De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEESTELIJKE OPBOUW

6 minuten leestijd

De Vrijmetselarij (7)
Wij willen, om de dingen zoo objectief mogelijk te nemen, aan de Vrijmetselaars zelf liefst voorloopig het woord geven. Dan hooren we uit hun mond, wat de V r ij m e t s e l a r ij  is en wil. Later komen we zelf dan nog wel met onze opmerkingen. Zoo lezen we in een populair-referaat, uitgegeven voor rekening van de Loge "Moed en Volharding" te Assen (derde en vierde duizendtal. Maart 1918):
„Ons eenig doel (nl. met dit referaat of deze lezing) is: U eens wat nader bekend te maken met een genootschap, dat, werkende over het gansche oppervlak der aarde, op dit oogenblik enkele millioenen mannen, van verschillenden rang, stand en landaard, van verschillende ontwikkeling en beschaving, van verschillende richtingen op geestelijk, sociaal en politiek gebied, tot zijne leden telt, en daarom zeker reeds aanspraak maken mag, zooal niet op waardeering, dan toch ten minste op uwe belangstelling; over een genootschap, u allen ongetwijfeld bij name bekend, doch waaromtrent zulke uiteenloopende, en zelfs ongerijmde verhalen — ook in ontwikkelde kringen — in omloop zijn, dat het voor oningewijden vrijwel onmogelijk is het kaf van het koren te scheiden en zich er een juist denkbeeld over te vormen", (blz. 5). „De Bond, ook wel geheeten de Broederschap of de Orde van Vrijmetselaren, is geen „geheime" vereeniging in dien zin, dat hij het er op toelegt zijn bestaan en streven in den sluier der verborgenheid gehuld te houden. Hij is dat ook nooit geweest"'.
„Zoodra in het jaar 1717 te Londen eene vereeniging was gesticht, welke het aanzijn gaf aan de tegenwoordige Broederschap, verschenen openlijk berichten over de nieuwe stichting. En kort daarna, in 1723, werd o.a. het toen gereed gekomen Wetboek der V r ij m e t s e l a r e n — naar één der samenstellers, Jacob Anderson, doctor in de theologie en predikant bij de Schotsch - presbyteriaansche Gemeente te Londen, de „constitutie van Anderson" geheeten — officieel gedrukt en voor het publiek verkrijgbaar gesteld". De Vrijmetselarij heeft nooit gepoogd de kennis van haar bestaan en van haar doel te beperken tot hare aanhangers. Geen waar Vrijmetselaar dan ook, zal zich beroepen op zijn „plicht tot geheimhouding" inzake Orde-aangelegenheden, indien hem van belangstellende zijde inlichtingen worden gevraagd omtrent het streven zijner vereeniging en omtrent de beginselen, naar weIke hij moet trachten zijn leven in te richten".
Of er dan toch „geheimen" zijn als men zo spreekt van z'n „plicht tot geheimhouding?"
"Zeker", zoo lezen we verder (blz. 7) — We zouden haast zeggen n a t u u r l ij k. Maar laten we er dadelijk bij zeggen — straks hierover meer — dat die „geheimen" van doodonschuldigen aard zijn en geenerlei betrekking hebben op het doel en het wezen der Vrijmetselarij. Deze kunnen, zonder voorbehoud, in het openbaar worden besproken".
De V r ij m e t s e l a r ij dan is, naar haar wezen, een arbeid van daartoe nauw met elkaar verbonden mannen, die — bewust van een zedelijke roeping te hebben — maar eene bizondere, hun eigen methode, aan de bouwkunst ontleende vormen, werken voor het algemeen geluk van het menschdom.
Als ideaal stelt zich de  V r ij m e t s e l a r ij:  de vorming van een menschenbond, gegrond op de reinste menschenliefde: het ethisch altruïsme — een bond, zooals de Vrijmetselaren voor zich, althans in beginsel reeds bezitten. Als meer nabijliggend, tastbaar doel stelt zij zich: de geestelijke armoede en de zedelijke en stoffelijke ellende op aarde te helpen verminderen" (blz. 7).
