SCHRIFTVERKLARING
Ik beveel u voor God, die alle ding levend maakt, en voor Christus Jezus, die onder Pontius Pilatus de goede belijdenis betuigd heeft: Dat gij dit gebod houdt, onbevlekt en onberispelijk, tot op de verschijning van onzen Heere Jezus Christus. 1 Timoth. 6 vers 13 en 14.
1 Timotheüs.
94
Ik beveel u voor God, die alle ding levend maakt, en voor Christus Jezus, die onder Pontius Pilatus de goede belijdenis betuigd heeft: Dat gij dit gebod houdt, onbevlekt en onberispelijk, tot op de verschijning van onzen Heere Jezus Christus.
1 Timoth. 6 vers 13 en 14.
Voor God en Christus. Het moest den apostel wel zeer zwaar op het hart wegen wat hij aan Timotheüs opdroeg, beval. Die opdracht was, zooals wij in de voorafgaande stukjes hebben verklaard, met eenen onbevlekten en onberispelijken pastoralen levenswandel zich houden aan het Evangelie, zóó dat hij daarin de wederkomst van Christus kon verwachten. Dit is de verklaring van het 14de vers. Nu keeren wij weer naar het 13de terug, om daaruit op te merken met welk eene plechtige verzekering Paulus aan zijn geestelijken zoon deze opdracht geeft.
Daarvoor roept hij Timotheüs als voor het aangezicht van God en van Christus Jezus. Hooger getuigen zijn er niet. Alleen zij zijn in staat Timotheüs te steunen in zijn strijd en hem tot verantwoording te roepen indien hij nalatig mocht zijn. Als wij ons werk doen met de gedachte dat het slechts menschen zijn voor wier oogen wij ons ambtswerk verrichten, zal elke ware bezieling ontbreken, en ontzinkt ons de lust en verslapt de ijver, zoodra de belangstelling der menschen taant en deze aardsche getuigen minder oplettend worden. Helaas is menige leeraar koel geworden tegenover zijn ambt en heeft hij zich teruggetrokken van zijn gemeente. Hij wijt het aan de menschen. Zij waardeeren niet voldoende zijn werk. Zijn kerken worden leeg, zijn catechisaties minder bezocht. Hij bemerkt dat hij niet gedragen wordt in het gebed en dat men er op uit is hem verkeerd te verstaan en hem van onedele bedoelingen te verdenken, terwijl hij het beste voor de gemeente zocht. Zoo komt het dat ook hij geen ambitie meer heeft, het allernoodzakelijkste nog doet, maar verder „Gods water over Gods akker laat loopen". Dit is het droevige verloop, dat in menige gemeente is te bespeuren. De fout is dat men aan beide zijden heeft nagelaten zich gedurig te stellen voor de hoogste getuigen, voor God en voor Christus Jezus. Ook de leraar! Hij vergat dat de eer van menschen even ijdel is als zij zelf en dat hij daarom zeer dwaas deed gouden bergen van hun belangstelling te verwachten. — Toch gaat het niet aan om nu maar te zeggen: ik trek mij van der menschen goed- of afkeuring niets aan, ik stoor mij niet aan hen. Ik doe mijn werk voor 't aangezicht van God en van Christus Jezus. Die menschen kunnen toch kinderen Gods zijn, die zeer nauw met God en het Evangelie der genade leven. En dan zou een leeraar toch een verkeerden weg inslaan wanneer hij met hun oordeel geen rekening hield. Wij mogen geen dienstknechten van menschen zijn, maar de predikers zijn toch wel dienstknechten der gemeente, om Jezus' wil. (2 Cor. 4 vers 5). Dit zal elke leeraar, die zijn roeping verstaat, telkens brengen voor een moeilijke keuze. Het oordeel der menschen moet hem koud laten, maar dat der geloovigen niet, terwijl hij bij dit laatste weer niet vergeten mag dat dit vaak onzuiver is. De geloovigen immers worden helaas niet altijd door hun geloof bezield. Vleeschelijke overwegingen of overgeestelijke neigingen hebben dikwijls in het midden van de gemeente des Heeren de overhand. Hiervan kan een leeraar de speelbal worden als hij alleen de vraag zou stellen: wat is goed in de oogen van Gods kinderen? Helaas is dit vaak geschied en werd menige Herder, in plaats dat hij een voorganger der schapen was, door de schapen geleid, schapen die den rechten weg reeds bijster waren. Alleen een biddend onderzoek van Gods Woord, gepaard gaande met een broederlijken omgang met de geloovigen, zal het rechte licht doen rijzen. En dan komt het toch altijd weer hierop neer dat leeraar en gemeente, herder en schapen, zich allen stellen voor God en voor Christus Jezus. Paulus, die onder Gods kinderen toch zeker wel een eerste plaats inneemt, wijst Timotheüs naar die hoogste getuigen. Zoo behooren nog altijd de geloovigen elkander en hun geloovigen leeraar te roepen als voor God en Christus, alsof zij zeggen willen: Doe uw werk met lust en ijver, zaai het zaad van het Evangelie uit naar de roeping die op u ligt, maak u niet moeilijk over wat de menschen zeggen en over het gewirwar van het menschelijk oordeel, maar doe alles als voor het oog van God en van Christus Jezus.
Voor God, die alle ding levend maakt! Deze bijvoeging is niet geheel duidelijk. Wat is bedoeld met „alle ding"? Is hier te denken aan het werk der schepping en der onderhouding, dus aan den verleden tijd? Misschien wel. Dan zou dit in overeenstemming zijn met de reeds geschiede daad van „Christus Jezus, die onder Pontius Pilatus de goede belijdenis betuigd heeft". Dan zou Paulus hier gedacht hebben aan het groote werk van den Vader, het scheppingswerk, en het groote werk van den Zoon, Diens zoendood, omdat Deze tijdens Pontius Pilatus Zich Gods Zoon noemde. Volgens deze verklaring zouden dan de werken van Vader en Zoon Timotheüs bezielen moeten in zijn werk. 'k Geloof dat het eenvoudiger is hier te denken aan God, Die de bron van alle leven is, bovenal van het eeuwige leven, waarnaar Timotheüs, volgens het vorige vers, grijpen moest. Dit 13de vers is dus correlatief (voeling houdend) met het voorafgaande. Immers spreekt Paulus hier ook van de goede belijdenis van Christus, in verband met de goede belijdenis die Timotheüs beleden had. Zoo komt 't hierop neer: Timotheüs! Houd u vast aan den voor eeuwig levend makenden God en stel u voor oogen dat Christus Zijn belijdenis met den dood moest bekoopen. Op die wijze zult gij getrouw zijn tot op de verschijning van onzen Heere Jezus Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1927
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's