UIT DE PERS
Het beroepingswerk.
In het Bijblad van „Kerk en Volk", Weekblad voor Vrijz. Hervormden, schrijft ds. Trouw over een Commissie, zooals men die in vrijzinnige kringen wil in het leven roepen, om te dienen als Commissie van Advies inzake beroepingswerk. Hij zegt er dit van:
»Een der zwakke punten in onze Vrijzinnig-Hervormde beweging is het gebrek aan predikanten. Des te meer is het zaak dat de beschikbare krachten op die plaatsen terecht komen, waar zij de meeste kansen hebben om met succes te kunnen wenken. Hieraan ontbreekt op het oogenblik zeer veel. leder die in onze beweging geen vreemdeling is, kent hiervan voorbeelden te over.
Op tal van plaatsen, waar hard gestreden moet worden tegen de aanvallende Orthodoxie, staan predikanten, die juist voor den strijd weinig of niets gevoelen. Hoeveel gemeenten zijn al niet hierdoor voor ons verloren gegaan? Strijdbare naturen daarentegen staan op plaatsen in Noord Holland, waar niets te strijden valt.
Zoo staan predikanten met groote organisatorische gaven op posten, waar zij het beste doen hun talent te begraven. Willen zij het gebruiken, dan botsen zij aan alle kanten. Gemeenten, waar dringend organisatie noodig is, hebben weer vaak voorgangers, die bij voortreffelijke andere kwaliteiten juist dit ten eenenmale missen, en werk in de diepte niet kunnen vereenigen met werk in de breedte.
Vooruitstrevende gemeenten, waar een predikant noodig is die in cursussen en lezingen ook intellectueel leiding geven kan, hebben niet zelden een stichtelijken dominee van ouden stempel. Meer behoudende gemeenten daarentegen worden op uiterst radicale manier bepreekt. Waar een roode predikant contact zou kunnen vinden met de bevolking, staat een vrijheidsbonder, en omgekeerd.
Wie voortreffelijk werk zou kunnen verrichten in Friesland, voelt zich vaak op een Brabantsch of Geldersch dorp met lamheid geslagen. Wie bij de meer gemoedelijke bevolking dezer laatste provincies op zijn plaats zou zijn, kan dit niet bij de bevolking van Friesland of Noord-Holland. Elke streek heeft zijn bepaald vroomheidstype. Wat spreekt meer vanzelf, dan dat de predikant slechts dan „anklang" vindt, wanneer hij zelf dit type vertegenwoordigt of althans benadert?
Voeg hier nog bij die predikanten, die geboren-pastor zijn voor kleinen kring, doch ondergaan op een groot arbeidsveld, en anderen, die de vleugels wijd kunnen uitslaan en met hun tijd en kracht geen raad weten in een miniatuur gemeente. Zoo zijn de voorbeelden van slechte combinatie tusschen gemeente en predikant te vertienvoudigen.
Dit alles is voor onze richting een struikelblok. In orthodoxe gemeenten, waar de persoonlijkheid van den predikant niet zulk een beslissende factor is als in vrijzinnige gemeenten, klemt dit lang niet zoo als bij ons. Daar is tenslotte ieder predikant als zoodanig met een zeker geestelijk gezag toekleed. De vrijzinnige predikant, die niet een geestelijke leider kan zijn voor zijn kring, is hiermee geworden tot een tragische figuur en een overtollig iets. Zijn er geen middelen mogelijk om aan de roekelooze wijze, waarop thans met de te weinige krachten wordt omgesprongen, een einde te maken, dan zal dit struikelblok voor onze richting in de toekomst nog grooter worden.
Dat deze wantoestand overal wordt gevonden, behoeft geen verwondering te wekken. Ieder die de stuntelige methoden kent van het beroepingswerk, zal eerder verwonderd zijn dat er nog zooveel van terecht komt.
Radicale verbetering kan hier m. i. slechts worden gebracht door wat het voorstel Haarlem wil, n.l. instelling van een commissie, bestaande uit enkele personen die in onze beweging algemeen vertrouwen genieten, en thuis zijn. Ze moeten zooveel mogelijk verschillende deelen van het land en verschillende nuanceeringen onzer richting vertegenwoordigen. Bovenal moeten zij bezitten de menschenkennis die hen in staat zal stellen voor een gemeente te zoeken den rechten man, en voor een predikant de rechte plaats. Als het vertrouwen in zulk een commissie er is, zal zij spoedig inburgeren, vooral omdat geen enkele gemeente aan haar advies gebonden is. Zij heeft het voordeel van den Duitschen superintendent die buiten de gemeenten om predikanten overplaatst, zonder het nadeel. Zij moet langzamerhand een schat van gegevens verzamelen over de verschillende gemeenten en predikanten. Zij zal ook het aangewezen Lichaam zijn om predikanten te helpen. Zij, die in hun eerste gemeente schipbreuk leiden door een verkeerde combinatie van werkkring en talent, hebben buitengewone moeite weer op dreef te komen. De commissie kan voor hen een betere combinatie trachten te vinden«.
Uit correspondentie blijkt wel, dat men hier ook vooral gedacht heeft aan de richtings-en de meerderheids-of minderheidskwestie in onze Ned. Hervormde Kerk. Want men wil er voor waken, b.v. dat een vrijzinnig predikant uit een „bedreigde" classis beroepen zou worden naar een andere classis. Men zoekt dus een commissie die o.m. de vrijzinnige dominé's zal behandelen als pionnen op het richtings-schaakbord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's