Avondmaal.
Avondmaal
't Is avondmaal! De lange tarel staat gereed.
Zacht valt het zonlicht op het witte kleed
En doet het zilver mat weerglansen.
De schare komt men zet zich neer.
Buigt eerst het hoofd, en smeekt den Heer
Om Zegen!
't Is avondmaal! Een heil'ge stilte heerscht alom.
De Gastheer is er en zijn: kom Komt allen tot den disch te zaam,
Klinkt zonder woorden tot elk hart.
Tot blijden en gebogenen van smart,
Om Zegen!
't ls avondmaal!
Zacht nad'ren allen tot den disch.
De oogen houdt men stil gericht.
Op brood en wijn, de zicht'bre teek'nen
Maar 't hart verheft zich vèr omhoog,
Vèr boven blauwen hemelboog.
Om Zegen!
't Is avondmaal.
Een hechte band bindt saam
Die sterk of zwak gelooven in den naam,
Van Jezus, onzen Middelaar!
Hij zelf is in het midden daar
Vereenigd met die stille schaar.
En geeft Zijn vollen Zegen!
(Zondagsbl. Rotterdammer).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's