„Om dat doel te bereiken, haar ideaal naderbij te komen, beschouwt de V r ij m e t-s e 1 a r ij het hare taak : een ieder, die tot haar verbond toetreedt, zóó te onderrichten, zóó te leiden, dat hij zijne plichten als mensch, zoowel ten opzichte van zichzelven als tegenover zijne naasten, zoo gemakkelijk en tevens zoo nauwkeurig mogelijk kan volbrengen".
„Tegenover zichzelven heeft — volgens de V r ij m e t s e l a r ij — elke mensch de plicht voortdurend te streven naar ontwikkeling van al die eigenschappen van geest en gemoed, welke hem en de menschheid opvoeren naar hooger geestelijk en zedelijk peil. Noodig daartoe acht zij, niet alleen dat de mensch de hem door de natuur geschonken gaven en krachten kennen leert en tot ontwikkeling brengt, maar ook — en vooral — dat hij die leert beheerschen en doelmatig, d.w.z. in overeenstemming met de zedenwet, zooals die zich openbaart in ons geweten en vertolkt wordt door de besten van ons geslacht, leert benutten".
„De Vrijmetselarij stelt voorop: de veelzijdige, harmonische ontwikkeling harer leden individueel, omdat bij haar de overtuiging leeft, dat alleen van een zedelijk en verstandelijk hoogstaand mensch is te verwachten, dat hij iets wezenlijks kan bijdragen tot verbetering en tot verhooging van het levensgeluk van anderen; dat alleen dan een hooger zedelijk en geestelijk leven der menschheid kan worden bereikt, indien de individuen, de leden dier samenleving, zich tot hooger zedelijk en geestelijk peil omhoog worstelen" (blz. 8).
„Wie tot de  V r ij m e t s e l a r ij  toetreedt, hoort aanstonds en herhaaldelijk de les:
Begin eerst aan uzelven te arbeiden en als gij daarmede eenige vorderingen hebt gemaakt, neem dan het werk voor anderen ter hand. Beoefen eerst de deugden, waaraan de maatschappij zoo dringend behoefte gevoelt; leer vooraf — zij 't dan slechts de eerste beginselen o.a. van verdraagzaamheid, reinheid, waarheid, rechtvaardigheid en liefde. Leer eerst uzelven kennen en beheerschen. Leer onbevangen, onbevooroordeeld en zonder hartstocht, daden verrichten, zonder aan eenig stoffelijk voordeel voor uzelven te denken, doch uitsluitend ter wille van anderen. En wanneer gij in dat alles voldoende bedreven zijt, richt u dan met geheel uw hart, geheel uw ziel en uw verstand, met geheel uw „zijn" tot de hulpbehoevende menschheid.
Bedenk daarbij — voor zoover ge er nog niet van doordrongen mocht zijn — dat alle menschen in wezen gelijk zijn; dat elke mensch, van wat rang, stand, nationaliteit, confessie of politiek hij zij, even goed als gijzelf, recht hebt op ontwikkeling van gemoed en verstand en op een, ook in stoffelijken zin, menschwaardig bestaan: recht op zedelijke, geestelijke en stoffelijke vrijheid; dat het uw plicht is de u geschonken talenten daadwerkelijk dienstbaar te maken ook aan het levensgeluk van anderen, hetwelk te meer verzekerd zijn zal naarmate het ideaal: de vereeniging van de gansche menschheid tot één lichaam, welks leden door den hechten band van waarheid, deugd en liefde zijn verbonden, nader wordt bereikt. Kweek alzoo verdraagzaamheid, betracht rechtvaardigheid, bevorder naastenliefde; zoek op wat menschen en volken vereent, tracht weg te nemen wat de geesten en gemoederen verdeelt en breng tot hoogere eenheid door het bewustzijn levend te maken van een allen verbindende broederschap. Streef naar de toepassing van deze beginselen in het maatschappelijk leven en beijver u medewerking en steun te verleenen overal, waar men op den zelfden grondslag het welzijn der maatschappij poogt te bevorderen" (blz. 9—10).
(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1927

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's