er op toelegt den bodem van alle Staatsgezag publiekelijk te ondermijnen. Of dat nu mede behoort tot „het laten rusten van de principiëele vraagstukken" waartoe het Intermezzo-kabinet zich verbond in de Troonrede, weten wij niet. Of het dienstbaar is aan „den Protestantsch-Christelijke geest, waarin de Chr. Hist. Unie het land wil zien geregeerd, onverschillig wie een regeeringsfunctie bekleedt" zij aan Minister de Geer ter beoordeeling gesteld. Of het de „autoriteit" van Gods Woord in den Staat ten goede komt, al doet het aan de majoriteit in ieder geval schade, openlijk schade, is mede een vraag, die in de kringen van de Unie om overweging zal roepen.
Wij hebben rijkelijk onze bekomst van het vaal-bleeke Intermezzo-kabinet, dat niet veel meer is dan een bespotting van den politieken strijd, dien wij in 1925 hebben gestreden, onverschillig wie er als Minister van Justitie zetelt. Gelukkig, dat de A.R. Partij er los van staat. En dat het niet anders is dan de „eenige uitkomst uit het Socialistisch-Vrijzinnig-Democratisch-Christelijk Historisch-Kerstiaansche moeras", waarin de breuk in de Coalitie ons bracht, zonder dat de brekers vermochten te bouwen.
In een communiqué, dat Zaterdagavond in de pers verscheen, wordt medegedeeld:
dat de bewilliging op de gewijzigde statuten van „De Dageraad" is verleend, nadat het artikel, waartegen zich bij de beschikking van Minister Heemskerk het bezwaar richtte, nader door de vereeniging was gewijzigd.
Dit bericht in de bladen, dat een officieel karakter draagt, moge ontegenzeggelijk een tegemoetkoming zijn aan de bezwaren, welke velen hadden tegen het verleenen van rechtspersoonlijkheid aan de Vrijdenkersvereeniging, toch doet het maar weinig af van de beschouwing, die het Friesch Dagblad aan de zaak wijdde. Het blijft te betreuren, dat de Minister zijne medewerking aan de goedkeuring van de Statuten verleende.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juni 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juni 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's